Het toegewezen werk verrichten
VOLGENS een populair lied ’heeft de gelukkige oude zon niets anders te doen dan de gehele dag langs de hemel te reizen’. De zon heeft veel meer te doen dan lui langs de hemel te trekken. De zon werd gemaakt om te werken. Ze werd geschapen als een „licht tot heerschappij des daags” (Gen. 1:16). Ze is de haard van de aarde, verschaft warmte en maakt leven mogelijk. Wanneer de zon geen werk verrichtte, zou Prediker 1:7 (KB) niet waar zijn: „Alle rivieren stromen uit in zee en toch wordt de zee nooit voller; naar de plaats van hun oorsprong keren immer de stromen weer.” Waarom niet? Welnu, elke seconde heft de zon 16.000.000 ton waterdamp uit de zeeën omhoog, welke damp wolken wordt die landwaarts drijven en regen naar beneden doen storten. Zonder de werkende zon zouden de wateren der zee niet naar de rivieren terugkeren, vanwaar ze zijn gekomen, en de regenval zou ophouden. Het is goed voor ons dat de zon meer doet dan slechts de hele dag langs de hemel reizen.
De maan werkt ook en is geschapen als een „licht tot heerschappij des nachts” (Gen. 1:16). Ze is de macht waardoor de getijden worden veroorzaakt. Zon, maan en sterren verrichten een werk van lofprijzing, zoals door Psalm 19:2-4 (KB) wordt aangetoond, wanneer wij ons een letterlijk beeld van deze tekst vormen: „De hemelen verhalen de heerlijkheid Gods; het uitspansel verkondigt het werk zijner handen. De ene dag meldt het luid aan de andere, de ene nacht openbaart het aan de volgende. Geen spreken is dat, geen taal: onhoorbaar zijn de klanken ervan. Toch stuwt hun lied over heel de wereld heen, hun ruisen tot het einde der aarde.”
De aarde werd gemaakt om te werken, te voeden en leven te onderhouden. Ze is geen werkeloos lichaam, maar draait zo snel dat haar oppervlakte bij de equator meer dan zestienhonderd kilometer per uur aflegt. Hierdoor hebben wij nacht en dag. Bovendien suist de aarde met een snelheid van 107.700 km per uur in haar baan om de zon, en zo onvermoeid dat ze jaar in jaar uit deze lange reis van bijna 940.000.000 km voltooit, zonder 1/1000 seconde van haar schema af te wijken. Indien ze deze tocht niet zou maken, zouden wij geen wisselende jaargetijden hebben. Gelukkig voor ons dat de aarde niet werkeloos in de ruimte hangt.
En toen de mens op de aarde werd geplaatst, werd hem geen dromerig en lusteloos bestaan toegewezen, alsof ledigheid de ideale toestand zou zijn. Toen God de man maakte, „zette [Hij] hem in den hof van Eden, om dien te bouwen, en dien te bewaren”. Bovendien moest hij tezamen met Eva kinderen grootbrengen, de aarde onderwerpen, de Edense toestanden over de gehele aarde verbreiden en heerschappij voeren over de andere vormen van aards leven (Gen. 1:26-28; 2:15). God schiep de mens gelukkig niet, opdat hij een loopbaan van lanterfanten zou volgen. Ledigheid is een strik die tot de dood leidt. — Ezech. 16:49; 1 Tim. 5:13.
Zelfs de lagere dieren verrichten nuttige dienst. Om maar een van deze vele diensten uit te kiezen, hoe staat het met de insecten die planten bestuiven en het mogelijk maken dat dit groene gewas zich voortplant en vrucht draagt? Ja, Jehova God gebruikt zelfs een van deze nietige lagere schepselen als een voorbeeld van werkzaamheid, door te zeggen: „Ga tot de mier, o luiaard, beschouw hare wegen, en leer wijsheid! Zij heeft noch aanvoerder, noch meester, noch opperhoofd, en toch zij schaft zich in den zomer hare spijs aan, en vergadert in den oogsttijd haar voedsel” (Spr. 6:6-8, Belg. PB). Hebt gij ooit een mier gezien die zich op zijn gemak in de zon lag te koesteren? Jachten ze niet veeleer altijd en verrichten ze hun bezigheden niet energiek?
Jehova God, de Schepper, werkt, en zijn werk is volmaakt (Deut. 32:4). Hij kan na zijn scheppingswerk met betrekking tot de aarde, een sabbat zijn ingegaan, maar dat dit niet betekende dat hij een nietsdoener in het universum werd, wordt daarna door Jezus’ woorden aangetoond: „Mijn Vader werkt tot nu toe, en Ik werk ook.” Toen Jezus op aarde was, zeide hij: „Ik moet werken de werken Desgenen, Die Mij gezonden heeft.” Toen Jezus twaalf jaar oud was, werkte hij in de dienst van zijn Vader, en jaren later stierf hij als een getrouwe werker die getuigenis aflegde van Jehova’s waarheid (Joh. 5:17; 9:4; 18:37; Luk. 2:42-49). Jezus volhardde in het werk van God zo ijverig, dat hij een voorbeeld voor Christenen werd: „Tot deze loopbaan [werd gij] geroepen, omdat zelfs Christus voor u heeft geleden, waardoor hij u een voorbeeld heeft nagelaten, opdat gij nauwkeurig in zijn voetstappen zoudt treden.” — 1 Petr. 2:21, NW.
Christus wees zijn navolgers werk toe toen hij hun het bevel gaf zijn getuigen te zijn en discipelen te maken, en verklaarde: „Dit goede nieuws van het koninkrijk zal op de gehele bewoonde aarde worden gepredikt met het doel een getuigenis aan alle natiën te geven, en dan zal het volledige einde komen” (Matth. 24:14; 28:19; Hand. 1:8, NW). En wanneer Christenen als een organisatie samenwerken, dient een ieder zich aan zijn persoonlijke toewijzing te houden en te beseffen dat Jehova een ieder aanstelt zoals het Hem behaagt, en dat alle toegewezen diensten noodzakelijk zijn (1 Kor. 12:18-25). Bedenkt dat Satan een verhevener plaats begeerde dan de plaats die hem was toegewezen, en dat dit tot zijn val leidde. Trachtte Mirjam zich niet tot een hogere positie in de dienst te verheffen, en werd zij hiervoor niet door God berispt? En toen Korach opstandig naar een meer in het oog vallende plaats in Israël dong, ging de aarde toen niet open en verzwolg hem? Hoeveel beter was eeuwen later de houding van zijn nakomelingen, welke houding in de psalm voor hen onder woorden werd gebracht: „Ik koos liever dorpel-wachter te zijn van het huis mijns Gods, dan te vertoeven in der godloozen tenten” (Num. 12:1-15; 16:1-3, 31-33; Ps. 84:11, Pa, kanttek.; Jes. 14:12-15). Wanneer iemand de hem toegewezen dienst tracht te veranderen, vergeet hij het theocratische beginsel dat in Psalm 75:7, 8 tot uitdrukking is gebracht: „Want het verhogen komt niet uit het oosten, noch uit het westen, noch uit de woestijn [uit het zuiden, Pa]; maar God is Rechter; Hij vernedert dezen, en verhoogt genen.” Gij dient derhalve niet het werk te begeren en na te jagen dat anderen is toegewezen. Gij dient ’aan uw werk te blijven’. — 1 Tim. 4:16, Mo.
Dan zullen wij worden gezegend. Dan zullen wij succes hebben. Het werk dat God ons toewijst, is het werk dat wij, door zijn genade en geest, kunnen verrichten. Wij kunnen niet het werk van de zon verrichten en elke seconde 16.000.000 ton water opheffen. Wij kunnen niet de getijden veroorzaken, zoals de maan. Wij kunnen niet, zoals de sterren, de nachtelijke hemel verlichten. Ja, wij kunnen zelfs niet het werk van de kleine insecten verrichten en plantenbloesems bestuiven! Daarom kunnen wij ook niet het theocratische werk verrichten dat onze Christelijke broeders en zusters is toegewezen. Maar door Gods genade kunnen wij wel het werk verrichten dat ons in of onder Gods organisatie is toegewezen, en zijn geest zal ons helpen dit werk te verrichten. Op deze theocratische manier kunnen wij ’aan onze eigen redding werken’. — Fil. 2:12, LV.
En wanneer zulk een redding ons behouden in Jehova’s nieuwe wereld geleidt, kunnen wij het gezegende werk op ons nemen dat ons dan zal worden toegewezen. De gezalfden zullen met Christus in hemelse heerlijkheid regeren, terwijl de dienstknechten op aarde het werk ter hand zullen nemen dat Adam en Eva in ongehoorzaamheid hebben verzaakt, namelijk, de aarde vullen, haar onderwerpen, haar verfraaien, en liefderijke heerschappij over de dieren uitoefenen. Dan zullen de mensen „lang van het werk hunner handen genieten”. — Jes. 65:22, KJ.
„Wees sterk, al gij volk des lands! spreekt de HERE [Jehova]; en werkt, want Ik ben met u, spreekt de HERE [Jehova] der heerscharen.” — Hag. 2:5.