Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w56 1/1 blz. 20-24
  • Deel 1: Vroege stemmen (1870-1878)

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Deel 1: Vroege stemmen (1870-1878)
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • VROEGE GEBEURTENISSEN (1870-1878)
  • De wederkomst des Heren bekendmaken (1870–1914)
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Toenemen in nauwkeurige kennis van de waarheid
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Beproeving en zifting van binnenuit
    Jehovah’s Getuigen — Verkondigers van Gods koninkrijk
  • Georganiseerd om God te loven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
w56 1/1 blz. 20-24

De moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen

Deel 1: Vroege stemmen (1870-1878)

„DAAROM dus, omdat wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, laten wij ook iedere last en de zonde die ons gemakkelijk verstrikt, afleggen, en laten wij met volharding de wedloop lopen die voor ons is gesteld, terwijl wij oplettend zien naar de leider en volmaker van ons geloof, Jezus” (Hebr. 12:1, 2, NW). De schrijver van die raad verwees niet naar ooggetuigen die gadesloegen hoe hij de wedloop als christen liep, maar verwees naar getuigen die hij in zijn voorgaande hoofdstuk beschrijft — van wie velen bij name — mannen en vrouwen, daarbij zelfs helemaal teruggaande tot Abel, die hebben geleefd voordat Jezus zijn aardse bediening eindigde, en ’ten aanzien van wie door hun geloof getuigenis werd afgelegd’ dat zij Jehovah God hebben behaagd (Hebr. 11:1-40, NW). Zij waren getuigen van Jehovah, evenals Jezus dit op aarde was (Openb. 1:5; 3:14). In de bijbel hebben wij een authentieke geschiedenis van die getuigen uit het verleden, geschreven door enkele van deze getuigen van Jehovah zelf, en alles tezamen genomen vermelden die schrijvers Gods naam Jehovah 6823 of meer keren.

In de Christelijke Griekse Geschriften, van Mattheüs tot Openbaring, hebben wij een geschiedenis van de christelijke getuigen van Jehovah in de dagen van Jezus en zijn apostelen, geschreven door geïnspireerde discipelen van hem. Sinds die tijd zijn meer dan achttien eeuwen voorbijgegaan, en in recente jaren zijn Jehovah’s christelijke getuigen wederom op de voorgrond getreden, terwijl zij een voorwerp van veelvuldig onderzoek en vele disputen worden. Velen hebben zich afgevraagd hoe Jehovah’s getuigen zijn ontstaan. Zeer velen hebben zich tot beschuldigers en aanvallers gewend, daarbij menend onbevooroordeelde, zuivere inlichtingen over de tegenwoordige getuigen van de Allerhoogste God te krijgen. Opdat voor allen authentieke inlichtingen voorhanden mogen zijn, in het belang van algemene voorlichting en het terechtwijzen van velen die misleid zijn geworden door vijandige zogenaamde zegslieden, beginnen wij hier met een serie artikelen over een „moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen.”

VROEGE GEBEURTENISSEN (1870-1878)

Geleidelijk aan ’geroepen uit de duisternis in Gods wonderbaarlijke licht!’ Dat beschrijft in het kort de moderne geschiedenis van Jehovah’s getuigen toen zij uit de duisternis van Babylonische religieuze denkwijzen naar voren traden en tot toenemende herstellingen van nieuwe bijbelse waarheden geraakten (1 Petr. 2:9, NW). De lange nacht van geestelijke duisternis waaruit deze christelijke getuigen te voorschijn traden, had bestaan sedert de eerste helft van de tweede eeuw, na de dood van Christus’ apostelen, helemaal tot aan de tweede helft van de negentiende eeuw. Het vroege christendom met zijn schittering van juiste leer en reinheid van theocratische organisatie begon na het jaar 100 verduisterd te worden door een langzaam binnensluipende geestelijke duisternis van Babylonische religieuze leringen, Griekse en Romeinse heidense filosofieën en verregaande afval. Satan de Duivel, die te allen tijde er op uit is om de ware aanbidding van Jehovah God teniet te doen, had afvallige, valse herders voortgebracht, „wolven in schaapsklederen,” ten einde ten slotte verwoesting aan te richten in de eens geestelijk bloeiende christelijke gemeente. Ondanks de Protestantse Reformatie van de zestiende eeuw, welke in werkelijkheid geen herstelling van ware aanbidding bewerkstelligde, bleef de sluier van duisternis op de geest van misleide christenen rusten totdat de tijd kwam waarin Jehovah zijn Bevrijder, de Grotere Kores, Jezus Christus, uitzond om de ware christelijke getuigen uit hun Babylonische gevangenschap te bevrijden.

Hoewel de getuigen pas in het jaar 1919 n. Chr. volledig uit Babylonische gevangenschap werden bevrijd, ondergingen zij gedurende een daaraan voorafgaande periode van bijna vijftig jaren een geleidelijk ontwaken ten einde hen als een volk van de nieuwe wereld op hun uur van bevrijding voor te bereiden. Dit bleek overeen te komen met het geval van de natuurlijke joden toen dezen in gevangenschap waren aan het oude Babylon, waar Daniël en vele anderen van Jehovah’s getrouwe getuigen jaren tevoren werden opgewekt tot waakzaamheid ten einde gereed te zijn voor het herstel van de ware aanbidding in Jeruzalem toen dit ten slotte in 537 v. Chr. kwam. Aldus werd eveneens bij Jehovah’s getuigen van deze tegenwoordige tijden een opwekking tot geestelijke waakzaamheid merkbaar van de jaren 1870 af.

Wat de achtergrond en omlijsting van de oude wereld ten tijde dat Jehovah’s getuigen het wereldtoneel opnieuw betraden betreft, de periode van 1870 tot 1900 bleek te bestaan uit jaren waarin de bestemming werd bepaald voor deze twintigste eeuw, „de atoomeeuw.” Politieke, religieuze en commerciële krachten begonnen te manoeuvreren om een positie te verwerven van waaruit zij het intredende nieuwe wetenschappelijke tijdperk zouden kunnen beheersen. Mensen en organisaties werden vervuld van voortekenen betreffende de onheilspellende, snel voortbewegende dagen der toekomst, waarvan sommigen zich zeer juist een beeld vormden als zijnde zelfs catastrofale dagen. Op het Vaticaanse Concilie van 1869-70 zocht de rooms-katholieke cultus haar organisatie te versterken voor de onmiddellijke toekomst door haar autocratische hoofd, de paus, onfeilbaar te verklaren. De leidende protestantse religieuze organisaties hielden op geestelijk vooruitstrevend te zijn in hun wegen. Hun geestelijken zochten hun macht over de leken te consolideren. Deze clericale toe-eigening van grotere autoriteit over hun kudden betekende voor de massa belijdende christenen een stap terug, verder weg van de vrijheid van christelijke gedachte en aanbidding. Ongeloof, hogere kritiek, evolutie, spiritisme, atheïsme en communisme begonnen binnen te dringen en de organisaties van de grote wereldreligiën te decimeren. Vele van de evangelische kerken begonnen hun valse religieuze leerstellingen te „moderniseren,” niet overeenkomstig herstelde bijbelse waarheden, maar overeenkomstig theorieën van hogere kritiek en evolutie. De verheidende modernistische vorm van theologie overstroomde de kerken.

In politiek opzicht waren er grote krachten in beweging. De Verenigde Staten van Amerika herstelde zich juist van haar Burgeroorlog (1861-1865) en herwon haar kracht snel voor een fenomenale expansie tot een grote wereldmacht. Duitsland had de Frans-Duitse oorlog van 1870 gewonnen en werd aldus verder opgebouwd tot een machtige Europese kolos. Brittannië beleefde gouden jaren van haar Victoriaanse tijdperk, strijdend met het oog op toekomstige pogingen tot wereldbeheersing. In industrieel opzicht ondergingen de Verenigde Staten, Brittannië, Frankrijk en grote delen van Europa een revolutie ten gevolge van het uitvinden van de stoommachine. Met het voortschrijden der jaren werd de industriële revolutie vergroot door de ontdekking van de electriciteit, de uitvinding van de telefoon, de auto en de dozijnen andere „wonderen” van deze nieuwe op het atoomtijdperk aansturende beschaving. De handel rees eveneens tot nieuwe hoogten als een gevolg van de industrialisatie van leidende natiën en het scheppen van nieuwe zakenondernemingen die „goudmijnen” waren. Het vakverenigingswezen trad eveneens op de voorgrond en werd een tegenpartij van het toenemende kapitalisme. Dit alles betekende een golf van materialisme en een jacht naar geld en genot. De onzichtbare demonische machten van deze oude wereld brachten glinsterende valstrikken van nieuwe verlokkingen voort ten einde de volkeren te verblinden voor de hogere en mooiere waarden van herstelde christelijke waarheid.

Te midden van dit gerommel van industriële, commerciële, sociale en religieuze wijzigingen werden vroege stemmen van kleine religieuze groepen gehoord in hun pogingen de tekenen der tijden te lezen en de ophanden zijnde tweede komst van Jezus, Jehovah’s Christus, te voorspellen. In de Verenigde Staten en Europa waren verschillende adventistische groepen druk bezig met het aankondigen van een zichtbare wederkomst van Christus in 1873 of 1874, ofschoon de Amerikaanse stichter van hun beweging, William Miller, zijn fout en teleurstelling had erkend met betrekking tot de reeds eerder vastgestelde datums 1843 en 1844. Daarvoor had de Duitse lutherse theoloog Bengel (1687-1751) zijn keus laten vallen op 1836 als de onmiskenbare datum van het begin van het millennium van Openbaring 20:6. In Schotland en Engeland verhieven anderen, gewoonlijk bekend als „Irvingianen,” hun stem en zij kondigden 1835, 1838, 1864 en ten slotte 1866 aan als het jaar van Christus’ wederkomst. Christelijke schrijvers zoals Elliott en Cumming zagen in 1866 naar het einde uit, Brewer en Decker deden voorspellingen ten aanzien van het jaar 1867 en Seiss begunstigde het jaar 1870. In Rusland lieten Claas Epp, een leider van de Mennonietische Broeders (Brüdergemeinde), en degene die met hem was verbonden, hun keus vallen op de datum 1889 voor een grote kosmische gebeurtenis.a Maar al deze wijd en zijd aangekondigde voorspellingen liepen op een volledige teleurstelling uit omdat zij niet waren gebaseerd op een nauwkeurige bijbelkennis van Jehovah’s profetieën. Christus’ wederkomst zou geen letterlijke manifestatie zijn, zoals zij hadden ondersteld, maar zoals de Schrift thans duidelijk aangeeft, een onzichtbare tegenwoordigheid van heerlijkheid en macht ten einde de grootste crisis teweeg te brengen welke de mens op aarde ooit heeft ondervonden.

Nog meer stemmen werden gehoord, maar deze begonnen een ophanden zijnde onzichtbare wederkomst van de Messias aan te kondigen. Een van deze groepen werd geleid door George Storrs van Brooklyn, New York. Hij en degenen die met hem waren verbonden, publiceerden na 1870 een tijdschrift getiteld The Bible Examiner (De bijbelonderzoeker), hetwelk hun inzichten uiteenzette dat Christus’ wederkomst onzichtbaar zou zijn. Een andere groep met H.B. Rice van Oakland, Californië, aan het hoofd, publiceerde een tijdschrift met de naam The Last Trump (De laatste bazuin), waarin werd aangekondigd dat er in de jaren 1870 en daarna een onzichtbare wederkomst zou zijn. Een derde groep komt onder onze aandacht, deze keer van teleurgestelde „Second Adventists,” die deze beweging verlieten wegens het niet wederkeren van de Heer in 1873 zoals de Adventisten verder hadden voorspeld. Deze groep werd geleid door N.H. Barbour. Het centrum van waaruit zij hun activiteiten ondernamen, was Rochester, New York, en zij verrichtten predikingsdienst door sprekers te zenden naar onverschillig welke kerk die haar deuren maar wilde openen voor hen. Ook zij publiceerden een maandelijks tijdschrift, The Herald of the Morning (De heraut van de morgen). Een van deze groep kwam in het bezit van de Diaglott-vertaling van het „Nieuwe Testament” door B. Wilson en merkte er in op dat in Mattheüs 24:27, 37, 39 het woord dat de King James Version met komst weergeeft, vertaald wordt met tegenwoordigheid. Deze aanwijzing leidde deze groep er toe een onzichtbare tegenwoordigheid van Christus voor te staan, waarbij zij beweerden dat deze was begonnen in de herfst van het jaar 1874.b

Toch komt er nog een vierde stem van aankondigers van een onzichtbare tegenwoordigheid van Christus opdagen, een groep van oprechte studenten van de bijbel in Pittsburgh, Pennsylvanië, V.S., met haar voorzitter, C.T. Russell. Charles Taze Russell werd op 16 februari 1852 geboren in Old Allegheny (thans een deel van Pittsburgh); hij was een van de drie kinderen van Joseph L. en Eliza Birney Russell.c Beide ouders waren presbyterianen van Schots-Ierse afkomst. De vader van Russell dreef een kledingzaak. Zijn moeder overleed toen hij nog maar negen jaar oud was. Reeds als kind placht hij bijbelteksten met krijt op de trottoirs te schrijven, en ofschoon hij als presbyteriaan werd opgevoed, sloot hij zich aan bij de nabijgelegen congregationalistische kerk, omdat ze liberaler was. Op vijftienjarige leeftijd was Russell deelgenoot met zijn vader in een groeiend syndicaat van herenkledingzaken. Maar terwijl de dingen er voor de jonge Russell wat de zaken betreft goed voorstonden, was zijn geest ongerust. De leerstellingen van predestinatie en eeuwige straf bezorgden hem in het bijzonder moeilijkheden, en tegen de tijd dat hij zeventien jaar was, was hij een onomwonden scepticus geworden terwijl hij de bijbel en de geloofsbelijdenissen van de kerken terzijde schoof.

Gedurende de daarop volgende weinige maanden bleef Russell nadenken over het onderwerp van religie, niet in staat zijnde het te aanvaarden, en toch ook niet bereid het te laten varen. Ten slotte belandde hij op zekere dag, in het jaar 1870 in een stoffig en vuil zaaltje in een souterrain, in de buurt van zijn winkel in de Federal Street —

„om te zien of het handjevol dat daar bijeenkwam iets redelijkers had aan te bieden dan de geloofsbelijdenissen van de grote kerken. Daar hoorde ik voor de eerste maal iets over de opvattingen van de „Second Adventists” en de prediker daar was Dhr. Jones Wendell . . . Alhoewel zijn uiteenzetting van de Schrift niet geheel en al duidelijk was en hoewel het zeer ver verwijderd was van datgene waarin wij ons nu verheugen, was het voldoende om onder Gods leiding, mijn wankelend geloof in de goddelijke inspiratie van de bijbel te herstellen en om aan te tonen dat de verslagen van de apostelen en de profeten onverbreekbaar aan elkaar verbonden zijn.”d

Korte tijd hierna begonnen Russell en ongeveer vijf anderen van 1870 tot 1875 geregeld bijeen te komen ten einde een stelselmatige studie van de bijbel te maken. Let op de volgende beschrijving van de omschakeling van gedachten, welke de vrucht was van deze vijf jaren van gezamenlijke bijbelstudie.

„[Wij] begonnen spoedig in te zien dat wij ongeveer nabij het einde van het Evangelie-tijdperk leefden, en nabij de tijd waarvan de Heer had verklaard dat de wijzen en waakzamen van zijn kinderen tot een duidelijke kennis van zijn plan zouden komen. . . . Wij begonnen iets te begrijpen van de liefde Gods, hoe ze voor de gehele mensheid voorzieningen had getroffen, hoe allen moesten worden opgewekt uit het graf opdat er aan hen getuigenis mocht worden afgelegd van Gods liefderijke plan en hoe dan allen die geloof oefenen in Christus’ verlossende werk en gehoorzaamheid betonen in overeenstemming met de kennis van Gods wil, welke kennis zij dan zullen ontvangen, teruggebracht zouden worden (door Christus’ verdienste) tot volledige harmonie met God, en eeuwig leven zou worden geschonken. . . . Wij gingen het verschil inzien tussen onze Heer als ’de mens die zichzelf heeft gegeven,’ en als de Heer die zou terugkomen, een geestelijk wezen. Wij zagen dat geestwezens aanwezig konden zijn en toch voor mensen onzichtbaar. . . . Wij voelden ons ten zeerste gegriefd over de dwaling van de „Second Adventists,” die Christus in het vlees verwachtten, en leerden dat de wereld en allen daarop, met uitzondering van de „Second Adventists,” in 1873 of 1874 zouden worden verbrand, wier tijdbepalingen en teleurstellingen en over het algemeen wrede ideeën over het doel en de wijze van zijn komst, ons en allen die naar zijn komende Koninkrijk uitzagen en dit bekendmaakten, in meer of mindere mate smaad aandeden. Deze verkeerde opvattingen die er zo algemeen op na werden gehouden over zowel het doel als de wijze van de wederkomst van de Heer, brachten mij er toe een vlugschrift te schrijven — The Object and Manner of our Lord’s Return [Het doel en de wijze van de wederkomst van onze Heer], waarvan ongeveer 50.000 exemplaren werden gepubliceerd.”e

In januari van het jaar 1876 ontving Charles Russell voor het eerst een exemplaar van het maandelijkse tijdschrift The Herald of the Morning, gepubliceerd door de Rochester-groep met Nelson H. Barbour aan het hoofd. Spoedig werden er regelingen getroffen voor een ontmoeting tussen Russell en Barbour, aangezien men tot de ontdekking was gekomen dat hun inzichten hetzelfde waren betreffende Christus’ tweede komst als zijnde onzichtbaar. Hieruit vloeide voort dat de bijbelgroep te Pittsburgh van bijna dertig personen, besloot zich aan te sluiten bij de Rochester-groep, welke iets groter in aantal was. Russell werd tezamen met Barbour een mederedacteur voor The Herald of the Morning. De Pittsburgh-groep stemde er op Russells initiatief in toe in Rochester een kleine drukkerij te financieren voor de gezamenlijke drukkerswerkzaamheden. Er werd eveneens besloten een gebonden boek te publiceren, hetwelk hun gezamenlijke inzichten zou bevatten. Het werk kwam gereed in 1877. De 194-bladzijden tellende publicatie droeg de titel „Three Worlds or Plan of Redemption” (Drie werelden of plan van verlossing) door Barbour en Russell als gezamenlijke auteurs. Gedurende deze tijd begon Russell, nu op de leeftijd van vijfentwintig gekomen, zijn zakenbelangen te verkopen en ging al zijn tijd aan het predikingswerk besteden, waarbij hij van stad tot stad ging ten einde op de straten en, zondags, in protestantse kerken, waar hij zulks met de geestelijken kon regelen, tot verschillende verzamelingen van mensen te spreken.

Dit boek zette hun geloof uiteen dat Christus’ tweede tegenwoordigheid onzichtbaar was begonnen in de herfst van 1874 en daardoor een begin had gemaakt aan een veertigjarige oogstperiode. Vervolgens zetten zij met opmerkenswaardige nauwkeurigheid uiteen dat het jaar 1914 het einde betekende van de tijden der heidenen. — Luk. 21:24.

„Daarom eindigde Gods koninkrijk in 606 v. Chr., de diadeem werd verwijderd en de gehele aarde werd overgeleverd aan de heidenen. 2520 jaren gerekend vanaf 606 v. Chr., zullen eindigen in 1914 n. Chr., of veertig jaren vanaf 1874 gerekend; en deze veertig jaar die wij nu zijn binnengetreden, zullen zulk ’een tijd van benauwdheid zijn, als er niet geweest is, sinds dat er een natie geweest is.’ En gedurende deze veertig jaren zal het koninkrijk van God worden opgericht (maar niet in het vlees, ’het natuurlijke eerst en naderhand het geestelijke’), de joden zullen worden hersteld, de heidense koninkrijken in stukken worden gebroken ’gelijk een pottenbakkersvat’ en de koninkrijken van deze wereld zullen de koninkrijken van onze Heer en zijn Christus worden, en het oordeelstijdperk zal zijn ingeleid.” — Three Worlds or Plan of Redemption, blz. 83, 189.f

Na twee jaren van samengaan kwam er een beproeving welke een scheiding van de wegen veroorzaakte. In 1878 begon Barbour het slachtoffer te worden van hogere kritiek. Hij publiceerde een artikel in de Herald —

„waarin hij loochende dat de dood van Christus de rantsoenprijs was . . . en zeide dat Christus’ dood evenmin een vereffening was van de straf op ’s mensen zonden, als het steken van een speld door het lichaam van een vlieg en die vlieg lijden en de dood te doen ondergaan, door een aardse ouder als een juiste vereffening voor het wangedrag van zijn kind wordt beschouwd.”g

Deze onverbloemde loochening van een fundamentele bijbelse leerstelling deed de Pittsburgh-groep en Russell verbaasd staan. Maanden van argumenteren volgden gedurende welke in de Herald pro en contra artikelen werden gepubliceerd met betrekking tot de strijdvraag over het rantsoen. Tenslotte trok de bijbelgroep van Pittsburgh zich terug van de Barbour-groep ten einde een afzonderlijk bijbels publiciteitswerk te gaan ondernemen. Velen van de Rochester-groep kozen partij voor Russell en zijn medestanders in de strijdvraag over het rantsoen en ook zij gingen over naar de Pittsburghse vereniging. Deze scheiding bleek noodlottig te zijn voor de Rochester-groep, want binnen weinig jaren werd de Herald niet meer gepubliceerd en niets werd meer vernomen over deze vroege stem, die de „tweede komst”-roep had laten weerklinken. In ons volgende artikel zullen wij vernemen wie van deze vele stemmen ten slotte de goedkeuring van Jehovah ontving om er mede voort te gaan hem als Zijn getuigen te vertegenwoordigen voor toekomstig bedieningswerk.

[Voetnoten]

a The Small Sects in America (herziene uitgave 1949) door E.T. Clark, blz. 33, 34. Catholic Encyclopedia (1910, New York), „Irvingites.” Cyclopædia (McClintock & Strong, 1882, New York), „Millennium”; „Bengel, John Álbert.”

b Zion’s Watch Tower, Extra Editie, 25 april 1894, blz. 97-99 („Harvest Siftings”); W oktober-november, 1881, blz. 3.

c J.L. Russell stierf in 1897 op 84-jarige leeftijd. Hij was nauw verbonden geweest met zijn zoon in de werkzaamheden van het Genootschap. W 1 januari 1898, blz. 4.

d Harvest Siftings 1894, gepubliceerd door het Wachttorengenootschap, blz. 93-95.

e Idem, blz. 95-97.

f New York Sunday World Magazine, 30 augustus 1914, „End of all Kingdoms in 1914”; Pittsburgh Press Sunday Magazine, 23 augustus 1953, „Pastor Russell”; Pittsburgh Sun-Telegraph, 4 september 1954, „Jehovah’s Witnesses Continue to Grow in Strength, Faith.”

g Harvest Siftings, blz. 104.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen