„Hoe maakt gij een bekeerling?”
Our Sunday Visitor, een Rooms-Katholiek weekblad, zeide in zijn uitgave van 6 juli 1952 onder het bovenstaande opschrift onder andere: „HET BESTE ARGUMENT. Onze grootste aanbeveling is natuurlijk het goede voorbeeld dat wij door ons eigen leven stellen. De mensen kunnen niet nalaten bewondering te hebben voor eerlijkheid, reinheid, betrouwbaarheid, mededogen en alle Christelijke deugden. Er is iets in deugden wat een speciale bekoring en aantrekkelijkheid heeft. God schijnt dan door de ziel heen. Meer dan eens is er een jongeman op mijn bureau gekomen die zei: Vader, ik wil katholiek worden. Mijn meisje is katholiek en een geloof dat iemand zo verdomd goed kan maken — dat is nu juist de Kerk voor mij! Aldus heeft elk van ons zijn eigen kleine ’invloedssfeer’ — mensen die ons respecteren, ons om raad vragen en ons komen en gaan met grote belangstelling gadeslaan. Zij zien ons elke zondag naar de biecht en naar de Heilige Mis gaan. Zij zien ons vrijdags op kaas en koude sandwiches met gebakken ei knabbelen.”
Het zou geen kwaad kunnen op te merken dat niet alle mensen het eens zijn met de sentimentele minnaars die de „Eerw.” Bonaventure Fitzgerald, O.F.M. Cap. een bezoek brengen. Onder hen die het er niet mee eens zijn, bevindt zich niemand minder dan de hoofdredacteur van Our Sunday Visitor, Bisschop F. Noll zelf. In een toespraak over het gezinsleven, gericht tot de National Catholic Conference, die destijds in 1947 (12 maart) werd gehouden, verklaarde hij: „Bijna al het maatschappelijke kwaad heeft daar de overhand waar wij en niet waar protestanten wonen.” In gebieden waar de bevolking voor tachtig procent protestants is, „is het gezinsleven zeer gezond en het aantal echtscheidingen laag”, zo voegde hij er aan toe. „Daarentegen”, zo stelde hij er tegenover, „eindigt daar waar merendeels katholieken wonen, de helft van het aantal huwelijken met echtscheiding”.
Hoeveel belangrijker en doeltreffender is het redenen en Schriftuurlijke bewijzen te geven voor iemands geloof dan er mee tevreden te zijn de mensen te laten zien dat wij ’vrijdags op kaas en koude sandwiches met gebakken ei knabbelen’; alsof er enige verdienste in schuilt op vrijdag geen vlees te eten, terwijl de Bijbel ons duidelijk vertelt: „Het koninkrijk Gods betekent niet eten en drinken, maar betekent rechtvaardigheid en vrede en vreugde met heilige geest.” — Romeinen 14:17, New World Translation.
Terwijl Fitzgerald voortgaat de Katholieke „leken” raad te geven over de vraag „Hoe maakt gij een bekeerling?” verklaart hij: „Er is op zijn minst één punt dat wij, priesters, op leken voor hebben. Wij zitten tot over onze oren vol met kennis over religie. Onze opleiding en belezenheid hebben ons er van doordrenkt. Het komt praktisch gesproken onze poriën uit. Het is vrij moeilijk een priester die jarenlange studie van philosophie en theologie, het lezen van Kerkgeschiedenis en de geschriften van de Vaderen achter de rug heeft, met een vraag betreffende religie in het nauw te drijven. In de duizenden uren die hij aan het onderwijzen van bekeerlingen in de spreekkamer heeft besteed, heeft hij vrijwel elke vraag en moeilijkheid gehoord die bij iemand op kunnen komen of waarin iemand kan geraken. Dat hebt gij niet. Gij wordt door andere dingen beziggehouden. Gij meent dat gij al heel goed uw best hebt gedaan wanneer gij de Katechismus en een paar elementaire begrippen van Bijbelse geschiedenis meester bent.”
Hoe grondig priesters met de Bijbel op de hoogte zijn, afgezien van de hoeveelheid kennis die zij van theologie, philosophie, kerkgeschiedenis, enz. mogen hebben, kan worden nagegaan aan de hand van de fouten die voorkwamen in de afdeling „Bible Class Studies” van Our Sunday Visitor van 25 mei, 1952. Dit artikel zeide: „Naderhand kreeg Abraham weer een zoon, Ismaël genaamd.” Alsof Ismaël na Izak werd geboren, terwijl allen dienden te weten dat Ismaël geboren werd doordat er van ongeduld werd blijk gegeven in het wachten op een zaad dat Abraham bij Sara zou krijgen. Ook werd er in gezegd: „Nadat Lot van het vuur dat Sodom en Gomorra vernietigde, werd bevrijd, beloofde God Abraham een zoon.” In Genesis, hoofdstuk 15, lezen wij voor het eerst van Gods belofte aangaande een zoon. Hoofdstuk 18 schrijft over de waarschuwing ten aanzien van Sodom en Gomorra, alhoewel ons pas in het volgende hoofdstuk (19) wordt verteld over de vernietiging van Sodom en Gomorra. Het tijdschrift publiceerde correcties in zijn uitgave van 6 juli.
Indien zulke in het oog springende en frappante fouten kunnen worden geschreven door een Katholieke priester die Bijbellessen schrijft voor een officiële Rooms-Katholieke publicatie, en de eigen redactie deze fouten niet opmerkt, wat kan er dan van de gemiddelde Katholieke priester worden gezegd? Hun Schriftuurlijke geletterdheid moet dan wel van dezelfde kwaliteit zijn als die van de schrijver van het artikel.