Thans plannen maken voor de komende tijd
VELE lezers van De Wachttoren hebben hun hoop gesteld op de nieuwe aarde van de nieuwe wereld, waarin rechtvaardigheid woont. Wij denken aan die tijd van Koninkrijkszegeningen, en voor velen van ons is het leren kennen van die dingen er de oorzaak van geweest dat wij verder onderzochten en de studie van Gods Woord voortzetten. Doch wij hebben uit de Schrift meer geleerd dan slechts iets over de zegeningen van het Koninkrijk. Wij hebben Jehova, zijn naam, zijn Woord, zijn voornemens, de strijdvraag met betrekking tot zijn souvereiniteit, en zijn onverdiende goedgunstigheid die in deze tijd tot de mensen is uitgestrekt, leren kennen en begrijpen, en onze liefde voor hem is verdiept en onze aanbidding van hem is toegenomen. God op juiste wijze aanbidden, plaatst iemand in een toestand waarin rijke zegeningen zijn deel zijn.
Wanneer zullen deze toestanden van ware aanbidding beginnen? Over dit punt heeft het tijdschrift De Wachttoren gezegd: „Laten allen er een aanvang mede maken te spreken en te leven overeenkomstig het feit dat wij thans onder zijn koninkrijk zijn.” Wil dit zeggen dat zij die Jehova liefhebben, thans, vóór Armageddon, er een aanvang mede dienen te maken op soortgelijke wijze te leven als waarop zij na Armageddon op aarde zullen leven? Dat wordt er precies door te kennen gegeven. De zaak komt hierop neer, dat alleen degenen die in deze tijd voordat Armageddon losbarst, Jehova aanbidden en dienen, door de oorlog van Armageddon heen gebracht zullen worden, de nieuwe aarde, volgende op die beslissende tijd, binnengeleid zullen worden, en bevoorrecht zullen worden Jehova God dan te aanbidden.
Het vereiste waaraan daarom moet worden voldaan voordat wij de nieuwe wereld binnentreden, is, nu een aandeel te hebben in het aanbidden van hem. Jehova werd in 1914 Koning, toen hij in vervulling van het negentiende hoofdstuk van Openbaring, zijn aangestelde koning, Christus Jezus, als zijn koninklijke vertegenwoordiger op zijn hemelse troon plaatste. Sedert die tijd zijn Koninkrijkszegeningen naar Jehova’s dienstknechten gaan stromen. Ja, er is oorlog op aarde, en het is waar dat er hongersnood, ziekte en dood heersen en dat er andere benauwdheden zijn. De stoffelijke, na Armageddon komende zegeningen, die zijn inbegrepen bij de voordelen van het Koninkrijk, hebben de mensen, hetzij Jehova’s volk of anderen, nog niet ontvangen, maar de belangrijkere dingen zijn er thans.
De gelegenheid Jehova te aanbidden, de gelegenheid overeenkomstig zijn rechtvaardige eisen te leven, door zijn wet zoals die thans in zijn Woord, de Bijbel, voor ons tot uitdrukking is gebracht, te worden geleid, een volgeling van Christus Jezus te zijn, een standpunt in te nemen tegen de oude wereld van Satans organisatie en voor de Theocratie onder Christus Jezus, de boodschap van het goede nieuws van het Koninkrijk te prediken, aan allen die er op willen letten, te bewijzen dat wij onder de Koninkrijksheerschappij leven en dat wij Jehova thans aanbidden — deze dingen zijn bij ons, staan ons ter beschikking, en wij moeten ons er thans aan houden indien wij ze in de komende dagen na Armageddon willen beoefenen.
Het is niet slechts een klein onbeduidend handjevol mensen, georganiseerd in een of andere onbekende sekte, die een aandeel hebben in de aanbidding van Jehova. Integendeel: „Ik hoorde iets wat gelijk was aan een stem van een grote schare en aan een geluid van vele wateren en aan een geluid van zware donderslagen. Zij zeiden: ’Looft Jah, gijlieden, omdat Jehova onze God, de Almachtige, is begonnen als koning te heersen’” (Openb. 19:6, NW). Indien wij hopen dat wij zullen worden aangetroffen in die grote schare welke door de strijd van de grote dag van God de Almachtige heen gevoerd zal worden, moeten wij worden aangetroffen in de grote schare van lofprijzers van Jehova, die thans, vóór Armageddon, een aandeel heeft in de aanbidding van hem. Wij moeten thans, voor zover wij dit kunnen, in toewijding aan God leven, wanneer wij in de komende jaren op aarde hopen te leven.
GELDMIDDELEN VOOR HET KONINKRIJKSWERK
Hierin is de Schrift in deze tijd onze gids. Evenals stoffelijke dingen een secundaire plaats zullen innemen in verband met de aanbidding van Jehova in de nieuwe wereld, nemen ze ook in verband met de aanbidding van Jehova in deze tijd een zeer secundaire plaats in. Toen Jezus zeide: „betaalt . . . aan God [terug] wat van God is” zinspeelde hij niet op het gehoor geven aan een religieus verzoek om geld. Christus Jezus vroeg tijdens zijn gehele bediening nooit om een cent geld, en ook de apostelen en de vroege kerk niet. Christenen hebben nimmer een verzoek gedaan om geld en zij doen het ook thans niet. Als Christenen beseffen wij dat datgene wat wij aan God terugbetalen en dat wat wij hem verschuldigd zijn, onze aanbidding en onze liefde en dienst is. Stoffelijke dingen zijn bijkomstigheden.
Het grote bedrag aan geld dat in deze tijd nodig is opdat de werkzaamheden van het Watch Tower Bible and Tract Society (Wachttoren Bijbel en Traktaat Genootschap) en van Jehova’s getuigen, die door dit Genootschap worden gediend, voortgezet kunnen worden, bereikt ons zonder dat er een verzoek wordt gedaan, vrijwillig geschonken door Jehova’s getuigen zelf, door degenen die met hen zijn verbonden, door metgezellen, mensen van goede wil en anderen die gaarne zien dat het Woord Gods onder de mensen wordt verbreid en het verlangen hebben een gedeelte van de stoffelijke middelen waarmede zij zijn gezegend, voor dat doel te gebruiken. Wanneer deze geldmiddelen door het Wacht Toren Genootschap worden ontvangen, worden ze over de gehele aarde gebruikt om dit Bijbelse onderwijzingswerk voort te zetten, opdat de aanbidding van Jehova verbreid moge worden en opdat de schare van zijn lofprijzers moge toenemen.
Het geld dat wordt bijgedragen aan de verscheidene bijkantoren van het Genootschap, die over de gehele aarde zijn verspreid, is slechts een gedeelte van de financiële kosten der bediening van Jehova’s getuigen. Als plaatselijke gemeenten wordt door de duizenden groepen het bedieningswerk in hun gedeelte van het veld voortgezet, en iedere dienaar des Heren afzonderlijk voorziet in zijn eigen onderhoud, draagt zijn eigen kosten en gaat op eigen kosten naar de mensen wanneer hij zijn Bijbelse onderwijzingswerk verricht. De dienaar van Jehova kent deze tak van zijn dienst nauwelijks een tweede plaats toe in zijn gedachten, want alles wat hij bezit, zichzelf inbegrepen, is aan Jehova gewijd. Deze geest van liefderijke toewijding, die door God zo rijkelijk wordt gezegend, verklaart de wonderbaarlijke toename in zijn werk over de gehele aarde.
Van tevoren plannen maken, is een Schriftuurlijke en juiste handelwijze, en het Watch Tower Bible and Tract Society (Wachttoren Bijbel en Traktaat Genootschap) maakt gaarne van tevoren plannen voor zover het mogelijk is. Zij die verwachten dat zij gedurende de komende twaalf maanden wellicht geld aan het Genootschap wensen bij te dragen, worden elk jaar bevoorrecht naar het bureau van de penningmeester te schrijven en aldus hun verwachtingen in dit opzicht te kennen te geven. Dit is in het geheel geen belofte waardoor men zich verbindt, maar, wanneer zij die schrijven, op deze wijze te kennen geven wat zij van plan zijn te doen, geven zij slechts een aanduiding van wat zij hopen te kunnen doen. Daarom noemen wij het dikwijls „Goede Hoop”. Een bespreking van de aangelegenheid hier, is in het geheel geen verzoek om geld. Wanneer een afzonderlijke persoon op dit Wachttoren-artikel antwoordt, brengt hij slechts de verwachting tot uitdrukking dat hij overeenkomstig zijn tegenwoordige plannen de komende twaalf maanden een bedrag zal schenken. Hierdoor ontvangt het Genootschap een aanduiding waarop het zijn programma voor het komende jaar kan baseren.
Over deze aangelegenheid van het van tevoren plannen opstellen, schrijft de apostel Paulus in 1 Korinthe 16:2: „Een ieder van u legge elke eerste dag van de week in zijn eigen huis iets ter bewaring op zij naargelang hij voorspoedig is, zodat inzamelingen niet dan zullen geschieden wanneer ik kom” (NW). Over deze zelfde aangelegenheid vermeldt hij in 2 Korinthe 9:7: „Een ieder doe zoals hij in zijn hart heeft besloten, niet met tegenzin of onder dwang, want God heeft een blijmoedige gever lief” (NW). Een ieder die de bekendmaking van de Koninkrijksboodschap daarom financieel wenst te bevorderen, waardoor anderen er toe worden gebracht hun verwachtingen op de nieuwe wereld te stellen en zelfs nu in overeenstemming met deze verwachtingen te leven, kunnen dit te kennen geven door naar het Genootschap te schrijven.
Gij kunt bericht zenden naar het bijkantoor van het land waarin gij woont, en zend, wanneer gij in de Verenigde Staten verblijft, uw kaart of brief naar: Watch Tower Bible and Tract Society, Treasurer’s Office, 124 Columbia Heights, Brooklyn 2, New York. Wanneer gij naar het Genootschap schrijft, kan met betrekking tot uw „Goede Hoop” ongeveer het volgende worden vermeld: „Ik hoop dat ik gedurende de volgende twaalf maanden voor het werk dat bestaat in het loven van Jehova, in erkenning dat hij is begonnen als Koning te regeren, een bedrag van ƒ . . . . zal kunnen schenken, welke bijdragen ik in zulke bedragen en op zulke tijdstippen zal overmaken, als het mij gelegen blijkt te komen, en naarmate ik voorspoed heb door de onverdiende goedgunstigheid van Jehova God door bemiddeling van Christus Jezus [handtekening].” Het zal goed zijn als herinnering voor u zelf een afschrift van uw kaart of brief te behouden. Behalve het bovenstaande adres van het hoofdbureau te Brooklyn, staat op bladzijde 194 een lijst van adressen van andere bijkantoren, en een volledige lijst vindt u op de laatste bladzijde van het Jaarboek (Engels).
Wij begrijpen dat er vele personen zijn die wellicht niet overeenkomstig het bovenstaande naar het Genootschap wensen te schrijven, daar zij liever geen uitdrukking aan hun hoop of verwachtingen voor het komende jaar geven, doch slechts iets wensen bij te dragen wanneer het hun gelegen komt, naarmate de tijd verstrijkt. Dit wordt ten zeerste gewaardeerd.
Het is ons verlangen dat elke gift wordt gebruikt ter bevordering van de Koninkrijksbelangen. Dit zal alleen tot stand worden gebracht door de zegen van Jehova, de Koning. Tezamen met u wensen wij daarom onze gezamenlijke gebeden tot de Allerhoogste op te zenden voor zijn leiding en voor zijn zegen op het gebruik van deze dingen, en, bovenal, op de persoonlijke toewijding van ons in deze tijd aan de rechtvaardige vereisten die er met betrekking tot de aanbidding van hem zijn gesteld, opdat wij nu en na Armageddon aangetroffen mogen worden in die grote schare van lofprijzers van Jehova.