Reizen doet het getuigenis toenemen (II)
HAWAII
HET morgenlicht bracht de met sneeuw bedekte toppen van het grote eiland van de Hawaii-groep in het zicht, Mauna Loa en Mauna Kea. Deze waren ten Zuiden van ons. Wolken onttrokken het gehele overige gedeelte van de eilanden aan het gezicht totdat het vliegtuig tot ongeveer 600 meter daalde en zich klaarmaakte om te landen. Toen konden wij ten Noorden van ons Koko Head en Diamond Head zien, twee uitgewerkte kraters op de kust van het eiland van Oahoe, en vervolgens konden wij Honoloeloe en Pearl Harbor zien. Het gehele eiland was zeer groen, in opvallende tegenstelling met wat wij op het vasteland hadden gezien. Toen het vliegtuig landde en naar het hoofdgebouw taxide, konden wij zien dat het had geregend en wij konden de warmte van de lucht voelen. Maar op de Hawaii-eilanden is niet alleen de lucht warm. Daar bij het hoofdgebouw wachtte een groep van ongeveer honderd verkondigers, die slingers droegen en gereed waren om ons op zeer warme wijze te verwelkomen. Velen waren in typisch Hawaiiaanse stijl en kleuren gekleed. Wij herkenden de Gileadieten en vele verkondigers die te Honoloeloe waren toen wij daar in 1947 een bezoek hadden gebracht. Een hek hield de toeschouwers van het vliegveld af, maar toen wij de ingang doorliepen, legde de ene verkondiger na de andere een slinger om onze hals. De slingers waren van geurige anjelieren, gardenia’s, orchideeën en andere frisse bloemen gemaakt, en ze waren schitterend samengebonden. Wij beiden werden zo zwaar met slingers beladen, dat wij ze tenslotte om onze armen moesten gaan hangen. Camera’s flitsten en een vertegenwoordiger van de pers vroeg om een verslag, waarover later in een van de dagbladen van Honoloeloe een uitgebreid artikel verscheen. De verwelkoming in Hawaii is iets wat niet te vergeten is, en die laatste dag van februari zal ons lang heugen.
Wij gingen door het hoofdgebouw en stapten in de klaarstaande auto. Wij reden door tamelijk druk verkeer naar Honoloeloe en spoedig waren wij op Pensacola Street 1228, waar het bijkantoor van het Genootschap voor het Territorium Hawaii is gevestigd. In de Koninkrijkszaal aan de achterzijde van het bijkantoor en op de binnenplaats er naast, was een aanzienlijke activiteit — er zou te Honoloeloe een congres worden gehouden en de cafetaria zou in de Koninkrijkszaal worden opgericht. Zoals gewoonlijk het geval is wanneer een bijkantoor wordt bezocht, wachtte er post en er waren veel vragen te beantwoorden en tevens was er bureauwerk te doen. Maar ons werk voor de eerste dag werd onderbroken, want de verkondigers in Oahoe hadden regelingen getroffen voor een internationale picnic zoals zij die alleen kunnen klaarspelen. Het strand aan de Hanauma baai nabij Koko Head was die avond van hen.
Opdat wij goed bij de groep zouden passen, en voor ons gemak, voorzag een van de broeders ons van typisch kleurrijke shirts, die wij graag droegen. In een auto snelden wij weg naar het oostelijke einde van het eiland. Het was slechts een paar kilometer naar het strand en wij genoten ten zeerste bij het zien van alle groene grasvelden, de hoge palmen en de vele bloemen die groeien rondom de moderne huizen welke langs de weg staan. Voordat wij het wisten, waren wij op onze plaats van bestemming. Het parkeerterrein was niet zoals men voor een strand zou verwachten; het bevond zich op de top van een grote heuvel. De Hanauma baai is klaarblijkelijk eens een krater van een werkende vulkaan geweest, waarvan drie wanden nog staan en één wand in de zee is verdwenen. Wij moesten langs een voetpad afdalen dat aan de kant van een steile rotswand was aangelegd. Beneden waren het witte zand en de koraalriffen van het strand, dat het tehuis was van een grote groep palmbomen. Iets verderop naar de mond van de baai toe, beukten de geweldige golven tegen de rotsen en zonden een sproeiregen van fijne druppeltjes hoog in de lucht, doch door het rif werd de kracht van de oceaan gebroken en langs het strand was het water kalm. Hoewel het niet regende, was het bewolkt en er was geen zonneschijn. Wij trokken ons niets aan van het weer, maar de verkondigers van Oahoe voelden zich behaaglijker met jekkertjes of wollen truien.
Zij die vroeg waren aangekomen, droegen de picnictafels aan en maakten er vier grote tafels van, elk ongeveer 12 meter lang. Er bleven groepjes per auto aankomen en spoedig waren daar misschien 200 mensen, die allen belangstelling hadden voor Jehova’s koninkrijk. Onder hen bevonden zich enkele broeders van het vasteland die met de boot naar Hawaii waren gekomen om het congres bij te wonen. Er waren ook anderen van het vasteland aanwezig, maar de meerderheid van de broeders was van Chinese, Japanse, Philippijnse, Koreaanse of Hawaiiaanse afkomst. Dit maakte het eten juist zo romantisch, want iedere persoon of elk gezin kwam met een of andere soort van voedsel aandragen en spreidde het uit op de tafels. Iedere verkondiger bereidde iets wat volgens de traditie bij zijn ras of nationaliteit behoorde, en daarom was er rauwe vis, poi, chow mein, gebakken garnalen, saladen, en vele andere dingen waarvan ik de namen niet weet. Sommigen aten met eetstokjes en anderen gebruikten lepels. Het was nagenoeg een avontuur van de ene tafel naar de andere te gaan en de spijzen te proeven. Een ieder amuseerde zich en mensen van alle nationaliteiten verenigden zich vol vreugde, Jehova dankbaar voor de kennis der waarheid. Sommigen waren van groepen buiten Honoloeloe gekomen en zij leerden elkander kennen. Nadat een ieder zijn honger had gestild, was er nog veel voedsel overgebleven. Er vormden zich groepjes en de verkondigers spraken over hun velddienstervaringen en vertelden hoe zij de waarheid hadden leren kennen, en sommigen stelden vragen en bespraken schriftuurplaatsen. Het was een plezierig voorproefje voor het weekeinde van het congres dat nog in het vooruitzicht lag. Om ongeveer 8.30 uur werd de picnic opgeheven en allen gingen huiswaarts voor een aangename nachtrust na urenlang in de frisse lucht te zijn geweest, en ten einde zich voor te bereiden voor de werkzaamheden die voor hen lagen.
De eerste maart was een dag die ons weer deed denken aan het congres dat in augustus van het afgelopen jaar in het Yankee Stadion te New York werd gehouden. De gehele dag door kwamen er vliegtuigen aan van de andere eilanden en congresgangers moesten worden afgehaald en naar hun slaapgelegenheden worden gebracht. In de Koninkrijkszaal werden borden geschilderd, verkondigers trokken uit in het aankondigingswerk, versnaperingstentjes werden opgericht, en mensen van alle nationaliteiten liepen bedrijvig heen en weer terwijl zij werkzaamheden die aan het congres voorafgingen, verrichtten. Broeder Henschel en ik moesten aangelegenheden behandelen in verband met het werk van het bijkantoor en spraken tot de zendelingen. ’s Avonds werd op straat aankondigingswerk verricht en tijdschriftenactie gehouden.
DE VERGADERING TE HONOLOELOE
Om 9 uur ’s morgens van de 2de maart begon het congres in de Lincoln school aan de Victoriastraat, vijf minuten lopen van de Koninkrijkszaal. De verkondigers hoorden twee lezingen en gingen toen uiteen naar het veld voor werkzaamheden in de Koninkrijksdienst. De Philippino-verkondigers bleven echter in de zaal, want om 10.15 uur zou de lezing „Kunt gij voor altijd in geluk op aarde wonen?” in het Ilokaans worden gehouden. Deze lezing was in het openbaar aangekondigd en het aantal aanwezigen bedroeg 41, wat zeer goed was.
Die middag kon de aula van de Roosevelt hogeschool worden gebruikt zodra de lesuren waren geëindigd. Deze aula zou van die middag af worden gebruikt als de plaats waar het congres werd gehouden. Om 3 uur n.m. zwermden de verkondigers de aula binnen en in enkele ogenblikken waren de meeste versieringen op het toneel aangebracht en was er een geluidsinstallatie geïnstalleerd. Dit toneel was een van de mooiste congrespodiums dat ooit op een congres werd gebruikt. Hawaii heeft vele bloemen en groene planten en deze werden vakkundig gebruikt, tezamen met gekleurd papier dat was gerangschikt als een dubbele regenboog met als achtergrond de groene gordijnen van het toneel van de aula. Niemand zou vermoeid worden wanneer hij in die aula zat en naar het podium keek. Bij de vooringang naar de aula werd op speciale wijze lectuur ten toon gespreid in de talen die op de eilanden worden gesproken, en hierdoor werd de aandacht getrokken van vreemdelingen en studenten aan de hogeschool die voorbijkwamen.
Hoewel alle sprekers het er buitengewoon goed afbrachten, was er één gedeelte van het programma dat zeer indrukwekkend was. Een broeder gaf een overzicht van het te New York gehouden congres. Hij begon bij de eerste dag en gaf, in verhaaltrant, een uitstekende en begrijpelijke opsomming van datgene wat er elke dag was gebeurd. Indien gij het congres te New York hebt bijgewoond, zult gij u herinneren dat er elke dag nieuwe toerustingen voor het gebruik van de Koninkrijksverkondigers werden verkrijgbaar gesteld. Elke keer wanneer de broeder een van deze publicaties noemde, kwam er een jonge zuster in een veelkleurig inheems kostuum op het toneel en hield de publicatie in de hoogte. Wanneer het verhaal vervolgens op een ander onderwerp overging, verdween het meisje van het toneel achter de coulissen. Enkele zusters waren in Chinese kostuums gekleed, anderen waren getooid in kledij die op de Philippijnen of op Hawaii wordt gedragen, maar allen droegen andere kleuren. Terwijl de broeder sprak, scheen er zich altijd iemand op het podium heen en weer te bewegen met de publicaties. Er werd in dertig minuten veel stof behandeld, en toen de laatste opmerkingen werden gedaan, kwamen alle zusters tegelijk op het toneel terug en stonden in een rij over het gehele toneel, terwijl een ieder van hen een van de publicaties in de hoogte hield. Het was een machtige demonstratie van wat Jehova gedurende de achtdaagse vergadering te New York door middel van zijn organisatie voor zijn volk heeft verschaft.
Eén broeder die over de pioniersdienst sprak en aantoonde wat een voorrecht het is in de volle tijd-dienst te staan, vertelde een van zijn ervaringen. Hij was naar het eiland Maoei gegaan om pionierswerk te verrichten, en op een dag toen hij op straat stond terwijl hij tijdschriftenwerk deed, sprak een koopvaardijmatroos hem aan. Hij vertelde de broeder hoe hij ten tijde van het grote congres van Jehova’s getuigen te New York was geweest en hoe gedurende het congres enige afgevaardigden er van bij hem thuis hadden gelogeerd. Gedurende die tijd vernam hij de waarheid, maar wegens zijn beroep had hij zich niet kunnen verbinden met de plaatselijke groep. Zijn schip lag verscheidene dagen in de haven en daarom deed hij gaarne mee aan het getuigeniswerk. Hij leende onmiddellijk een paar tijdschriften en kwam binnen tien minuten terug om er meer te vragen. De pionier vroeg hem hoe hij de tijdschriften die hij had, zo vlug verspreidde en hij zeide dat hij slechts zijn best deed. De nieuwe verkondiger deed het beter dan de pionier. De matroos ging gedurende zijn bezoek daar ook mee in de dienst van huis tot huis en genoot zeer van de vergaderingen. Hij zeide dat hij zeer was geholpen met de dienst van Jehova te beginnen en wanneer hij weer thuiskwam, zou hij deze dienst voortzetten. Aldus toonde de pionier de congresgangers te Honoloeloe aan dat wanneer men zulke interessante ervaringen wil opdoen, men een pionier dient te zijn, want hij zou de matroos nooit hebben ontmoet wanneer hij niet van huis was gegaan en op het andere eiland was gaan pionieren.
Het aantal aanwezigen op de vergaderingen van de eerste dag bedroeg 405, en de meesten van hen aten in de cafetaria in de Koninkrijkszaal. Dit was vijftien minuten lopen van de hogeschool. De maaltijden waren bereid door de verkondigers die zich vrijwillig hadden opgegeven, en het voedsel was uitstekend. De dienaar die over de cafetaria ging, zei dat het de laatste maal was dat zij gebruik konden maken van de uitrusting die zij voor een congres hadden, omdat het aantal verkondigers sterk is toegenomen en de uitrusting ontoereikend is. De meeste verkondigers aten buiten op de binnenplaats, zittend onder bananenbomen, palmbomen en vijgebomen, een omgeving waarop elk deftig hotel of restaurant jaloers zou zijn.
Zaterdagmorgen om 8.30 uur was er een vergadering voor de doop. Na de lezing namen de auto’s alle dopelingen naar het Ala Moana park te Honoloeloe, een strand dat van de heuvel af waar de Roosevelt hogeschool staat, bijna geheel kan worden gezien. Het was verbazend te zien hoe velen er daar werden gedoopt. De uitbreiding der Theocratie is in het Territorium Hawaii een feit, want die morgen gaven 66 personen blijk van hun wijding. Later op de dag werden er nog drie andere personen gedoopt die daar ’s morgens niet konden zijn, waardoor het totale aantal 69 werd.
Diezelfde morgen werd de aula gebruikt om openbare lezingen te houden in het Japans en Koreaans, welke beide lezingen wijd en zijd waren aangekondigd. De broeder die de openbare lezing in het Japans hield, trof regelingen binnen een paar weken te vertrekken ten einde zich bij de verkondigers in Japan te voegen en daar de kennis van de Koninkrijkswaarheid te doen toenemen. De verkondigers van Hawaii zullen Broeder Hanaoka missen, doch er zijn in Hawaii anderen die het werk onder de Japanse mensen op de eilanden kunnen voortzetten.
Op het programma voor de dag stond een aantal lezingen, demonstraties en de school der theocratische bediening. De sprekers brachten het er zeer goed af. Broeder Henschel en ik spraken elke dag van de vergadering, wij spoorden de broeders aan tot getrouwe dienst en brachten onder hun aandacht op welke wijze Jehova zijn dienstknechten behandelt met betrekking tot hun bescherming en gezondmaking.
Tijdens het gehele congres werd er speciale aandacht geschonken aan het leren van de liederen uit de nieuwe liederenbundel, die op de vergadering te New York was uitgegeven. Er was een speciaal koor samengesteld en dikwijls werd dit koor gevraagd een couplet van een nieuw lied te zingen zodat de anderen het konden horen en de juiste wijze konden leren waarop het gezongen moest worden. De uitstekende muzikale begeleiding hiervoor werd verzorgd door twee zusters. De verkondigers in Hawaii stellen er belang in alles goed te doen en zij wensten alle nieuwe liederen op de juiste wijze te leren.
Eén broeder die in de Katholieke religie was grootgebracht, vertelde hoe zeer hij zich verheugde een kennis van de waarheid te bezitten. Als Katholiek was hij er nooit toe aangespoord te lezen en te schrijven, en daarom had hij het nooit geleerd. Doch er waren vele dingen die hij niet kon begrijpen in verband met de religie en dikwijls verwonderde hij zich over hetgeen de priesters leerden. Op een dag kreeg zijn vrouw belangstelling in de theocratische publicaties en begon de Bijbel te bestuderen. De broeder hoorde zijn vrouw spreken over de dingen die zij had geleerd en daarom besloot hij te leren lezen zodat hij ook de waarheid kon leren. Thans kan hij zichzelf helpen wanneer hij de Koninkrijkswaarheid leest. Dit is nog een manier waarop de waarheid de mensen tot voordeel strekt.
Omdat er geen dagelijkse dienst is voor reizigers die naar de overzijde van de oceaan moeten, bleek het noodzakelijk dat wij Hawaii zondag 4 maart zouden verlaten. Dit betekende dat de openbare vergadering ’s morgens moest worden gehouden. De titel van de lezing was: ’Roep vrijheid uit in het ganse land.’ Van 10 tot 11 uur luisterde een gehoor van 707 personen oplettend terwijl ik de verordeningen van het Jubeljaar uiteenzette, die Jehova in Israël had vastgesteld, onder welke verordeningen alle in slavernij verkerende Israëlieten vrijheid konden verkrijgen, en aantoonde hoe de mensen in deze laatste tijd datgene nodig hebben wat er door werd voorschaduwd, namelijk, de vrijheid van de nieuwe wereld van rechtvaardigheid, want allen zijn door middel van Satans heerschappij tot knechtschap gebracht. Jehova God voorziet in vrijheid, en het is thans de tijd vrijheid uit te roepen op de gehele aarde. Het aantal aanwezigen was zeer goed, gezien het feit dat het hoogste aantal aanwezigen van de broeders en zusters 405 was. Men was er van overtuigd dat er een zeer goed getuigenis was gegeven en er veel belangstelling was opgewekt, en de broeders waren inderdaad opgetogen over hun vergadering.
De congressisten ontvingen de hartelijke groeten van de Bethelfamilie te Brooklyn en andere verkondigers die ik onlangs had ontmoet, en zij wilden zeer gaarne dat ik de hartelijke groeten van de verkondigers van Hawaii zou overbrengen aan anderen die op deze reis zouden worden ontmoet. Jehova’s dienstknechten stellen belang in hun broeders, waar dezen zich ook bevinden, en in het werk dat thans op de aarde wordt verricht.
Het Territorium Hawaii bestaat uit acht grote eilanden en enkele kleine eilanden. De bevolking telt ongeveer een half millioen mensen. Toen ik in 1947 de eilanden bezocht, waren er gemiddeld 130 verkondigers in het veld, en het trof mij werkelijk op deze reis 426 verkondigers te zien, het nieuwe hoogtepunt voor de maand januari. De verkondigers van Hawaii waren opgetogen, want zij waren er van overtuigd dat het niet erg lang meer zou duren of zij zouden de 34-procent-toename bereiken, waarnaar zij streven. Zij behoeven nog slechts 19 verkondigers er bij te hebben ten einde 445 verkondigers te bereiken, het hoogtepunt dat zij in 1951 hopen te halen. Zij vertonen een gestadige groei: vier jaar geleden hadden zij zeven groepen en nu hebben zij er tien, en drie geïsoleerde groepen die berichten inleveren. Op het ogenblik zijn er negen Gileadieten en 26 andere pioniers op de eilanden werkzaam. Enkelen van deze pioniers brachten hun verlangen tot uitdrukking op een goede dag naar Gilead en naar nieuwe gebieden te gaan. Het zal niet lang meer duren of de verkondigers van Hawaii zullen voor hun gehele gebied zorg kunnen dragen zonder enige hulp van buiten. Er zijn enige plaatsen waar hulp nodig is, en er werden regelingen getroffen enkele pioniers naar andere eilanden in de groep te sturen ten einde belangstellende mensen te helpen en nieuwe groepen op te richten. Alle verkondigers hebben hun geest op expansie gericht, en zij zijn verlangend voort te gaan vrijheid uit te roepen tot hen die treuren, en hen in aanmerking te doen komen voor het vrije koninkrijk, dat werd voorschaduwd door het Jubeljaar, waar zij de vreugde zullen ontvangen voor altijd in vrede en voorspoed te leven.
Maar al te spoedig kwam de middag en de tijd dat ons vliegtuig naar Fidzji zou vertrekken. Toen wij op de vlieghaven aankwamen, troffen wij daar een flink aantal congresgangers die ons een goede reis wilden wensen, maar in het uur dat wij op ons vertrek wachtten, groeide de schare aan tot meer dan 200, en wederom was het een kleurige en vreugdevolle vergadering, terwijl wij weer werden overladen met slingers. Het was een waar uitgeleide dat ons werd gegeven. Terwijl wij in het vliegtuig zaten en de motoren warm draaiden, gevoelde ik tegenzin Hawaii te verlaten wegens de liefde die door de verkondigers tot uitdrukking was gebracht, hun vriendelijkheid en hun ijver. Zij maken werkelijk dat hun gasten zich thuis voelen in Hawaii, hetgeen betuigd kan worden door vele verkondigers van Australië en Nieuw-Zeeland die door Hawaii zijn gekomen ten einde het verleden jaar te New York gehouden congres bij te wonen. Er is geen lange tijd voor nodig om onder het volk des Heren een hechte band te doen groeien. Waar iemand de Koninkrijksbelangen ook dient en bezig blijft in het werk des Heren, kan hij zich stellig thuis en onder ware vrienden voelen wanneer de geest des Heren aan de dag wordt gelegd. Maar wellicht komt er nog eens een gelegenheid terug te keren. Op de volgende plaats van bestemming wachtten anderen. Ook zij zouden de geest van Jehova bezitten en er zou werk te doen zijn.