Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w51 1/4 blz. 109-110
  • „De wijsheid van boven”

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • „De wijsheid van boven”
  • De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
  • Vergelijkbare artikelen
  • Wijsheid
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Wijze uitspraken voor onze tijd
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Jehovah’s gebruikmaking van „dwaasheid” om degenen te redden die geloven
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1992
  • De ware wijsheid is luid aan het roepen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk (studie-uitgave) 2022
Meer weergeven
De Wachttoren — Aankondiger van Jehova’s koninkrijk 1951
w51 1/4 blz. 109-110

„De wijsheid van boven”

SPRINKHANEN zijn niet erg knap. Hun gedachten zijn niet de gedachten der mensen. Wanneer een mens slechts een klein beetje van zijn verstand aan een sprinkhaan zou kunnen geven, zou die begunstigde sprinkhaan veel verstandiger zijn dan alle andere sprinkhanen tezamen. Hoe hoog staan mensen boven sprinkhanen!

Doch voordat iemand van trots zwelt, laat hij dan lezen wat Jesaja over Jehova God zegt: „Hij [zit] boven de aardbol. . . . zo hoog dat de bewoners er van op sprinkhanen gelijken” (Jes. 40:22, Mo). Hoe hoog staat God boven de mensen! „Mijn gedachten zijn niet ulieder gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HERE. Want gelijk de hemelen hoger zijn dan de aarde, alzo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen, en Mijn gedachten dan ulieder gedachten” (Jes. 55:8, 9). Indien een mens iets van Gods wijsheid tot zich zou kunnen nemen, dan zou die begunstigde mens veel verstandiger zijn dan alle andere mensen die geen wijsheid van God bezitten.

Hoewel de zwakke mens niet iets van zijn verstand aan een sprinkhaan kan overdragen, kan Jehova wel zijn wijsheid aan de mensen schenken. Door middel van zijn Woord de Bijbel ’geeft de HEER wijsheid’, „hij legt zuivere wijsheid weg voor de rechtvaardigen” (Spr. 2:6, 7, KJ). De ogen des verstands van degenen die een juist inzicht tezamen met de wijsheid uit de Schrift verwerven, worden verlicht. Zij onderscheiden meer dan andere mensen. — Spr. 4:7; Ef. 1:18.

Vele mensen merken bijvoorbeeld de oorlogen, hongersnoden, pestilentiën en andere talrijke weeën op die dit geslacht sinds 1914 hebben geteisterd en nog teisteren. Doch blindelings zeggen zij dat alleen de geschiedenis zich maar herhaalt. Maar de ogen des verstands die door Gods Woord zijn verlicht, zien hierin niet een zich herhalende geschiedenis, doch de voorzegde tekenen van de tegenwoordigheid van de Messias. Doordat dergelijke mensen de Bijbel bestuderen, weten zij hoe de Heer deze gewichtige gebeurtenissen beschouwt, en derhalve verwerven zij een wijsheid die veel verhevener is dan alle wijsheid welke de knapste menselijke koppen in de wereld hebben verzameld, een wijsheid die hoger verheven is boven de wijsheid des mensen dan de wijsheid des mensen boven die van een sprinkhaan. Let op datgene wat eeuwen geleden werd geschreven en wat de tijd van het einde van dit tegenwoordige goddeloze samenstel van dingen kenmerkt.

Jezus zeide: „Natie zal tegen natie opstaan en koninkrijk tegen koninkrijk, en er zullen grote aardbevingen zijn en in de ene plaats na de andere pestilentiën en voedseltekorten . . . en op aarde kwellende angst der natiën, die vanwege het bulderen der zee en haar onstuimigheid geen uitweg weten, terwijl de mensen mat worden uit vrees voor en in verwachting van de dingen die over de bewoonde aarde komen.” — Luk. 21:10, 11, 25, 26, NW.

De apostel Paulus zeide: „Weet dit, dat er in de laatste dagen kritieke tijden zullen zijn, die moeilijk zijn door te komen. Want de mensen zullen zijn liefhebbers van zichzelf, liefhebbers van geld, aanmatigend, hovaardig, lasteraars, ongehoorzaam aan de ouders, ondankbaar, zonder goedertierenheid, geen natuurlijke genegenheid hebbend, niet tot enige overeenkomst bereid, kwaadsprekers, zonder zelfbeheersing, heftig, zonder liefde voor goedheid, verraders, eigenzinnig, opgeblazen van eigenwaarde, veeleer liefhebbers van genoegens dan liefhebbers van God, die een vorm van goddelijke toewijding hebben maar die tonen dat zij niet de kracht er van bezitten; en keer af van dezen. . . . Goddeloze mensen en bedriegers zullen . . . van kwaad tot erger voortgaan, terwijl zij misleiden en worden misleid.” — 2 Tim. 3:1-5, 13, NW.

De apostel Petrus zeide: „In de laatste dagen . . . zullen [er bespotters] komen met hun bespotting, die overeenkomstig hun eigen begeerten handelen en zeggen: ’Waar is deze beloofde tegenwoordigheid van hem? Ach wat, van de dag af dat onze voorvaderen in de dood zijn ontslapen, gaat alles voort precies zoals sedert het begin der schepping.’” — 2 Petr. 3:3, 4, NW.

Mensen die hun ogen sluiten, hun oren dichtstoppen en hun geest toesluiten voor deze wijsheid van boven, die ons verlicht over deze ’kritieke tijden die moeilijk zijn door te komen’, zullen in Gods ogen even dom blijven als sprinkhanen. Wanneer zij met de goddelijke wijsheid die mededeelt dat de tegenwoordige gebeurtenissen en weeën tekenen van de laatste dagen zijn, spotten, wanneer zij over dergelijke gebeurtenissen licht heenlopen als geschiedenis die zich herhaalt, als cirkelgangen die ’precies zo voortgaan als sedert het begin der schepping’, dan is hun aanwezigheid als bespotters alleen maar nog een teken.

Doch in verband met deze weeën, die thans de mensheid teisteren, zijn er sommige mensen die meer kwaad doen dan louter spotten. Sommigen lasteren God, en zijn er de oorzaak van dat anderen gaan lasteren. De geestelijken, die God beweren te dienen, zeggen dikwijls dat Hij deze weeën over de mensen brengt om hen voor het kwaad te straffen, en herhaaldelijk zeggen zij dat de straf komt, omdat de mensen van tegenwoordig de georganiseerde kerken der Christenheid niet ondersteunen. Typerend blijkt dit uit een pamflet dat door Katholieken in Timmins, Ontario, werd verspreid: „Wist gij dat de 2de Wereldoorlog een straf van de hemel was voor de zonden?” Zulke leugens keren de mensen van God af. Van dergelijke wijsheid zegt Jehova: „De wijsheid zijner wijzen zal vergaan.” Ze verdwijnt wanneer wij naar de goddelijke wijsheid luisteren, die zegt wie in werkelijkheid de oorzaak van de tegenwoordige weeën is: „Wee de aarde en de zee, want de duivel is tot u afgekomen, en heeft grote toorn, wetend dat hij een korte tijd heeft.” — Openb. 12:12, NW.

„De wijsheid dezer wereld is dwaasheid bij God” (1 Kor. 3:19). Word niet door dwaasheid verblind. Van het oogpunt der wereld uit gezien, zijn sommige mensen weliswaar knapper dan anderen. Is het niet eveneens waar dat sommige sprinkhanen meer instinctmatige wijsheid kunnen bezitten dan andere? Ook al is dit zo, voor een mens staan alle sprinkhanen verstandelijk op zulk een laag peil, dat het weinig verschil maakt. Insgelijks staan alle mensen voor God zo ver beneden hem in wijsheid, dat geen van hen wat verstand betreft, iets beduidt. In werkelijkheid begunstigt hij over het algemeen degenen die weinig wereldse wijsheid bezitten. „Want gij ziet zijn roeping van u, broeders, dat niet vele wijzen in vleselijk opzicht, werden geroepen, niet vele machtigen, niet vele edelen; doch God verkoos het dwaze der wereld, opdat hij de wijzen zou kunnen beschamen, en God verkoos het zwakke der wereld, opdat hij het sterke zou kunnen beschamen; en God verkoos het verachtelijke der wereld en datgene waarop wordt neergezien, dat wat niets is, opdat hij wat iets is, te niet zou kunnen doen, zodat geen vlees voor het aangezicht van God zou kunnen roemen.” — 1 Kor. 1:26-29, NW; Matth. 11:25; Hand. 4:13.

Mensen die derhalve waarlijk wijs willen zijn, zullen „de wijsheid die van boven afkomt”, zoeken, welke wijsheid vredelievend, redelijk, barmhartig, vruchtbaar, onpartijdig en niet huichelachtig is. Deze wijsheid is een verdediging in deze kritieke tijden; dwazen zullen sterven omdat zij geen wijsheid bezitten. Zoek er in de Bijbel naar als iets wat waardevoller is dan goud en zilver. Vors er ijverig naar, alsof gij verborgen schatten opspoort. „Wanneer iemand van u wijsheid te kort schiet, laat hem God blijven vragen, want hij geeft overvloedig.” — Spr. 2:1-5; 10:21; Pred. 7:12; Jak. 1:5; 3:15-18, NW.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen