Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w55 15/7 blz. 221-222
  • De waarheid inspireert het op edelmoedige wijze geven

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • De waarheid inspireert het op edelmoedige wijze geven
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • ONDERSTEUN HET KONINKRIJKSGETUIGENIS
  • DE WEG VAN DE MENS NIET GODS WEG
  • GOD GEEFT HET IN HUN HART
  • Het goede nieuws met anderen delen door persoonlijk bijdragen te schenken
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1959
  • Hoe wordt het Koninkrijkswerk gefinancierd?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1960
  • Hoe ons geld God kan loven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1953
  • „Waar komt het geld vandaan?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1995
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1955
w55 15/7 blz. 221-222

De waarheid inspireert het op edelmoedige wijze geven

„Uw vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen”

ONDERSTEUN HET KONINKRIJKSGETUIGENIS

„EN DIT goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt met het doel een getuigenis aan alle natiën te geven en dan zal het volbrachte einde komen.” — Matth. 24:14, NW.

Onder leiding van het Wachttorengenootschap werd dit goede nieuws van het Koninkrijk gedurende 1954 in 159 landen en in meer dan honderd talen gepredikt. Ja, het wordt gepredikt op alle continenten en in alle zones, in de democratische landen en achter ijzeren, bamboe en zweepgordijnen, van het noordelijke uiteinde van Finland tot het zuidelijke uiteinde van Zuid-Amerika.

Op vijf en zeventig bijkantoren, welke over de gehele wereld zijn verspreid, werken meer dan duizend personen, die een minimum van 8 1/2 uur per dag en 5 1/2 dag per week druk bezig zijn. Onder deze werkers worden jeugdige personen aangetroffen die nog onder de twintig jaar zijn en die samenwerken met mensen die reeds grijs zijn en al over de tachtig jaar zijn, terwijl oud en jong het als het grootste voorrecht beschouwen dat het leven kan bieden, een aandeel te hebben aan de prediking van dit goede nieuws van het Koninkrijk. Alhoewel velen vijf en twintig tot vijftig jaar in zulk een dienst hebben besteed, zijn zij niet moe geworden goed te doen, maar wat ijver en vreugde betreft, zij stellen een voorbeeld voor de jongeren. Zij ontvangen geen geldelijke verdienste, slechts kost en inwoning en een toelage van ƒ 52,– per maand, waarmede zij hun persoonlijke onkosten kunnen bestrijden, onkosten voor kleding en vervoermiddelen, zoals fiets, tram en trein.

Het Genootschap heeft eveneens ongeveer 1700 zendelingen naar alle delen van de wereld gezonden, en ondersteunt meer dan 17.000 volle-tijd-bedienaren van het evangelie die in hun eigen land zendingswerk verrichten. Voor het voorrecht in zulk een volle-tijd-bediening te mogen dienen, ontzeggen deze Christenen zich veel van de „goede dingen” van het leven. Gedurende het afgelopen jaar heeft een hoogtepunt van 580.498 bedienaren van het evangelie onder leiding van het Genootschap gepredikt, en hierbij zijn zowel degenen die een gedeelte van hun tijd aan de bediening besteden als de volle-tijd-bedienaren van het evangelie inbegrepen. Als resultaat van al deze activiteit was er een twaalf percent toename in het aantal bedienaren van het evangelie en werden er 57.369 personen van goede wil gedoopt als bewijs dat zij zich hadden opgedragen aan het doen van Jehovah’s wil. Zowel mannen en vrouwen die de honderd jaar naderen, als kinderen die nog onder de tien jaar zijn, hebben een aandeel aan dit predikingswerk.

Het is onnodig te zeggen dat er een aanzienlijke hoeveelheid geld nodig is om de prediking van het goede nieuws in 159 verschillende landen te ondersteunen en de bijkantoororganisaties in 75 landen werkzaam te doen zijn. Het Genootschap heeft gedurende 1954 meer dan elf millioen gulden besteed aan het ondersteunen van dit werk buiten de Verenigde Staten, terwijl het onderhouden van de zendelingen in het buitenland alleen al bijna twee millioen gulden heeft gekost. Behalve het ondersteunen van het Koninkrijksgetuigenis in het buitenland is het Genootschap eigenaar van een niet commercieel radiostation in de Verenigde Staten en het Genootschap dekt eveneens de onkosten voor de wettelijke strijd welke in alle delen der wereld wordt gestreden met het doel de prediking van het goede nieuws in alle delen der aarde te verdedigen en wettelijk te bevestigen. Vervolgens geven Jehovah’s getuigen over de gehele wereld eveneens bijdragen voor het onderhouden van de plaatselijke Koninkrijkszalen.

DE WEG VAN DE MENS NIET GODS WEG

Waar komt al het geld vandaan? Hoe wordt het bijeenvergaderd? Van enkele rijke mensen die belangstelling hebben voor dit werk? Neen; want in de Bijbel wordt ons verteld dat de boodschap van Gods koninkrijk geen ingang zou vinden bij de rijken, en de feiten bevestigen dit. Of bedienen Jehovah’s getuigen zich van roulettespelen of van andere kansspelen zoals het verloten van auto’s voor een lot van $10 (ƒ 40,–), hetgeen sommige Rooms-Katholieke kerken doen? Neen; want zij erkennen dat zij door een beroep te doen op het verlangen iets voor niets te krijgen, tot zelfzucht zouden aanmoedigen, terwijl het Christendom juist onzelfzuchtigheid is.

Evenmin zendt het Wachttorengenootschap beroeps-eedafnemers uit die de verkoopkunde van financiële tovenaars nabootsen door de gemeenten te vertellen dat „statistieken aantonen dat uw gezin, uw zaak, en uw gemeenschap voorspoedig zullen zijn overeenkomstig datgene wat gij en anderen geven. Hoe meer gij er in steekt, des te meer zult gij er uit halen.” Ook stuurt het Genootschap geen kerkcolporteurs uit zoals de Episcopale Kerk van het diocees van Long Island, New York, aan het einde van het jaar 1954 heeft gedaan, toen 3500 colporteurs door middel van collecten ruim zeventien millioen gulden voor die kerk bij elkaar trachten te krijgen. Neen; het Wachttorengenootschap vraagt niet om geld en heeft nog nooit op zulk een wijze om geld gevraagd, want het Genootschap gelooft dat God het werk verricht en daarom zou het zeer inconsequent zijn om hulp te smeken voor het ten uitvoer brengen van Gods werk wanneer hij zegt dat al het goud en zilver en al het vee op duizend bergen hem toebehoort. — Hag. 2:9; Ps. 50:10.

GOD GEEFT HET IN HUN HART

Moest Mozes bij de Israëlieten colporteren voor benodigdheden waarmede de tent der samenkomst in de woestijn gebouwd en toegerust kon worden? Welnu, toen alleen nog maar de aankondiging was gedaan dat zij die in hun hart bereid waren bijdragen te geven, dit konden doen, gaf het volk zo edelmoedig dat het teruggehouden moest worden, want „het materiaal bleek genoeg te zijn voor al het werk dat gedaan moest worden, en meer dan genoeg.” — Ex. 36:6, 7, NW.

Dezelfde geest van het op edelmoedige wijze geven, was duidelijk kenbaar ten tijde dat David het noodzakelijke materiaal bijeenbracht voor de tempel welke door Salomo gebouwd zou worden. De waarde van datgene wat was bijeengebracht, is geschat op duizenden millioenen guldens en Davids gave alleen al is geschat op ongeveer vierhonderd millioen gulden. Het valt niet te verwonderen, dat hij er toe werd gebracht in een gebed tot Jehovah het volgende uit te roepen: „Wie toch ben ik, en wat is mijn volk, dat wij in staat zouden zijn zulke vrijwillige gaven te schenken? Want het komt alles van U, en wij geven het U uit uw hand.” — 1 Kron. 29:14, NBG.

Jehovah verandert niet en evenmin veranderen zijn beginselen, noch veranderen zij die hem waarlijk kennen en liefhebben. Door middel van zijn Woord, zijn aardse organisatie en zijn verlichtende heilige geest maakt hij aan mensen van goede wil bekend wat een wonderbaarlijke God hij is, volmaakt in wijsheid, liefde, gerechtigheid en macht; wat hij heeft gedaan, thans doet en nog zal doen, en hoe juist en verstandig het daarom is dat wij alles wat wij bezitten, aan hem en zijn zaak geven. Allen die dit enigszins kunnen doen, geven al hun tijd er aan, en zij die dit niet kunnen, geven datgene wat zij kunnen in de vorm van tijd, energie, invloed en middelen. Ja, het door God geïnspireerde geven voorziet in het financiële gedeelte van de wereldomvattende prediking van dit goede nieuws van Gods koninkrijk. Hij geeft het in hun hart dat zij willen geven, evenals Nehemia over zijn activiteit welke er in bestond de muren van Jeruzalem te bouwen, sprak als zijnde datgene wat „mijn God mij in het hart gegeven had om voor Jeruzalem te doen.” — Neh. 2:12, NBG.

Evenals Mozes en David er voor zorgden dat er aankondigingen werden gedaan waarin de Israëlieten er van in kennis werden gesteld dat zij het voorrecht hadden iets bij te dragen ten behoeve van Jehovah’s aanbidding, brengt het Wachttorengenootschap het elk jaar onder de aandacht van hen die zich aan Jehovah’s zaak hebben opgedragen dat zij het voorrecht hebben bijdragen te geven voor het werk dat er in bestaat dit goede nieuws van het Koninkrijk in de gehele wereld tot een getuigenis te prediken. Opdat het Genootschap op de juiste wijze plannen kan maken voor zijn werk, schijnt de beste regeling te zijn, dat degenen die in staat zijn gedurende het jaar bijdragen te geven het Genootschap hiervan tevoren in kennis stellen en mededelen wat zij hopen te kunnen geven. Dit is in geen enkele betekenis van het woord een gelofte, want het Genootschap zal aan het einde van het jaar geen vergelijking trekken tussen datgene wat gij had gehoopt te doen en wat gij in werkelijkheid hebt gedaan, maar gij geeft van uw zijde slechts te kennen wat uw vooruitzichten zijn inzake het schenken van bijdragen; en daarom worden zulke kennisgevingen terecht „uw vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen” genoemd. Indien iemand niet zulk een kennisgeving wil geven, is dit volkomen in orde.

Zij die in Nederland wonen en in deze aangelegenheid medewerking wensen te verlenen, kunnen hun kaart of brief zenden naar Watch Tower Bible and Tract Society, Koningslaan 1, Amsterdam-Zuid. Wanneer gij over „Uw vooruitzichten inzake het schenken van bijdragen” schrijft, kan ongeveer het volgende worden vermeld: „Ik hoop dat ik gedurende de volgende twaalf maanden voor het werk dat bestaat in het loven van Jehovah het bedrag van ƒ . . . zal kunnen bijdragen, welke bijdrage ik in zulke bedragen en op zulke tijdstippen zal overmaken als het mij gelegen blijkt te komen, en naarmate ik voorspoed heb door de onverdiende goedgunstigheid van Jehovah God door bemiddeling van Christus Jezus [Handtekening].” Op bladzijde 210 staat een lijst van andere bijkantoren, en een volledige lijst vindt u op de laatste bladzijde van de meeste publicaties van het Genootschap.

Gods Woord herinnert ons er aan dat ’zo Jehovah het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo Jehovah de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter’ (Ps. 127:1). Daar dit zo is, zullen allen die een levendige belangstelling hebben voor het werk dat bestaat in de prediking van dit goede nieuws van het Koninkrijk, dit werk niet alleen ondersteunen door hun tijd, energie, persoonlijke invloed en middelen te geven, maar zij zullen eveneens dagelijks bidden om Jehovah’s leiding, bescherming en zegen op het werk.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen