Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w58 1/1 blz. 3-8
  • Is ondervinding de beste leermeesteres?

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Is ondervinding de beste leermeesteres?
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • TOEN ONDERVINDING NIET HET GOEDE LEERDE
  • LERING TREKKEN UIT ’NOG NIET GEZIENE DINGEN’
  • JEHOVAH GOD, DE BESTE LEERMEESTER
  • ’Oordeel, o Jehovah!’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1956
  • De Koninkrijksregering in werking doen treden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1953
  • Wat te doen nu wij tegenover het einde staan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
  • Wanneer alle mensen wederom één God aanbidden
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1957
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
w58 1/1 blz. 3-8

Is ondervinding de beste leermeesteres?

„ONDERVINDING is de beste leermeesteres,” luidt een thans nog al populair gezegde. Slagzinnen als deze worden, omdat ze telkens worden herhaald en algemeen ingeburgerd zijn, dikwijls voor waar aangenomen zonder eens aan een zorgvuldig en nauwkeurig onderzoek onderworpen te worden. Iedereen weet dat ondervinding een leermeesteres is en daarom laten de meeste mensen dat kleine maar belangrijke woordje beste er maar zonder meer doorglippen. Ten onrechte echter, want daardoor is het gezegde niet langer waar.

Enkelen hebben getracht te bewijzen dat ondervinding een leermeesteres is, door Romeinen 5:3, 4 aan te halen: „Wij roemen ook in verdrukkingen, wetende dat verdrukking geduld bewerkt; en geduld ondervinding; en ondervinding hoop” (KJ). In nauwkeuriger moderne vertalingen komt het woord ondervinding niet voor en is de tekst aldus vertolkt: „Laten wij jubelen terwijl wij in verdrukkingen zijn, daar wij weten dat verdrukking volharding voortbrengt; volharding vervolgens een goedgekeurde toestand; de goedgekeurde toestand vervolgens hoop.”

Evenmin vormt Hebreeën 5:8 een bevestiging van het gezegde dat ondervinding de beste leermeesteres is, wanneer daar over Jezus staat: „Hoewel Hij de Zoon was, nochtans gehoorzaamheid geleerd heeft, uit hetgeen Hij heeft geleden” (SV). Jezus was nimmer ongehoorzaam; hij moest niet lijden om te leren van ongehoorzaam gehoorzaam te worden. In het begin van zijn bediening was hij reeds gehoorzaam onder beproeving, en zijn toegewijde gehoorzaamheid werd door de latere beproevingen op rechtschapenheid alleen maar groter. Deze smetteloze verlaagde zich nimmer tot zondigen om de zondigheid der zonde te leren kennen. — Matth. 4:1-11; Hebr. 7:26, SV.

Vaak haalt men Hebreeën 2:17, 18 aan om te bewijzen dat Jezus als mens moest ondervinden wat vleselijke zwakheid is, opdat hij de mensen volledig zou kunnen begrijpen en barmhartig jegens hen zou kunnen zijn: „Bijgevolg was hij verplicht om in alle opzichten gelijk zijn ’broeders’ te worden, opdat hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden in de dingen die in betrekking staan tot God, ten einde een zoenoffer te brengen voor de zonden van het volk. Want omdat hij zelf heeft geleden toen hij op de proef werd gesteld, kan hij degenen die op de proef worden gesteld, te hulp komen.” Jezus’ beproeving betrof niet een vleselijke zwakheid ten gevolge van de erfzonde, want zijn vlees was volmaakt en zondeloos. Hij had niet te strijden tegen de erfzonde in zijn lichaam. Zijn met succes doorstane beproeving gold zijn rechtschapenheid; de beproeving om in het vlees de aanvallen van Satan en zijn vertegenwoordigers tegen zijn vlees, welke beoogden hem van God af te keren, te doorstaan. Hij weet hoe moeilijk de beproeving is en kan zijn volgelingen in hun overeenkomstige ervaringen helpen. Dat hij in het vlees heeft overwonnen, is voor zijn volgelingen op zichzelf een aanmoedigend voorbeeld waardoor zij worden geholpen de beproeving het hoofd te bieden.

Er kan echter niet worden gezegd dat men moet ondervinden wat zulk een beproeving is om zich er in te kunnen verplaatsen. Dan zou Jezus in dit opzicht verstandiger zijn dan Jehovah God, want die ondervond dit niet. Toch begrijpt God schepselen van vlees en bloed beter dan zij zichzelf begrijpen: „Gelijk zich een vader ontfermt over zijn kinderen, ontfermt Zich de HERE [Jehovah] over wie Hem vrezen. Want Hij weet, wat maaksel wij zijn, gedachtig, dat wij stof zijn” (Ps. 103:13, 14, NBG). Hij begreep deze strijdvraag betreffende de rechtschapenheid zo goed dat hij, toen ze werd opgeworpen, doordat Satan Jehovah uitdaagde, met zekerheid kon zeggen dat enkele mensen de beproeving zouden kunnen doorstaan. Niet alleen Jehovah God, maar ook Christus begreep waartoe de mens in dit opzicht in staat was, want was hij niet gebruikt om de mens uit het stof te maken? (Kol. 1:16) Had hij niet gadegeslagen hoe Job en anderen de beproeving op hun rechtschapenheid met succes hadden doorstaan? Dit verstandige geestelijke schepsel behoefde dit niet bij ondervinding te leren. Dat hij echter vlees is geworden en zelf de beproeving heeft verduurd, is het grootste voorbeeld van rechtschapenheid jegens God en een voorbeeld voor zijn volgelingen.

TOEN ONDERVINDING NIET HET GOEDE LEERDE

Een goddelijke regel is: „Wie zichzelven verhogen zal, die zal vernederd worden; en wie zichzelven zal vernederen, die zal verhoogd worden” (Matth. 23:12, SV). Satan moest dit echter door ondervinding te weten komen, doordat hij trachtte zijn troon boven de sterren Gods te verhogen, hetgeen slechts tot een vernederende val leidde (Jes. 14:12-15, SV). Hij heeft blijkbaar niets geleerd uit de ondervinding die hij na 1914 heeft opgedaan, toen hij uit de hemel werd geworpen, want sedertdien heeft hij zijn strijd tegen Jehovah’s theocratische organisatie voortgezet en zelfs verhevigd, hetgeen tot zijn definitieve ondergang zal leiden. — Openb. 12:9, 13, 17; 20:1-3, 10, SV.

Nadat hij zelf in opstand was gekomen, bracht hij het eerste mensenpaar er door sluwe misleiding toe een poging te doen zich als goden te verhogen, maar zij ondervonden dat dit hen daarna tot zonde en dood leidde en niet alleen hen, maar zij sleepten het gehele menselijke geslacht in hun val met zich mee. Zij hebben na hun verdrijving uit Eden aan den lijve de ernstige gevolgen van hun ongehoorzaamheid ondervonden, maar toch hebben zij hierdoor niet geleerd dat het noodzakelijk was dat zij zich bekeerden en toegaven dat zij verkeerd hadden gehandeld.

Daarop volgde de degeneratie, maar de menselijke schepselen hebben niet nederig lering getrokken uit hun fouten, zij hebben niets geleerd uit de harde slagen welke de ondervinding hen toebracht, maar hebben steeds opnieuw weer verpletterende nederlagen geleden, dank zij hun trots en zelfverheffing. Tot in deze twintigste eeuw toe hebben zij noch uit eigen ondervinding noch uit die van anderen geleerd de valstrik der trots te mijden; integendeel, zij worden in deze laatste dagen al koppiger en hoogmoediger (2 Tim. 3:1, 4, SV). Ja, enkele arrogante personen nemen Satans dwaasheid zelfs over, door zichzelf boven Jehovah te verhogen, want zij geven voor dat zij God dagelijks van zijn hemelse troon hier naar de aarde laten komen om door hen op een religieus altaar geofferd te worden!

Oudere mensen hebben al veel ondervinding, maar dit houdt niet noodzakelijkerwijs in dat zij verstandig zijn. De jonge en betrekkelijk ervaringsloze Elihu verwachtte tevergeefs wijsheid te horen van Jobs drie bejaarde „vrienden,” en ten slotte sprak hij hen verontwaardigd op de man af toe: „Ik ben nog jong en gij zijt hoogbejaard; daarom schroomde ik en vreesde u mede te delen, wat ik weet. Ik dacht: Laat de ouderdom spreken, en de veelheid van jaren wijsheid verkondigen. Voorwaar, het is de geest in de stervelingen en de adem des Almachtigen, die hun inzicht geeft. Niet de bejaarden hebben de wijsheid, en niet de ouden verstaan wat recht is” (Job 32:6-9, NBG). Er blijkt niet uit het bericht of Elihu dacht laat de „jaren wijsheid verkondigen” omdat men in die tijd veel ondervinding opgedaan zou hebben, of omdat men dan veel tijd voor studie had gehad. Hij begreep evenwel wat belangrijker was dan deze beide, want hij zei: „Voorwaar, het is de geest in de stervelingen en de adem des Almachtigen, die hun inzicht geeft.” Hij besefte dat noch ondervinding noch jaren van studie ware wijsheid zouden brengen, wanneer Jehovah’s geest er niet op rustte.

Koning Salomo ontving wijsheid omdat hij Jehovah God had gevraagd om „een verstandig hart, om Uw volk te richten” (1 Kon. 3:9, SV). Salomo trachtte echter ook zijn wijsheid door ondervinding te doen toenemen: „Ik zeide tot mijzelf: Welaan, ik wil u op de proef stellen door vreugde, verlustig u dus in het goede. Maar zie, ook dit is ijdelheid. Van het lachen moest ik zeggen: Het is dwaas; en van de vreugde: Wat werkt zij uit? Ik stelde bij mijzelf een onderzoek in door mijn lichaam met wijn te verkwikken — terwijl mijn geest de leiding behield door de wijsheid — en het onverstand aan te hangen, totdat ik zou ontwaren, wat de mensenkinderen het beste kunnen doen onder den hemel gedurende de weinige dagen van hun leven” (Pred. 2:1-3, NBG). Het is echter noodzakelijk noch verstandig te trachten alles eens mee te maken om er de waarde van vast te kunnen stellen. Het is stellig het toppunt van dwaasheid zich aan zonde over te geven om uit eigen ervaring te weten wat ze is.

Salomo heeft wellicht door ondervinding veel nuttige dingen geleerd, zoals dat een huwelijk met heidense vrouwen hem er dwaas genoeg toe bracht demonen te gaan aanbidden en Jehovah’s ware aanbidding te verzaken, waardoor hij uit Jehovah’s gunst geraakte. Doordat hij die kennis door ondervinding trachtte op te doen, verspeelde hij de gelegenheid tot verkrijging van leven in de nieuwe wereld. Hoe veel beter was het geweest indien hij deze les niet door ondervinding, maar uit Gods geschreven Woord had geleerd: „Gij zult u ook met hen niet verzwageren; uw dochters zult gij aan hun zonen niet geven, noch hun dochters nemen voor uw zonen; want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen, en de toorn des HEREN tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen.” — Deut. 7:3, 4, NBG; 1 Kon. 11:1-11, SV.

LERING TREKKEN UIT ’NOG NIET GEZIENE DINGEN’

Jehovah God zei tot Noach: „Ik [zal] doen regenen op de aarde veertig dagen, en veertig nachten; en Ik zal van den aardbodem verdelgen al wat bestaat, dat Ik gemaakt heb” (Gen. 7:4, SV). Noach predikte deze boodschap, maar men bespotte zijn waarschuwing dat er een wereldomvattende vloed zou komen. Zou u, wanneer iemand u thans zou vertellen dat de regen zou gaan opstijgen, dit geloven? U zou denken dat het hem ergens aan mankeerde, want wij weten dat regen valt en niet opstijgt. Welnu, toen Noach in zijn tijd predikte dat er regen zou vallen, dachten de mensen dat hij gek was. Er kwam altijd vocht uit de grond op, waardoor de planten werden bevochtigd, en vallende regen was hun onbekend. In Genesis 2:5, 6 staat er over de aarde van voor de vloed: „De HERE God had niet doen regenen op de aarde . . . maar een damp was opgegaan uit de aarde, en bevochtigde den gansen aardbodem” (SV). Desondanks viel er in Gods bestemde tijd regen neer en die oorspronkelijke wereld vond haar graf in het water.

De les welke wij hieruit kunnen leren, is, Noach liet zich door God leren dat er regen kon vallen, maar de spotters wilden dit alleen maar bij ondervinding leren. Omdat men gewend was dat er water uit de grond opkwam en nog nooit had meegemaakt dat er water neerdaalde, beredeneerden zij dat zo iets onmogelijk was. Zij dachten in hun eigenwijsheid dat zij alles wisten; ze zouden het pas geloven wanneer het hun op een andere manier werd getoond. Dit gebeurde ook, maar het kostte hun hun leven. In dat geval was ondervinding de slechtste leermeesteres.

Wij kunnen lering trekken uit de ondervinding welke die oorspronkelijke wereld opdeed doordat ze door een wereldomvattende vloed werd overstroomd, want Jezus heeft de volgende waarschuwing gegeven: „Zoals de dagen van Noach waren, zal de tegenwoordigheid van de Zoon des mensen zijn” (Matth. 24:37). De mensen in Noachs tijd werden er onverhoeds door overvallen, omdat ze in beslag werden genomen door hun zelfzuchtige bezigheden en ongeïnteresseerd spotten met de waarschuwing voor iets wat zij voor onmogelijk hielden. Evenals Noach ’door God werd gewaarschuwd aangaande dingen die nog niet zijn gezien,’ weten de hedendaagse getuigen van Jehovah door hun bijbelstudie dat God heeft gewaarschuwd voor een „grote verdrukking . . . zoals niet is voorgekomen sedert het begin der wereld tot nu toe, en ook nooit weer zal voorkomen” (Hebr. 11:7; Matth. 24:21; Openb. 16:13-16, SV). Dit betekent dat de verdrukking van Armageddon de Vloed zal overtreffen wat vernietigingskracht en omvang betreft, en dat dit een volkomen nieuwe ondervinding zal zijn voor „deze tegenwoordige boze wereld” (Gal. 1:4, SV). Jehovah zal in de strijd van Armageddon van wonderbaarlijke middelen gebruik maken, zoals in vroeger dagen toen hij voor Israël streed door enorme ijsblokken op de vijand te werpen, toen zijn doodsengel in één nacht 185.000 man sloeg, toen hij de Egyptische legerscharen in de Rode Zee liet omkomen (Joz. 10:11; Jes. 37:36; Ex. 14:27, 28, SV). Gods gramschap werd toen tot uitdrukking gebracht, maar Armageddon zal ze verre in de schaduw stellen.

Wanneer men er thans de aandacht op vestigt dat Armageddon voor de deur staat en dat er dan een geweldige vernietigingskracht ontplooid zal worden, spotten de meeste mensen en zeggen dat dit onmogelijk is omdat zij zoiets wonderbaarlijks nog nimmer eerder hebben gezien. Evenals toen in Noachs tijd, willen deze huidige spotters beslist bij ondervinding weten wat Armageddon is. Een kleine groep personen van goede wil jegens God neemt de goddelijke waarschuwing betreffende Armageddon echter wijselijk ter harte, evenals Noach en zijn gezin zich door God over de vloed lieten onderwijzen en Zijn instructies opvolgden. Zij verkiezen Jehovah als Leermeester boven ondervinding als leermeesteres en zullen daardoor de les van Armageddon betreffende Gods almacht en oppermacht, met goed gevolg doorlopen.

JEHOVAH GOD, DE BESTE LEERMEESTER

Jehovah God heeft zijn grenzeloze wijsheid niet door ondervinding opgedaan. Hij weet „van den beginne aan . . . het einde” voordat hij er enige ondervinding mee kon opdoen (Jes. 46:10, SV). Hij beveelt christenen ondervinding niet aan als de beste leermeesteres. „Zij zullen allen door Jehovah onderwezen worden” (Joh. 6:45; Jes. 54:13, SV). Niet kennis welke door ondervinding is verworven, leidt tot eeuwig leven, maar „dat zij kennis tot zich nemen van u, de enige waarachtige God, en van hem die gij hebt uitgezonden, Jezus Christus” (Joh. 17:3). Het is evenmin nodig dat onervaren personen ondervinding opdoen; er zijn veeleer geïnspireerde spreuken gegeven „om wijsheid en tucht te verkrijgen, om verstandige woorden te verstaan, om de tucht aan te nemen, die verstandig maakt, gerechtigheid en recht en rechtschapenheid; om den onverstandigen schranderheid, den jongeling kennis en bedachtzaamheid te geven” (Spr. 1:1-4, NBG). Men leert meer van een verstandige berisping dan van harde ondervinding, en de verstandige persoon zal er meer door leren dan een dwaas van ondervinding: „Een berisping maakt op den verstandige meer indruk dan honderd slagen op een zot.” — Spr. 17:10, SV.

Israël negeerde herhaaldelijk de goddelijke berisping en stelde zich daardoor dwaselijk bloot aan de gesel van aanvallen en onderdrukking der vijanden: „Zij verlieten den HERE, hunner vaderen God, Die hen uit Egypteland had uitgevoerd, en volgden andere goden na van de goden der volken, die rondom hen waren en bogen zich voor die, en zij verwekten den HERE tot toorn. Zo ontstak des HEREN toorn tegen Israël, en Hij gaf hen in de hand der rovers, die hen beroofden; en Hij verkocht hen in de hand hunner vijanden rondom; en zij konden niet meer bestaan voor het aangezicht hunner vijanden. En wanneer de HERE hun richteren verwekte, zo was de HERE met den richter, en verloste hen uit de hand hunner vijanden al de dagen des richters; want het berouwde den HERE, huns zuchtens halve vanwege degenen, die hen drongen en die hen drukten. Maar het geschiedde met het versterven des richters, dat zij omkeerden, en verdorven het meer dan hun vaderen, navolgende andere goden, dezelve dienende, en zich voor die buigende; zij lieten niets vallen van hun werken, noch van dezen hun harden weg.” — Richt. 2:12, 14, 18, 19, SV.

Blijkbaar had de natie Israël weinig geleerd uit deze harde ondervinding, want onder richters en koningen beging ze herhaaldelijk dezelfde fouten en bracht zich daardoor in moeilijke omstandigheden. Haar weerspannige handelwijze leidde er ten slotte toe dat ze als voorbeeldige theocratische natie werd verstoten (Ezech. 21:24-27, SV). Jehovah God heeft Israël deze moeilijkheden niet bezorgd, maar ze haalde ze zichzelf op de hals doordat ze Gods geboden niet gehoorzaamde. Jehovah God gaf Israël kastijdende berispingen om haar weer op het juiste pad te brengen, maar door dwaasheid en weerspannigheid duurden de goede gevolgen van zulk een berisping niet lang. Thans zullen christenen die fouten maken en zich daardoor in nare omstandigheden brengen, zachtmoedig en verstandig voordeel trekken uit Jehovah’s liefderijke terechtwijzing. „Mijn zoon, acht het strenge onderricht van Jehovah niet gering en bezwijk niet wanneer gij door hem wordt berispt; want die Jehovah liefheeft, wordt door hem streng onderricht.” „Toch werpt het voor hen die er door zijn geoefend, een vreedzame vrucht af, namelijk, rechtvaardigheid” (Hebr. 12:5, 6, 11). Niet door harde ondervinding, waar wij zelf de oorzaak van zijn, maar door Jehovah’s strenge onderricht en terechtwijzing leren wij en oefenen wij ons in de weg der rechtvaardigheid.

De huidige wereld is gelijk het Israël van vroeger. Ze mag nu wel pochen dat ondervinding de beste leermeesteres is, maar in dat geval is ze wel een heel domme leerlinge. Haar bewoners hebben de afgelopen duizenden jaren ondervonden wat zonde is, maar ze hebben nog maar steeds niet geleerd haar te mijden. Ze hebben ondervinding opgedaan op het gebied van onzedelijkheid en godslaster, maar dit heeft er alleen maar toe geleid dat zij hierin meer ervaren werden, dat ze zich nog meer slechte gewoonten gingen aanwennen, zodat wij ons nu in de gedegenereerde toestand bevinden welke voor de laatste dagen was voorzegd. Telkens weer doorloopt deze oude wereld de kringloop van bloedige oorlogen en gruweldaden, zodat haar miserabele geschiedenis zich in ieder geslacht herhaalt; ze heeft uit al deze ondervinding echter niets geleerd. Zelfs dit geslacht niet. Na twee vruchteloze wereldoorlogen, gordt het zich thans voor de derde. Evenmin als een zeug welke tot haar modder en een hond die tot zijn uitbraaksel terugkeert, leert de wereld iets uit ondervinding, ook al zegt ze dat ondervinding de beste leermeesteres is. In Armageddon zal die „beste leermeesteres” ’s werelds ergste en laatste ondervinding zijn. Ze zal dood zijn — om voor nimmer opgewekt te worden — als ze deze school van harde slagen doorlopen heeft. — 2 Petr. 3:7, SV.

Personen van goede wil jegens God geloven echter niet dat zij zich weloverwogen aan zonde moeten overgeven, om uit ondervinding de zedelijke maatstaven te leren waarderen, of dood moeten gaan om te beseffen hoe waardevol het leven is, of in Armageddon Jehovah’s macht aan den lijve te ondervinden om er van overtuigd te zijn dat hij ze bezit. Zij zien op naar Jehovah God en Christus Jezus als de beste Leermeesters. De mens leeft thans maar kort en hij doet maar weinig ondervinding op, terwijl Satan duizenden jaren ondervinding heeft in het misleiden van mensen, in het leggen van valstrikken. Wij kunnen onze ondervinding niet tegenover de zijne stellen en dan nog verwachten te overwinnen. Wij moeten Satans langdurige ondervinding bestrijden door gebruik te maken van Jehovah’s grenzeloze wijsheid. Wij hebben de beste leermeesters nodig om te leren hoe wij de valstrikken van Satan uit de weg kunnen gaan. In God en Christus hebben wij zulke Leermeesters. In de bijbel hebben wij hun kosteloze onderricht. — Spr. 2:1-12; 3:13-18, SV.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen