Georganiseerd getuigenis van de nieuwe wereld
1. (a) Wat is er te zeggen over het verschijnen van De Wachttoren? (b) Hoe werd de eerste uitgever van dit tijdschrift „uitnemend bruikbaar voor den meester”?
IN JULI 1879 verscheen de eerste uitgave van wat nu De Wachttoren is, en van Fifth Street 101, Pittsburgh, Pennsylvanië, V.S., uit werd een aanvang gemaakt met de verspreiding van dit tijdschrift. Dit tijdschrift is dus thans 71 jaar oud en ondanks de woeligheid van deze jaren en de bittere religieuze „koude oorlog” die de Christenheid tegen ons tijdschrift voert, heeft er nooit een uitgave ontbroken. Wat gaf de stoot tot de uitgave er van? Welke goddelijke autoriteit had de begunstiger en redacteur van dit tijdschrift om zich op het gebied van Bijbels onderricht geven en getuigenis afleggen van Jehova God te gaan bewegen? Voldeed hij aan de in 2 Timotheüs 2:21 gestelde eis, namelijk, zich te zuiveren van vaten die een oneervol doel dienden, waardoor ze de vernietiging waardig waren? Ja, toen Charles Taze Russell, de uitgever, tussen de 12 en 20 jaar oud was, was hij lid van de Congregationalistische Kerk geweest en hij had vurig geloofd in de leerstelling van eeuwige pijniging van vervloekte menselijke zielen in een hel van letterlijk vuur en zwavel. Maar toen hij een kennis, een ongelovige, tot het Christendom trachtte terug te brengen, werd zijn sectarische standpunt geheel omvergeworpen en werd hij aan het twijfelen gebracht. Gretig begon hij de heidense religiën te onderzoeken, speurend naar de waarheid over Gods voornemen en de bestemming des mensen. Nadat hem was gebleken dat al deze religiën onbevredigend waren, en voordat hij het onderzoek op religieus gebied geheel opgaf, begon hij van het standpunt van een scepticus uit en thans onbelemmerd door de valse religieuze leerstellingen van de sectarische stelsels der Christenheid, de Heilige Schrift te onderzoeken. Hij had zich van deze religieuze vaten moeten zuiveren, ten einde een eervol vat van Jehova God te zijn, geheiligd, uitnemend bruikbaar voor zijn Meester, en toegerust tot alle goed werk.
2. Hoe kwam het dat dit onafhankelijke tijdschrift voor het eerst werd uitgegeven?
2 In het jaar 1870 maakte de jonge Russell deel uit van een studiegroep, die onder elkaar in besloten kring de Bijbel bestudeerden. Deze studiebijeenkomst was georganiseerd om de Heilige Schrift oprecht en onder gebed te onderzoeken, waarbij zij de Bijbel voor zich zelf lieten spreken en God zijn geschreven Woord zelf lieten verklaren. Deze studiegroep groeide uit tot een gemeente van onderzoekers van de Bijbel, tot wie hij predikte, en in october 1876 werd hij daar in Pittsburgh, Pennsylvanië, tot geestelijke herder of verzorger van deze groep Bijbelonderzoekers gekozen. In hetzelfde jaar werd hij assistent-redacteur van een 16 bladzijden tellend maandelijks tijdschrift dat werd uitgegeven in Rochester, New York, en waarvoor hij tot 1878 bleef schrijven. Dat jaar publiceerde de uitgever een artikel waardoor een van de fundamentele leerstellingen met betrekking tot de redding des mensen, namelijk het rantsoenoffer van Jezus Christus, bijna geheel werd verworpen. In een poging Gods voornemen in verband met het rantsoenoffer uiteen te zetten, deed de assistent-redacteur Russell bij wijze van tegenmaatregel een artikel het licht zien waarin die zeer belangrijke leerstelling loyaal werd ondersteund. Daar er onder de redacteuren zulk een geschil was gerezen en dit zich toespitste, achtte Broeder Russell het ten slotte noodzakelijk een onafhankelijk tijdschrift uit te geven dat Gods Woord onbuigzaam trouw zou blijven en dat moedig gelijke tred zou houden met het voortschrijdende licht over de Bijbelse leer. Daarom werd in juli 1879 Zion’s Watchtower gepubliceerd, het tijdschrift dat tegenwoordig de titel draagt De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk. Het werd uitgegeven met het doel Jehova’s getuigen met zuivere, onsectarische waarheid uit de Bijbel te voeden.
3. Wat voor soort van beweging ontwikkelde zich uit dat onopvallende begin?
3 Nederig was dat begin van The Watchtower, waarvan de eerste uitgave 6000 exemplaren bedroeg. Maar „wie veracht den dag der kleine dingen?” (Zach. 4:10) Tegenwoordig, nadat het tijdschrift een en zeventig jaar is verschenen, komen van onze persen in Brooklyn ongeveer 750.000 exemplaren van elke uitgave, ongeveer anderhalf millioen exemplaren per maand. Aldus begon op deze nogal onopvallende wijze een beweging van getuigen van Jehova die de gehele Christenheid tot op haar valse religieuze fundamenten zou doen schudden; die zich de haat, het geschimp en de boosaardige vervolging van alle religieuze stelsels dezer oude wereld op de hals zou halen; die de aandacht tot zich zou trekken van regeringen van elke politieke kleur, welke hun toevlucht hebben genomen tot het verbieden van het werk van Jehova’s getuigen en hun Bijbelse lectuur, terwijl ze hun plaatselijke organisaties ontbonden, hen in gevangenissen en concentratiekampen opsloten, verbanden en ter dood brachten; maar ondanks deze wereldomvattende tegenstand is het een beweging die de naam van de levende en waarachtige God over de gehele aarde bekend en vermaard maakt, daar zijn door Christus geregeerde koninkrijk er door wordt aangekondigd, zijn rechtvaardige nieuwe wereld er door wordt bekendgemaakt en Jehova’s getuigen over de gehele aardbol er in een eenheid van geloof en eenheid van handelen door bij elkaar worden gebracht. Wat wordt hierdoor bewezen?
4. Welk bewijs bestaat er tegenwoordig dat deze beweging niet uit een mens is voortgesproten?
4 Er wordt door bewezen dat deze verenigde organisatie van gewijde mensen Jehova’s zichtbare organisatie is; dat zijn zegen op deze organisatie rust en dat hij haar als zijn vat voor een eerbaar doel gebruikt. Was deze beweging uit een mens voortgesproten, dus „Russellisme”, zoals vijanden deze beweging smalend noemen ten einde haar door het slijk te halen als iets wat door een mens is gemaakt, dan zou ze na deze meer dan zeventig jaren waarin van de zijde der wereld zulk een tegenstand werd geboden, opgehouden hebben te bestaan. Doch daar het duidelijk is dat deze beweging van God is, aangezien ze op zijn Woord is gebaseerd en haar werk uitsluitend in overeenstemming met de Schrift verricht, heeft de samenzwering van religie, handel en politiek de organisatie niet kunnen omverwerpen en blijken deze wereldse samenzweerders tegen God te strijden (Hand. 5:38, 39). De tegen deze beweging tot uitdrukking gebrachte geconcentreerde haat van alle religieuze sekten die het er niet mee eens zijn, de verpletterende politieke druk die er op wordt uitgeoefend en de heftige vervolging die er tegen wordt ingesteld, weerleggen niet het feit dat Gods goedkeuring er op rust, maar zijn er veeleer een bevestiging van. Jezus zeide: „Zalig zijt gij, wanneer u de mensen haten, en wanneer zij u afscheiden, en smaden, en uw naam als kwaad verwerpen, om des Zoons des mensen wil. Verblijdt u in dien dag, en zijt vrolijk; want, ziet, uw loon is groot in den hemel; want hun vaders deden desgelijks den profeten.” — Luk. 6:22, 23.
5. Hoe hebben De Wachttoren en zij die er mede zijn verbonden, laten zien dat ze afgescheiden zijn?
5 Noch Jehova noch Christus Jezus noch de Christelijke getuigen van Jehova dingen naar de gunst dezer wereld en haar politieke, commerciële en religieuze elementen. Deze wereldse elementen zijn gekant tegen het goddelijke voornemen en zijn vaten der goddelijke toorn, geschikt voor vernietiging te Armageddon. Het is dus noodzakelijk dat mensen die vaten der goddelijke barmhartigheid en die toegewijd aan God en uitnemend bruikbaar voor hem willen zijn, zich van zulke wereldse vaten moeten zuiveren, ten einde aan de vernietiging tezamen met zulke vaten van Gods toorn te ontkomen. En van de aanvang af hebben De Wachttoren en alle met dit tijdschrift verbonden personen, aan dit vereiste voldaan. Zoals in de beginuitgaven van De Wachttoren (bladzijde 2) over „Dit tijdschrift en zijn zending” werd gezegd: „Dit tijdschrift is bestemd voor de verdediging van de enige ware grondslag van de hoop van een Christen welke thans zo algemeen wordt verworpen. — De verzoening door middel van het kostbare bloed van ’de mens Christus Jezus, die zichzelven gegeven heeft tot een rantsoen [een overeenkomstige prijs, een vervangmiddel] voor allen’ (1 Petr. 1:19, Voorhoeve; 1 Tim. 2:6). . . . Het staat los van alle partijen, sekten en geloofsbelijdenissen van mensen, terwijl het er steeds meer naar streeft elke uitspraak die er in wordt gedaan, in de volledigste onderwerping aan de wil van God in Christus te brengen, zoals deze wil in de Heilige Schrift tot uitdrukking wordt gebracht. Het is daarom vrij om alles wat de Heer heeft gesproken, vrijmoedig bekend te maken; — voor zover de goddelijke wijsheid die ons is geschonken, ons inzicht heeft gegeven.”
6. Wat is het gevolg geweest van dit afgescheiden zijn?
6 Welk afgescheiden zijn van alle elementen dezer wereld, en welke wijding aan Jehova God konden vollediger zijn dan die hier tot uitdrukking zijn gebracht en worden verdedigd? Daar de getuigen die met dit tijdschrift zijn verbonden, deze houding hebben gehandhaafd, hebben zij bewezen reine vaten te zijn, uitnemend bruikbaar voor de Meester. Het heeft Jehova daarom behaagd hen als zijn zichtbare organisatie te gebruiken. Daaromtrent bestaat geen twijfel!
DE UITRUSTING VOOR HET WERK OPBOUWEN
7. Wat is ons voornaamste uitrustingsstuk?
7 Doch menselijke vaten die voor de dienst van de goddelijke Meester bruikbaar zijn, hebben een uitrusting nodig om zijn werk te doen. De grote Meester Jehova heeft laten zien dat hij zijn zichtbare organisatie gunstig gezind is, doordat hij haar heeft gezegend met de uitrusting die nodig is om onder de huidige omstandigheden van dit gevaarvolle tijdperk haar kolossale werk te verrichten. Natuurlijk is de Bijbel, of een kennis van hetgeen er in staat, het voornaamste uitrustingsstuk. Let ten bewijze hiervan op de woorden die de apostel tot een man Gods richtte: „Alle Schrift, van God ingegeven, is nuttig tot leering, tot overtuiging, tot verbetering, tot opleiding in de regtvaardigheid: Opdat volmaakt zij de mensch Gods, tot alle goed werk volmaaktelijk toegerust.” — 2 Tim. 3:16, 17, Lipman.
8. Welk middel is tezamen met de Bijbel nodig? Waarom?
8 De Bijbelgenootschappen van de Christenheid hebben in meer dan 1100 talen en dialecten honderden millioenen Bijbels verspreid. Toch bestaat er nog een grote onwetendheid omtrent hetgeen in de Bijbel wordt geleerd. De sectarische verwarring die er met betrekking tot de harmonische leer van de Bijbel bestaat, is verbijsterend. Jehova’s Woord laat geen eigenmachtige menselijke uitlegging toe. Jehova zelf is er de Uitlegger van. Hij zorgt er voor dat er licht wordt geworpen op een bepaalde Schriftuurplaats door teksten die elders in de Bijbel staan en op hetzelfde onderwerp betrekking hebben. Ook laat hij bepaalde gebeurtenissen geschieden die een vervulling van Bijbelse profetieën zijn, en daarna vestigt hij de aandacht van zijn getuigen op deze vervullingen ter verduidelijking van de profetieën. Hij heeft Christus Jezus aangesteld tot het Hoofd van zijn zichtbare organisatie en tot de met hem verbonden uitlegger voor de organisatie, „een Uitlegger, een uit duizend” (Job 33:23). Jehova’s zichtbare organisatie ander Christus is dus een kanaal door middel waarvan de goddelijke uitlegging van zijn Woord tot zijn toegewijde volk komt. Wat betekende dit? Door de organisatie moest in een middel worden voorzien om allen die de waarheid en het leven liefhebben, te helpen een toenemend begrip van Gods Woord te verkrijgen en waardoor zij zouden worden vrijgemaakt van alle verwarrende, geloof-verwoestende religieuze leerstellingen en geloofsbelijdenissen der Christenheid. Zulk een middel tot onderwijzing te zijn, dat was het doel van dit tijdschrift De Wachttoren, en het heeft bewezen zulk een middel te zijn. Daar dit tijdschrift door geen enkele door mensen gemaakte religieuze geloofsbelijdenis wordt belemmerd, is het vrij geweest in de waarheid voort te schrijden zoals de goddelijke Uitlegger door middel van Jezus Christus de weg heeft aangegeven.
9. Hoe ontwikkelde het Watch Tower Bible & Tract Society zich?
9 Behalve dat er in De Wachttoren werd voorzien, werd er door de pen van Broeder Russell ook ander geestelijk voedsel verschaft. Dit werd door de destijds beschikbare verbreidingsmiddelen aan alle hongerigen geregeld verspreid. Ten einde gelijke tred te houden met de zegen die Jehova aan het werk schonk, organiseerde Broeder Russell in 1881 het Watch Tower Bible & Tract Society, te Pittsburgh, Pennsylvanië (De Wachttoren [Engels] van april 1881), en drie jaren later, in 1884, werd dit Genootschap overeenkomstig de wetten van de Staat Pennsylvanië als rechtspersoon erkend. Dit als rechtspersoon erkende Genootschap is sedertdien een onderdeel van de uitrusting geweest waarin God voor zijn volk heeft voorzien, opdat zij zowel in Amerika als in andere landen alle soort van goed werk zouden kunnen verrichten. Hij heeft het tot op deze dag in stand gehouden. De hoofdkantoren van dit Genootschap zijn thans te Columbia Heights 124, Brooklyn 2, New York, gevestigd, maar het officieel geregistreerde kantoor er van is nog steeds in Pittsburgh, Pennsylvanië, waar in overeenstemming met hetgeen door de wet van Pennsylvanië wordt geëist, de jaarvergaderingen van dit Genootschap worden gehouden, op welke bijeenkomsten de lopende zaken worden besproken en de bestuursleden van het Genootschap worden gekozen. Het is slechts een werktuig, een wettelijke dienstknecht en uitgever, van Jehova’s zichtbare organisatie, zijn toegewijde getuigen.
10. Wie was de eerste president van het Genootschap? Wat waren de in de statuten omschreven doeleinden van het Genootschap?
10 De eerste president van deze corporatie in Pennsylvanië was Charles Taze Russell, en tot aan zijn dood op 31 october 1916 werd hij door degenen die het Genootschap ondersteunden, geregeld tot dit ambt gekozen. Het doel van deze wettelijke corporatie werd duidelijk omschreven in de statuten die op 13 december 1884 aan deze corporatie werden verleend, namelijk „Het doel waarvoor de corporatie is opgericht, is de verbreiding van Bijbelse waarheden in verscheidene talen door middel van het uitgeven van traktaten, pamfletten, geschriften en andere religieuze stukken, en door gebruik te maken van alle andere wettige middelen welke door het bestuur, dat op passende wijze is samengesteld, geschikt zullen worden geacht voor de bevordering van het vermelde doel.” Het Christelijke doel van het Genootschap werd meer in overeenstemming gebracht met de ontwikkeling van het werk en werd nauwkeuriger omschreven in een amendement dat in 1944 werd aangenomen en waarin het bovenstaande artikel was gewijzigd.
11. Waarom wordt de aandacht wereldwijd op het Genootschap in Brooklyn gericht?
11 Het Watch Tower Bible & Tract Society is tegenwoordig het hart van een zichtbare organisatie die in 63 landen der aarde Bijkantoren heeft, en bovendien nog zendingshuizen geldelijk ondersteunt en in 104 landen toezicht houdt op de werkzaamheden in verband met de prediking van het Koninkrijk. Daarom richt zich de belangstelling van honderdduizenden mensen die volgens de Bijbel Christenen of getuigen van Jehova zijn, op hetgeen er op het hoofdbureau van het Genootschap geschiedt. Zij waarderen de geestelijke dienst die hun door het wettelijke Genootschap wordt verleend. Dagelijks bidden zij tot de Allerhoogste God of hij dit Genootschap en het werk dat er door wordt verricht, wil zegenen. Daarom laten wij hieronder een kort verslag volgen van de ontwikkeling van het Genootschap, van het begin af, ten einde te laten zien hoe het is gegroeid en hoe het als een werktuig van Jehova God is gebruikt.
12. Hoe werd een serie boeken uitgegeven als hulpmiddel voor Bijbelstudie en met de pionierdienst een aanvang gemaakt?
12 In 1886 gaf het Genootschap het eerste boek van een serie van zeven gebonden boeken uit, welke als hulpmiddel voor Bijbelstudie dienden en als „Schriftstudiën” bekendstonden. Het zesde boek van deze serie werd door Broeder Russell in 1904 uitgegeven, en na zijn dood verscheen in 1917 het zevende. Gedurende vele jaren, tot april 1926, werden deze Schriftstudiën, die in vele talen werden overgezet en waarvan millioenen exemplaren werden verspreid, door vele gemeenten op de gehele aarde als de leerboeken gebruikt voor een wekelijkse Bijbelstudie. Met behulp van het eerste deel van deze serie Schriftstudiën werd in 1886 een aanvang gemaakt met het zendingswerk van huis tot huis, dat eerst als „colporteurwerk” bekendstond, doch thans het „pionierwerk” wordt genoemd. Er zijn thans duizenden pioniers.
13. Hoe verkreeg het Genootschap het eigendomsrecht van zijn eerste drukkerij?
13 Jarenlang werd de lectuur gepubliceerd door de Tower Uitgeversmaatschappij, die alle uitgaven dekte en het Genootschap tegen een onderling overeengekomen prijs de boeken, traktaten, enz., leverde. Doch in 1898 ging het eigendomsrecht van de gehele drukkerij te Allegheny (Noord Pittsburgh), Pennsylvanië, en daarmede The Watch Tower, het Bijbelhuis met alles wat er zich in bevond aan bureaubenodigdheden, zetsel, voorraad Bijbels, Schriftstudiën, brochures, traktaten, enz., tezamen met tonnen waardevolle galvano’s (drukplaten) van verscheidene publicaties in een aantal talen, aan het Genootschap over. Het Bijbelhuis daar aan Arch street was een gebouw van vier verdiepingen, dat eigenlijk was gebouwd om door het Genootschap te worden gebruikt. Van het begin af was het de bedoeling geweest dat het na verloop van tijd aan het Genootschap zou worden aangeboden en de waarde werd op $34.000 geschat. De netto-waarde van de gehele gift aan het Genootschap werd op $164.033,65 getaxeerd. Van dit ogenblik af voorzag het Genootschap in zijn eigen geldmiddelen en alle rekeningen van de colporteurs (pioniers), enz., moesten aan het Genootschap worden betaald.
14. Door welke methode is het werk tot nu toe financieel in stand gehouden?
14 Het Genootschap zond reizende vertegenwoordigers uit die openbare lezingen hielden, de gemeenten bezochten en deze met geestelijke raad dienden, doch nooit hielden zij in een besloten kring of in het openbaar een collecte. Het collectezakje of de collecteschaal werd geheel en al uit alle vergaderingen van de gemeente gebannen en alle vergaderingen werden aangekondigd onder het motto: „Plaatsen vrij, geen collecte”. „Gij hebt het om niet ontvangen, geeft het om niet” zeide Jezus tot de zendelingen die hij uitzond. Daar het Jehova’s organisatie en werk was, werd er op vertrouwd dat hij in het geld zou voorzien om zijn werk voort te zetten, doordat hij zijn geest zou laten inwerken op zijn toegewijde volk. De ondersteuning van het werk werd dus aan vrijwillige bijdragen overgelaten. Op deze wijze heeft Jehova God, van wie al het zilver en het goud is, tot op deze dag zowel voor de plaatselijke gemeenten als voor het wettelijke Genootschap in het geld voorzien. Dit is nog een bewijs dat hij deze zichtbare organisatie ondersteunt.
HET HOOFDBUREAU VERPLAATST
15. Wat heeft geleid tot het verplaatsen van het hoofdbureau naar Brooklyn?
15 In 1908 werd besloten het hoofdbureau van het Genootschap naar Brooklyn, New York, te verplaatsen, daar men het doeltreffender achtte om van deze plaats uit het nieuwsbladenwerk te verrichten, waardoor de wekelijkse predikaties van de president van het Genootschap in nieuwsbladen over het gehele land werden gepubliceerd. Op dat tijdstip werden de predikaties van Broeder Russell in elf nieuwsbladen gepubliceerd. Doch mettertijd steeg het aantal nieuwsbladen waarin zijn leerredenen gelijktijdig werden gepubliceerd, tot meer dan 2000, met een gezamenlijke lezerskring van 15.000.000 mensen. In totaal waren er ruim vier duizend nieuwsbladen in verscheidene landen, die deze predikaties op de een of andere tijd gratis of tegen betaling publiceerden. Aldus werd Broeder Russell de grootste syndicaatschrijver van zijn tijd, dat wil zeggen, zijn artikelen werden door een perssyndicaat gelijktijdig in verschillende, aangesloten nieuwsbladen gepubliceerd. Velen kwamen door middel van deze gepubliceerde leerredenen tot een kennis der waarheid. In de tijd dat het hoofdbureau werd verplaatst, stond Brooklyn bekend als „De stad der kerken”, en binnen een straal van een paar kilometer woonden daar zeven en een half millioen mensen van vele nationaliteiten. Daarom werd Brooklyn uitgekozen als „ons geschiktste middelpunt voor het oogstwerk gedurende de paar resterende jaren” (The Watch Tower van 15 dec. 1908). Het is duidelijk dat Jehova deze verplaatsing naar een groter veld waar meer dienst kon worden verricht, heeft geleid, want juist van Brooklyn uit is het grootste werk van het Genootschap ondernomen. Ja, in de gehele geschiedenis van de Christelijke kerk is van hier uit de grootste veldtocht geleid waardoor Gods koninkrijk, dat onder Christus Jezus staat, wordt aangekondigd. Door Gods beschermende zorg en voorzienigheid zijn wij in 1950 nog steeds in Brooklyn en bezitten wij thans een grotere uitrusting dan ooit te voren, voor hetgeen, naar wij geloven, het grootse hoogtepunt zal zijn van het wereldomvattende getuigenis van de naam en het woord van Jehova God en zijn Theocratische Regering van de nieuwe wereld der gerechtigheid.
16, 17. Welke gebeurtenissen kenmerkten de opening van het nieuwe bureau?
16 Er werd een perceel gekocht aan Hicks street 17, Brooklyn, New York. Dit kwam bekend te staan als de Brooklyn Tabernakel. Op de tweede verdieping was een grote gehoorzaal met 800 zitplaatsen, en hier zouden door Broeder Russell en andere vertegenwoordigers van het Genootschap openbare lezingen worden uitgesproken en eveneens andere vergaderingen worden gehouden. De benedenverdieping werd voor kantoordoeleinden ingericht, en het souterrain als bewaarplaats voor de lectuurvoorraad en als verzendafdeling. In januari 1909 begon het Genootschap in dit gebouw zijn intrek te nemen, en op zondag, 31 januari, werd er een openingsfeest gehouden; dit was dus bijna op de dag af 41 jaar voor de datum waarop in dit jaar 1950 een soortgelijke gebeurtenis zou geschieden, die wij zo dadelijk zullen beschrijven.
17 In totaal woonden ongeveer 350 mensen uit New York, Brooklyn, Jersey City, Newark en andere steden die zelfs zover weg lagen als Boston, die opening van de Tabernakel bij. De volgende zondag verklaarden alle aanwezige vrienden van New York, Brooklyn en Jersey City met eenparige stemmen dat zij leden waren van een gemeente wier huis de Brooklyn Tabernakel zou zijn, en eenstemmig kozen zij Broeder C.T. Russell tot „pastor” of „herder” van deze gemeente. De aanduiding „Pastor Russell”, onder welke naam hij over de gehele wereld bekend werd, was dus geen titel die hij zich zelf had aangematigd. Efeze 4:11, 12 verklaarde dat Christus Jezus sommigen van zijn gewijde volgelingen tot „herders” zou geven; en met het oog op het herderlijke werk dat Broeder Russell onder de Voornaamste Herder Christus Jezus deed, werd hij door de gemeenten over de gehele aarde tot hun erkende herder gekozen. Door verre reizen bediende hij persoonlijk velen van hen. Terwijl hij op een rondreis was, waarbij hij gemeenten bezocht en bediende, stierf hij op 31 october 1916 onder grote pijn veroorzaakt door een lichamelijke ziekte, in een trein die door de staat Texas reed. Voordat er ten slotte voor werd gezorgd dat zijn lichaam op een begraafplaats te Pittsburgh een behoorlijke begrafenis verkreeg, werd het in een kleine stad in Texas uit de trein genomen en op een vrachtgoederenperron van het spoorwegstation in een mand gelegd.
18. Hoe werd het Bethelhuis te Brooklyn opgericht en geopend?
18 Ten tijde van de opening van de Brooklyn Tabernakel telde de familie van het hoofdbureau meer dan dertig leden. Met het oog op dat aantal bleek het werkelijk nodig een verblijfplaats te hebben waar zij konden worden ondergebracht. De Tabernakel had geen woonvertrekken. Er werd derhalve in de nabijgelegen woonwijk op the heights een perceel gekocht. Dit perceel, dat gelegen was aan Columbia Heights 124, bleek niets anders te zijn dan de woonplaats van een vroegere beroemde prediker van Brooklyn, Henry Ward Beecher, terwijl het Tabernakel gebouw het „Beecher Bethelhuis” was geweest. Na uitgebreide herstellingen was de woning voor de familie van het hoofdbureau geschikt gemaakt. Daar dit verblijf een huis zou zijn waar God door middel van zijn geest zou wonen, werd het „Bethel” genoemd, welke naam betekent „huis Gods”. Toen de Bethelfamilie ten slotte was verhuisd en zich in de Brooklyn Tabernakel en het Bethelhuis had gevestigd, hield de familie op een avond in april van 7 tot 9 uur n.m. een receptie voor de vrienden buiten. Er kwamen er ongeveer 400. Zij werden eerst in de Brooklyn Tabernakel ontvangen en hun werden de onderdelen van dit gedeelte van de uitrusting van het Genootschap getoond, en daarna gingen zij naar het Bethelhuis; waar zij het voorrecht ontvingen de plaats in ogenschouw te nemen. Voordat zij weggingen, werden hun in de eetkamer in het souterrain verversingen aangeboden. Het was een grootse gebeurtenis voor hen! Enige tijd later werd het aangrenzende perceel, Columbia Heights 122, gekocht en werd op die wijze het huis vergroot.
19. Welke andere corporaties werden opgericht, en waarom?
19 Opdat Jehova’s gewijde volk deze bezittingen zou kunnen behouden en alle werkzaamheden in verband met hun publicatiewerk in de staat New York zouden kunnen blijven verrichten, werd het noodzakelijk nog een corporatie op te richten. In februari 1909 werd volgens de bepalingen van The Membership Corporation Law (een wet op de verenigingen) van de wetten van New York een vereniging opgericht, die bekendstond als de „Peoples Pulpit Association” („Volkskanselvereniging”), met een uit zeven leden bestaand bestuur, en waarvan Broeder Russell tot president werd gekozen. Dertig jaren later werd door een amendement dat op 6 februari 1939 werd ingediend, de naam van deze corporatie van New York in „WATCHTOWER BIBLE AND TRACT SOCIETY, INC.” veranderd. De eerste uitgave van ons tijdschrift De Wachttoren die van Brooklyn uit zou worden uitgegeven, was de uitgave van 15 april 1909. Het vermeldde als buitenlandse bureaux van het Wachttoren Genootschap drie Bijkantoren: Londen (Engeland), Barmen (Duitsland) en Melbourne (Australië). In 1914 werd het raadzaam geacht een Britse corporatie te organiseren om op de Britse eilanden de evangelieprediking te bevorderen, en zo werd de International Bible Students Association opgericht. Broeder Russell werd tot president van deze Britse corporatie gekozen. Hij diende tot op de dag dat hij stierf, in de hoedanigheid van gemeenschappelijke president van de corporaties van Pennsylvanië, New York en Engeland.
20. Hoe werd in 1910-1911 het Bethelhuis vergroot? Met welke onderdelen?
20 In 1910 begon men het Bethelhuis te Brooklyn aan de achterzijde uit te bouwen. Dit uitgebouwde gedeelte strekte zich uit tot aan Furman street, aan de voet van een steilte. Het bijgebouwde gedeelte van Bethel, dat in 1911 was voltooid, strekte zich dus langs de steilte negen verdiepingen naar beneden uit, tot aan Furman street. In deze bijbouw was de eetkamer van Bethel, waar de familie tezamen at en waar studievergaderingen werden gehouden; en een bassin dat in de betonnen vloer verzonken lag, diende bij gelegenheid als een plaats waar mensen voor de doop werden ondergedompeld.