Katholieken, is uw Kerk „waakzaam”?
KATHOLIEKEN, wat leert uw Kerk u over Christus’ komst? Wanneer hebt u uw parochiepriester voor het laatst een homilie of preek horen houden waarin werd uitgelegd hoe noodzakelijk het is dat alle christenen „waakzaam” zijn met het oog op de tweede komst van de Meester?
Uw antwoord op de eerste vraag zal waarschijnlijk zijn: „Weinig of niets”, en op de tweede: „Ik kan me niet herinneren dat hij daar ooit iets over gezegd heeft.” Deze antwoorden zouden geen verbazing wekken. In verband met de wederkomst van Jezus schrijft de katholieke geleerde William Marrin over de „mening — en ik denk dat de meeste katholieken deze nog steeds koesteren — dat de hele kwestie een krankzinnig tintje heeft. . . . Met andere woorden, de situatie is zo dat de meeste katholieken wel bereid zijn de Tweede Komst over één kam te scheren met de appel van Eva en Jona’s walvis”.
Toch geeft een katholieke bijbel Jezus’ woorden over zijn tweede komst als volgt weer: „Weest op uw hoede; weest waakzaam, want gij weet niet wanneer het ogenblik daar is. Het is er mee als met een man die in het buitenland vertoeft. Bij het verlaten van zijn huis heeft hij aan zijn dienaars het beheer overgedragen, aan ieder zijn taak toegewezen en de deurwachter bevolen waakzaam te zijn. Weest dus waakzaam, want ge weet niet, wanneer de heer des huizes komt, . . . Als hij onverwachts komt, laat hij u dan niet slapend vinden. En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: weest waakzaam!” — Mark. 13:33-37, katholieke Willibrordvertaling (WB).
Als dus zoveel katholieken ’slapen’ met betrekking tot Christus’ komst, komt dat dan niet doordat hun Kerk, die beweert de onfeilbare „deurwachter” in zaken van geloof en zeden te zijn, niet „waakzaam” is geweest?
BELANGRIJKHEID VAN TWEEDE KOMST ERKEND
Dit is des te verbazingwekkender omdat katholieke eredienst en dogmatiek de belangrijkheid van Christus’ wederkomst erkennen. Tijdens de mis zelf wordt er van de bijeengekomen „gelovigen” verwacht dat zij verscheidene keren antwoorden: „Wij verkondigen uw dood, Here Jezus, . . . wij verwachten uw komst in heerlijkheid. . . . Kom, Here Jezus!”
A Catholic Commentary on Holy Scripture verklaart heel nadrukkelijk:
„Dat Jezus Christus . . . bij het einde van de wereld in heerlijkheid zal komen ’om de levenden en de doden te oordelen’, is net zo’n vaststaand dogma van de katholieke theologie als het dogma dat hij reeds gekomen is en de mensheid heeft verlost.” — Blz. 835.
Enkele bladzijden verder is dit zelfde katholieke naslagwerk zelfs nog categorischer als het zegt: „Geen katholiek kan de Tweede Komst van Christus negeren.” — Blz. 838.
De katholieke auteur Kevin O’Brien schrijft in zijn boek The Belief of Catholics:
„Het is het werk van de Kerk de wereld voor te bereiden op de majestueuze Tweede Komst van Christus. . . .
Heel de geschiedenis is een voorbereiding op die dag.
. . . De Kerk heeft altijd vurig verlangd naar de Tweede Komst van haar Heer en Verlosser. Het is het vertrouwen dat tot uiting komt in de allerlaatste woorden van de bijbel, woorden die de Kerk zal laten weerklinken totdat ze werkelijkheid zijn geworden: „’Ja, Ik kom spoedig.’ Amen.”
Het is onmiskenbaar dat de katholieke dogmatiek de belangrijkheid van Christus’ wederkomst erkent. Maar is de Katholieke Kerk „waakzaam” gebleven, en is ze in de praktijk werkelijk ’de wereld aan het voorbereiden op de majestueuze Tweede Komst van Christus’?
KATHOLIEKE BIJBELS WIJZEN OP DE NOODZAAK VAN WAAKZAAMHEID
Jezus verklaarde in ondubbelzinnige bewoordingen dat hij, „de Mensenzoon”, zou terugkomen (Matth. 25:31-33, Petrus-Canisiusvertaling [PC]). Daar bestaat geen twijfel over. Hij stelde echter wel de volgende vraag: „Zal de Mensenzoon bij zijn komst wel geloof op aarde vinden?” (Luk. 18:8, PC) Dat is de vraag! Dat Christus’ wederkomst in de bijbel wordt geleerd, is boven alle twijfel verheven. Maar zoals de dingen zich thans op godsdienstig gebied ontwikkelen, is het de vraag òf hij nog wel christelijke mannen en vrouwen met geloof zal vinden die uitzien naar, of zelfs belangstelling hebben voor, zijn wederkomst.
Stelt u belang in Christus’ tweede komst, en zorgt u ervoor dat u daarvoor geestelijk wakker, „waakzaam”, blijft? Wist u dat uw eigen katholieke bijbels en bijbelse naslagwerken vaak wijzen op de noodzaak van waakzaamheid van uw zijde in dit opzicht? Laten wij nog eens enkele passages onder de loep nemen:
„Zoals het ging in de dagen van Noach, zo zal het gaan bij de komst van de Mensenzoon. Zoals toch de mensen in de dagen vóór de zondvloed doorgingen met eten en drinken, met huwen en ten huwelijk geven, tot op de dag waarop Noach de ark binnenging, en zij niets vermoedden, totdat de zondvloed kwam en allen wegrukte: zo zal het ook gaan bij de komst van de Mensenzoon. . . . Weest dus waakzaam, want gij weet niet op welke dag uw Heer komt.
Begrijpt dit wel: als de eigenaar van het huis wist op welk uur van de nacht de dief zou komen, zou hij blijven waken en in zijn huis niet laten inbreken. Weest ook gij dus bereid, omdat de Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht.” — Matth. 24:37-44, WB.
In een voetnoot bij deze verzen, vermeldt de Franse katholieke bijbelvertaling van Pirot en Clamer: „Vandaar dat de gelovigen, die zeker zijn van de parousie [tegenwoordigheid] van de Verlosser maar onzeker ten aanzien van het uur wanneer die zal plaatsvinden, zich te allen tijde gereed moeten houden, opdat zijn komst hen niet overvalt. De parabel waarschuwt ons voor de onaangename verrassing die ons ten deel zou vallen indien wij niet waakzaam zouden blijven.” — Wij cursiveren.
De voetnoot bij 1 Korinthiërs 1:7, 8 in de Jerusalem Bible vermeldt het volgende:
„Deze ’dag van de Heer’ . . . ook de ’dag van Christus’ genoemd . . . of ’de laatste dag’ . . . is de vervulling in het eschatologisch tijdperk [tijd van het einde], van de door Christus ingeluide en door de profeten voorzegde ’dag van Jahweh’ . . . en dit beslissende stadium in de geschiedenis der verlossing . . . zal worden voltooid door de glorierijke tweede komst . . . van de Soevereine Rechter . . . Deze dag van licht komt . . . maar wanneer precies is onzeker, . . . ondertussen moeten wij ons erop voorbereiden.” — Wij cursiveren; de weglatingen vertegenwoordigen zo’n vijftig schriftverwijzingen betreffende Christus’ wederkomst.
Bereidt u zich voor op Christus’ komst? Uw eigen katholieke bijbels verlangen van u dat u dit doet, ook al blijven uw priesters in gebreke u op dit uiterst belangrijke feit te wijzen.
HOE CHRISTUS WEDERKOMT
Op dit punt kan het goed zijn precies te vermelden wat de bijbel met Christus’ wederkomst bedoelt.
Nergens geeft de bijbel te kennen dat Christus lichamelijk naar de aarde zal terugkeren. Bij zijn eerste komst, heeft hij „zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden. En als mens verschenen heeft Hij zich vernederd”. Maar bij zijn opstanding „heeft God Hem hoog verheven”. — Fil. 2:5-11, WB.
Wanneer hij terugkomt, zegt hij deze „verheven” positie stellig niet vaarwel. Het Evangelie volgens Matthéüs verklaart: „Wanneer dan de Mensenzoon in zijn heerlijkheid komt, en alle engelen met Hem, zal Hij plaats nemen op de troon zijner majesteit. En alle volkeren zullen vóór Hem worden vergaderd; maar Hij zal ze van elkander scheiden, zoals een herder scheiding maakt tussen schapen en bokken.” — Matth. 25:31, 32, PC.
In overeenstemming hiermee vermeldt het supplement op de befaamde Franse katholieke Dictionnaire de la Bible: „In patristische literatuur duidt het woord parousie [tegenwoordigheid] heel vaak op de komst van Gods Zoon naar de aarde. . . . Dit gebruik van het woord is vreemd aan het gehele Nieuwe Testament, dat slechts melding maakt van de glorierijke Parousie.” „[Het zelfstandig naamwoord parousie] betekent in de allereerste plaats tegenwoordigheid, hetzij van personen of van dingen, vaak met het idee van actieve tegenwoordigheid in het geval van personen.” — Deel 6, kolom 1334, 1331.
Wat vaak Christus’ wederkomst wordt genoemd, heeft dus in werkelijkheid betrekking op de tijd dat hij, vanuit zijn hoog verheven positie in de hemel, actief tegenwoordig wordt met betrekking tot de aangelegenheden van de aarde.
TEKEN VAN CHRISTUS’ GEESTELIJKE TEGENWOORDIGHEID
Dat Christus’ tegenwoordigheid in heerlijkheid onzichtbaar zou zijn, wordt duidelijk bewezen door het feit dat hij er de noodzaak van inzag, zijn discipelen een teken te geven waardoor zij zouden weten dat hij actief tegenwoordig was. Het was trouwens in verband met dit teken dat hij alle christenen zei waakzaam te blijven (Mark. 13:33-37). Wij nodigen u uit een willekeurige katholieke bijbel te pakken en de details van dit teken te lezen in Matthéüs de hoofdstukken 24 en 25, Markus hoofdstuk 13 en Lukas hoofdstuk 21.
In een commentaar op deze hoofdstukken verklaart The Catholic Encyclopedia:
„De Schrift maakt melding van bepaalde gebeurtenissen die plaats moeten vinden vóór het laatste oordeel. Deze voorzeggingen waren niet bedoeld om als aanwijzingen te dienen voor het exacte tijdstip van het oordeel, want die dag en dat uur zijn slechts de Vader bekend, en het zal komen wanneer het het minst wordt verwacht. De bedoeling ervan was . . . dat christenen steeds het einde van de wereld voor ogen zouden houden.” — Deel 8, blz. 552.
Om enkele van de voorzegde „gebeurtenissen” te identificeren die aan de vernietiging van de goddeloze wereld zouden voorafgaan, vermeldt hetzelfde katholieke naslagwerk:
„Christus had duidelijk verklaard dat het Evangelie gepredikt zou worden aan alle natiën voordat het einde zou komen (Matth., xxiv, 14). . . . Van verscheidene andere tekenen wordt gezegd dat ze aan het einde voorafgaan of het inluiden, zoals een grote geloofsverzaking (II Thess., ii, 3sqq.), of afval van het geloof of goede werken (Luk., xviii, 8; xvii 26; Matth., xxiv, 12), de heerschappij van de antichrist, en grote maatschappelijke rampen en schrikaanjagende beroeringen in de natuur.” — Deel 5, blz. 533.
Is er ooit een grotere combinatie geweest van „grote maatschappelijke rampen” (oorlogen, revoluties, hongersnoden, pestilentiën), „schrikaanjagende beroeringen in de natuur” (verwoestende aardbevingen, tornado’s, grillig weer) en „een grote geloofsverzaking” of „afval van het geloof” dan sinds 1914? Ten aanzien van dit laatste punt erkende de katholieke priester-socioloog Andrew Greeley onlangs in een artikel in The Catholic Herald Citizen onder de kop „Steeds grotere afval onder katholieken”, dat dit cijfer „voortdurend groter wordt”, en voegde eraan toe: „In drommen verlaten de mensen de kerk.” Dit geldt ook voor de protestantse kerken.
WAT MOET U DOEN?
Alles wat er rondom ons gebeurt, duidt erop dat Christus’ tegenwoordigheid, of parousie, begonnen ìs, met andere woorden, dat hij zijn aandacht reeds actief richt op de aangelegenheden van de aarde. Binnenkort zal hij ’komen’ om Gods oordelen aan de goddelozen te voltrekken, en ook om zijn ware discipelen een rechtvaardig nieuw samenstel van dingen te doen binnengaan (Matth. 24:30; 2 Petr. 3:11-13). Wat dient u daarom te doen?
Mogen wij uw aandacht nog eens vestigen op een voetnoot in de katholieke Jerusalem Bible? Als commentaar op 2 Korinthiërs 6:2 verklaart deze bijbel: ’Er ligt een periode tussen de tijd van Christus’ komst en zijn wederkomst [om het oordeel te voltrekken]. Deze periode is de „dag van redding”, een tijd waarin bekering nog mogelijk is; een tijd verleend aan het „overschot” [vergelijk Romeinen 11:5, PC], en aan de heidenen [de rest der verloste mensheid]. Alhoewel de duur onzeker is, moet deze tijd van bedevaart als kort worden beschouwd, en vol beproevingen en lijden . . . Het einde is nabij, de dag nadert, en het is nodig waakzaam te zijn, en de tijd die er nog rest goed te gebruiken, voor de eigen redding en die van anderen, terwijl de uiteindelijke rechtvaardiging bij God berust.’ — Door ons gecursiveerd en van commentaar tussen haken voorzien.
U zult opgemerkt hebben dat alle in dit artikel geciteerde schriftplaatsen en boeken, uit katholieke bron afkomstig zijn. Bent u katholiek? In feite is alles wat wij doen, u vertellen wat uw eigen bijbel zegt en hoe het commentaar op deze teksten luidt in naslagwerken die door uw eigen Kerk zijn goedgekeurd. Wij vestigen eenvoudig uw aandacht op uiterst belangrijke feiten die uw Kerk en uw geestelijken verplicht zijn u te onderwijzen. Maar hebben zij u deze dingen geleerd?
Indien u, na de huidige wereldsituatie met bijbelprofetieën vergeleken te hebben, het ermee eens bent dat het teken van Christus’ tegenwoordigheid thans zichtbaar is, zou u dan niet ook een aandeel moeten hebben aan het verkondigen van de „Blijde Boodschap van het Koninkrijk . . . over heel de wereld . . . tot getuigenis voor alle volkeren”? — Matth. 24:14, WB.
Indien u bemerkt dat de Katholieke Kerk dit niet doet, waarom zou u dan binnen een kerk blijven die in gebreke is gebleven „waakzaam” te blijven met het oog op Christus’ tweede komst en die niets doet om overal ter wereld Gods koninkrijk als de enige hoop voor de mensheid te prediken?
Het tijdschrift dat u nu leest, is een bewijs dat Jehovah’s Getuigen wel wakker zijn gebleven en dat zij actief bezig zijn met de openbare verkondiging van het goede nieuws van Christus’ tegenwoordigheid. Waarom laat u zich niet door hen helpen om hetzelfde te doen?
[Inzet op blz. 88]
„Geen katholiek kan de Tweede Komst van Christus negeren.” — A Catholic Commentary on Holy Scripture, blz. 838.
[Inzet op blz. 89]
’De gelovigen moeten zich te allen tijde gereed houden, opdat zijn komst hen niet overvalt.’ — Katholieke bijbel van Pirot & Clamer.
[Inzet op blz. 90]
’Het is nodig waakzaam te zijn, en de tijd die er nog rest goed te gebruiken, voor de eigen redding en die van anderen.’ — Katholieke Jerusalem Bible.