Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w51 1/10 blz. 299-301
  • Reizen doet het getuigenis toenemen (I)

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Reizen doet het getuigenis toenemen (I)
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • OPONTHOUD IN CALIFORNIË
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1987
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1987
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1986
  • Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1985
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1985
  • Jaarboek van Jehovah’s getuigen 1975
    Jaarboek van Jehovah’s Getuigen 1975
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
w51 1/10 blz. 299-301

Reizen doet het getuigenis toenemen (I)

JEZUS was een energieke reiziger. Hij liet diep tot de geest van zijn volgelingen doordringen dat zij moesten reizen om het goede nieuws te prediken. Nadat hij het werk in de ene plaats had voltooid, „reisde [hij] van stad tot stad en van dorp tot dorp, en predikte en maakte het goede nieuws van het koninkrijk Gods bekend. En de twaalven waren bij hem” (Luk. 8:1, NW). Wellicht herinnert gij u dat Jezus al eerder in zijn loopbaan het voorbeeld had vastgelegd dat hij wilde volgen. Hij vergaderde niet slechts één kleine groep om zich heen en bleef altijd bij hen, doch hij gaf allen de gelegenheid het goede nieuws te horen en ging daarna verder naar nieuwe gebieden, want hij was door Jehova gezonden om getuigenis te geven aan alle afstammelingen van Israël. Toen de scharen hem trachtten te verhinderen van hen heen te gaan, zeide hij: „Ook aan andere steden moet ik het goede nieuws van het koninkrijk Gods bekendmaken, want hiertoe werd ik uitgezonden.” — Luk. 4:43, NW.

Ook al moest hij gedurende zijn reizen het hoofd bieden aan de tegenwerping dat hij door de demonen werd beheerst, welke tegen hem werd ingebracht wegens zijn goede werken, en ook al onderging hij vervolging en ondervond hij vele beproevingen en moeilijkheden, toch zette hij zijn rondreis door alle steden en dorpen voort. Wanneer hij reisde, zag hij altijd scharen van mensen en hij „gevoelde . . . tedere genegenheid voor hen, omdat zij gestroopt en toegetakeld waren als schapen zonder een herder. Toen zeide hij tot zijn discipelen: ’Ja, de oogst is groot, maar de werkers zijn weinigen. Smeekt daarom de Meester van de oogst dat hij werkers in zijn oogst uitzendt’” (Matth. 9:36-38, NW). Daarom koos Christus Jezus twaalf apostelen uit die hetzelfde soort van werk zouden doen dat hij deed, en hij zond hen uit om te prediken. Later in zijn bediening zond hij zeventig discipelen uit om te prediken, en na verloop van tijd namen honderden, ja, duizenden mannen en vrouwen het op zich de boodschap van het goede nieuws te prediken en zij reisden tot de einden der aarde. Juist het reizen dat zij deden, droeg er zeer toe bij dat het getuigenis toenam.

Waarom waren de apostelen en eerste Christenen energieke reizigers gelijk hun Meester Christus Jezus? Hun enige reden was, er op toe te zien dat Jezus’ woorden in vervulling gingen toen hij zeide dat het goede nieuws van het Koninkrijk in de gehele wereld tot een getuigenis zou worden gepredikt.

In deze tijd zien wij dat Jehova’s getuigen nog steeds reizen. De meerderheid van hen bevindt zich in de duizenden steden en dorpen over de gehele wereld, terwijl zij als groepsverkondigers werken, en in hun toegewezen gebied de mensen van huis tot huis, van dorp tot dorp en van stad tot stad bezoeken. De theocratische verkondigers die van huis kunnen, leggen grotere afstanden af, nemen de pionierdienst op zich en reizen in gebieden die niet door groepsverkondigers worden bereikt. En dan zijn er nog anderen die zendeling worden en naar verafgelegen landen gaan, ja, tot de einden der aarde. Het bezoeken van deze broeders in alle delen der aarde, is voor een ieder in Jehova’s organisatie een zeer gezegend voorrecht. Velen van hen die tot de einden der aarde hebben gereisd, waren gedurende de zomer van 1950 in het Yankee Stadion in de stad New York bijeen en verheugden zich over het samenzijn met broeders van hetzelfde kostbare geloof, waarna zij met hernieuwde kracht naar hun gebieden terugkeerden ten einde anderen van hun ervaringen en het voortschrijdende werk van het Koninkrijk te vertellen.

Van tijd tot tijd is het goed dat iemand van het hoofdbureau van het Genootschap te Brooklyn deze afgelegen gemeenten, zendingshuizen en bijkantoren bezoekt, ten einde de broeders daar te helpen met hun problemen. Daarom troffen N.H. Knorr, de president van het Genootschap, en M.G. Henschel regelingen weer een reis te gaan maken ten einde een bezoek te brengen aan hen die in verafgelegen gebieden een aandeel hebben in het grote oogstwerk dat bestaat in het bijeenvergaderen van enigen der „andere schapen”. Gedurende de reis heeft Broeder Knorr berichten opgezonden over zijn ervaringen, welke De Wachttoren hier gaarne zal publiceren.

Vrijdag, 23 februari, was een schitterende, zonnige, heldere morgen in New York. Wij ontbeten met de Bethelfamilie en daarna werden Broeder Henschel en ik door enigen van onze medewerkers van het hoofdbureau naar het vliegveld LaGuardia gebracht om onze reis naar het verre Oosten te beginnen. Op het vliegveld stapten wij aan boord van een TWA-Constellation en om 10 uur v.m. stegen wij op. Er woei een stevige bries, welke voor het vliegtuig een hulp was snel op te stijgen. Tevens deed deze bries veel van de mist en rook, iets wat voor de stad New York gewoon is, wegwaaien, en hierdoor kregen wij een zeldzaam mooi gezicht op het gebied van de wereldstad New York. De piloot vloog naar het Westen totdat hij over de rivier de Hudson was, vervolgens boog hij af naar het Zuiden en vloog over Jersey City. Wij konden alle beroemde wolkenkrabbers van de stad en eveneens de haven, de rivieren en de bruggen over de rivieren zien. Auto’s en treinen waren zichtbaar hoewel wij honderden meters hoog vlogen. Wij zagen duidelijk het Bethelhuis en vervolgens de masten van het radiostation van het Genootschap, WBBR, die op Staten-eiland in de lucht oprezen. Na dit speciale onthaal — een ware verlustiging voor het oog — vlogen wij naar het Westen in de richting van Chicago. Wij vlogen onderweg over Sunbury, Pennsylvanië, en zagen geen wolken totdat wij Ohio bereikten. Het ruige, bruine terrein van Pennsylvanië in wintertijd was hier en daar gestippeld met plekjes sneeuw, terwijl hier en daar een bevroren meer in het heldere zonnelicht schitterde. Rivieren en stromen volgden hun kronkelende loop door de valleien. Enige kolenmijnen deden zich aan het gezicht voor, met hun geweldige stapels zwartachtige sintels en vuile houten gebouwen. Wij vlogen meer dan 300 km per uur en het duurde dan ook niet lang of wij verloren de grond uit het gezicht en keken in plaats daarvan neer op de door de zon verlichte zee van donzige, witte wolken die zich tot aan de horizon uitstrekten. Wij doken door de wolken heen toen wij nabij Chicago kwamen en landden daar twintig minuten vóór de tijd.

Te Chicago verlieten enige passagiers het vliegtuig en anderen namen hun plaatsen in. Het duurde niet lang of wij vlogen weer hoog boven de Verenigde Staten in de richting van Los Angeles. Het moderne luchtverkeer is zodanig, dat men in een vliegtuig gemakkelijk kan lezen en schrijven wanneer het weer niet ruw is, daarom werd er enige post die nog niet was afgemaakt, verzorgd en tevens werden nog andere zaken die van het bureau waren meegenomen, in orde gemaakt. Wij namen een zuidelijker route, en vlogen over Kansas City en Albuquerque. Toen wij nabij de Colorado rivier kwamen, zagen wij de zon ondergaan, en het weer boven Californië was een beetje buiig. In het duister konden wij beneden de lichten van een stad zien en wij bemerkten dat van tijd tot tijd dezelfde lichten konden worden gezien. Ten einde de passagiers op de hoogte te houden, kondigde de piloot aan dat te veel vliegtuigen op de Internationale vlieghaven te Los Angeles trachtten te landen en dat wij boven Riverside cirkelden. Dit duurde ongeveer vijf minuten en toen kwam er bericht van de vlieghaven dat het veilig was Los Angeles te naderen. Doch boven Los Angeles was het wederom nodig boven de stad te cirkelen en verdere orders af te wachten. Tussen de vijftien en twintig minuten gingen heen met het kruisen boven de stad en het op dezelfde hoogte blijven vliegen zodat andere vliegtuigen die ook in de nabijheid waren, niet met ons vliegtuig in botsing zouden komen. Zeven- of achtmaal zagen wij dezelfde reeks theaters en zakenwijken en het ging er naar uitzien alsof wij urenlang in de lucht zouden hangen. Het was gelijk zoete muziek toen wij hoorden dat het landingsgestel naar beneden werd gelaten, want wij wisten dat de boodschap was gekomen dat het veilig was om te landen.

OPONTHOUD IN CALIFORNIË

Toen wij de grond bereikten, bemerkten wij waarom er zulke moeilijkheden op de vlieghaven waren. De Californische zon had een drukke dag gehad en vocht uit de Grote Oceaan opgetrokken en, nu het donker was geworden, was er wellicht een beetje regen binnengeglipt zonder het de Kamer van Koophandel te laten zien. Toen het vliegtuig vlak bij de hoofdgebouwen stilstond, zagen wij een man die in een regenjas was gekleed en een hoed op zijn hoofd had, naar de trap hollen en de trap opsnellen naar de deur van het vliegtuig. Hij had ongeveer veertig roodzwarte paraplu’s bij zich, en toen hij de deur opende en binnenstapte, kwam de identiteit van een ware Californiër aan het licht, want hij zeide: „Welkom in Miami!” Wij waren blij voor de paraplu-service en wij hebben met de broeders die ons afhaalden, erg gelachen over de wonderbaarlijke Californische ontvangst. Het was een lange reis geweest en een beetje humor aan het einde er van werd gewaardeerd.

Nadat wij onze bagage hadden afgehaald, reisden wij met een auto van de vlieghaven weg. Overal was water. Wij hadden nogal plezier door grapjes over het weer te maken toen wij door de stad reden. De Manchester boulevard geleek op een rivier. Het zou juist zijn geweest daar pontons te hebben, want het golvende water kwam tot aan de treeplank. Wij hadden honger en stopten daarom een paar minuten bij een klein café. Doch zelfs daar konden wij de regen niet vergeten, want, terwijl wij op ons voedsel zaten te wachten, kwam er een lek in het dak en druppelde er water op ons. Daarna gingen wij verder en toen wij aan de grenzen van de stad kwamen, bemerkten wij dat de regen was opgehouden en de volle maan scheen.

Wij bleven van 24 tot 27 februari in Californië. Gedurende die tijd maakten wij sneeuw, hagel, regen, winderige dagen en zonneschijn mee. Californië bood ons alle verscheidenheid die men maar kan vragen. Ons bezoek bij een aantal broeders was zeer verheugend. Wij werden in de gelegenheid gesteld het Palomar Observatorium te bezoeken, waar de 200-inch telescoop van Hale staat opgesteld, en waarover het tijdschrift Ontwaakt! (Engels) enige tijd geleden had geschreven. Terwijl het iets wonderlijks is de hemelen met het blote oog te zien, doet het zien van enige van de fotografieën die door middel van de reusachtige telescoop zijn gemaakt, je de oneindigheid van het grote universum van Jehova beseffen. Zelfs met dit grote „oog” kan men slechts een klein gedeelte van Gods prachtige en glorierijke schepping zien. Een dergelijke kennis diende voor alle mensen een hulp te zijn inzicht te verkrijgen in de Schepper, maar volgens de berichten wordt door de meeste geleerden die deze wonderbaarlijke telescoop gebruiken, niet de majesteit en eer van Jehova’s naam bekendgemaakt. In werkelijkheid weten degenen die hebben getracht de Allerhoogste te leren kennen en die Zijn Woord hebben bestudeerd, meer van Zijn heerlijkheid, eer en macht dan de beroemde geleerden.

Het Genootschap houdt er te Lynwood een depot op na voor het leveren van verschillende benodigdheden. Het is een druk klein plaatsje waar broeders hard werken ten einde elk jaar millioenen strooibiljetten te produceren voor het aankondigen van openbare vergaderingen. Door middel van dit depot wordt lectuur naar groepen en pioniers in het westelijke gedeelte van de Verenigde Staten verzonden, hetgeen een aanzienlijke besparing voor het Genootschap betekent. Het was belangwekkend te zien dat zij bestellingen voorhanden hadden voor meer dan zeven duizend exemplaren van de Nieuwe-Wereld-Vertaling der Christelijke Griekse Geschriften (Eng.), en er was geen enkel exemplaar in voorraad om deze bestellingen uit te voeren. Niet dat ik blij was dat zij niet alle bestellingen konden uitvoeren, maar er wordt door aangetoond dat de vraag groter is dan het aanbod en dat er overal mensen zijn die deze uitmuntende vertaling wensen te lezen. (Later bemerkten wij dat in de landen die wij bezochten, de vraag naar Bijbels ook de aanbod overtrof.) In het westelijke gedeelte van de Verenigde Staten bestaat grote belangstelling voor de waarheid, en er werd bericht dat in Californië honderden mensen meer hun standpunt innemen en een aandeel hebben in het grote bijeenvergaderingswerk. De geest en ijver van de broeders in Californië is uitstekend en zij gaan voort met het goede werk.

Dinsdagavond, de 27ste, was het erg koel. Kort voor middernacht kwamen er een aantal broeders van de plaatselijke groep naar de Internationale vlieghaven om ons een goede reis te wensen en groeten mee te geven voor hun broeders in het buitenland, waardoor ons een aangenaam vertrek werd bezorgd. De belangstelling die zij toonden in de reis, en hun vriendelijkheid ons te bezoeken, waardeerden wij zeer zeker. Enige minuten voor middernacht gaf de Pan American Airways ons te kennen aan boord te gaan van hun wachtende stratocruiser die naar Honoloeloe zou vliegen. Toen wij aan boord van het vliegtuig gingen, zwaaiden wij onze broeders vaarwel. Wij gingen op onze plaats zitten, maakten de veiligheidsgordels vast en begonnen het interieur van het vliegtuig te bekijken. De zitplaatsen waren groot en geriefelijk en het vliegtuig scheen in elk opzicht groter en beter. Nadat wij te middernacht waren opgestegen, konden wij de slaap goed vatten.

’s Morgens vernamen wij dat wij betrekkelijk laag hadden gevlogen, slechts 3600 meter hoog. De reis was zeer kalm en de piloot vertelde ons dat zij altijd op die hoogte vlogen waar zij de beste weersgesteldheden aantroffen. Deze vlucht overtuigde ons er van dat de Stratocruiser een van de beste vliegtuigen is voor lange-afstand-reizen. Doordat het twee dekken heeft, kan men wat rondwandelen en van een andere omgeving genieten. Het kleine benedendek is een conversatiezaal waar verfrissingen worden opgediend. Het gezicht op de aarde beneden wordt niet belemmerd door de vleugels of motoren, wat niet van het bovendek of grote dek kan worden gezegd.

(wordt vervolgd)

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen