Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • w50 1/8 blz. 246
  • Brief

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Brief
  • De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • „NOGMAALS OVER BLOEDTRANSFUSIE”
  • Brief
    De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
  • Gebruik uw leven in overeenstemming met Gods wil
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
    Jehovah’s Getuigen en de bloedkwestie
  • Bewaring door gehoorzaamheid aan Gods wet betreffende bloed
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
Meer weergeven
De Wachttoren en Aankondiger van Jehova’s Koninkrijk 1950
w50 1/8 blz. 246

Brief

„NOGMAALS OVER BLOEDTRANSFUSIE”

13 februari 1950

Geliefde Broeder,

Als antwoord op je brief van 24 januari het volgende:

Gods verbod betreffende het drinken van bloed door Noach en zijn afstammelingen had natuurlijk alleen betrekking op de lagere dieren, want God machtigde de mens dergelijke dieren te doden en hun vlees te eten. Hij gaf de mens niet het recht menselijke schepselen te doden en als kannibalen hun vlees te eten, en daarom behoefde hij geen wet op te stellen tegen het drinken van menselijk bloed of tegen het verrichten van een bloedtransfusie van het ene menselijke lichaam in een ander lichaam (Genesis 9:1-6). Indien transfusie van menselijk bloed op moderne wijzea destijds in Noachs dagen of in Mozes’ dagen niet bestond, was het niet nodig dat God er speciaal een wet tegen opstelde; precies zoals hij bij zijn geboden voor zijn voorbeeldige volk geen wet insloot tegen het roken van tabak. Maar dat wil niet zeggen of bewijzen dat de fundamentele gedachte van zijn wet niet tegen dergelijke dingen is.

Toen God Abraham gebood zich zelf en alle manlijke leden van zijn huisgezin te besnijden, geschiedde dit natuurlijk niet zonder het vergieten van wat menselijk bloed (Genesis 17:9-14, 23-27). Maar dat vergieten van een beetje menselijk bloed is geen transfusie van dat bloed in een ander lichaam.

Jij zegt dat „bij een bloedtransfusie de persoon die het bloed ontvangt, het werkelijk nodig heeft; de transfusie wordt niet toegepast omdat hij er begerig naar is”. Hoe kun jij dit zeggen? Want wanneer een dokter een patiënt vertelt dat hij een bloedtransfusie moet hebben of anders niet beter kan worden en in het leven kan blijven, wat schept de dokter in de patiënt dan anders dan een begeerte naar het bloed van een ander menselijk schepsel?

Het is niet volkomen waar, dat „bij een bloedtransfusie de bloedgever zijn leven niet op het spel zet”. Onlangs nog werd een oudstrijder uit de tweede Wereldoorlog als een held vereerd omdat hij drie uur naast een jong meisje had gelegen dat was aangetast door een noodlottige bloedziekte, terwijl men zijn bloed in haar bloedvaten liet stromen en het zieke bloed uit haar bloedvaten in zijn bloedvaten werd overgebracht. Ondanks deze bloedtransfusie is het meisje gestorven. Maar waarom werd de man als een held vereerd? Zijn bloed werd in haar lichaam gepompt omdat hij van een ongewone ziekte was hersteld, en zijn bloed juist tot die soort was gaan behoren welke, zoals de doktoren beweerden, het zieke meisje nodig had. Maar terwijl zij beweerden dat zijn bloed haar bloed kon hebben veranderd, waardoor zij haar ziekte kon te boven komen, stelde de oudstrijder zich er toch aan bloot haar ziekte te krijgen, daar haar bloed door zijn lichaam stroomde. Omdat hij op deze wijze zijn leven op het spel had gezet, werd hij als een held toegejuicht. Zeker, de man bood zich vrijwillig aan als antwoord op een oproep over de radio door de medische doktoren, maar op grond van welke door God gegeven wet hebben deze doktoren het recht een sterke, volwassen man aan de dood bloot te stellen om het leven van een jong meisje te redden? Wanneer de bloedgever nu door het krijgen van haar ziekte was gestorven? Wie zou verantwoordelijk worden gesteld voor de dood van de man?

Door middel van de nieuwsagentschappen hoor jij hoofdzakelijk iets over de veronderstelde waarde en voordelen van bloedtransfusie; maar minder dikwijls hoor jij iets over alle schade die er over de gehele wereld door wordt veroorzaakt. The American Weekly van 29 januari 1950, bijvoorbeeld, had op bladzijde 10 het volgende te zeggen over de andere kant van de kwestie: „Bescherm de BLOEDBANKEN:

Wat vele oprechte gevers echter niet weten, is het feit dat bloed hetwelk niet vrij is van ziektekiemen het leven kan kosten dat het had moeten redden. . . . Verscheidene soorten van vira, met inbegrip van die van influenza en kinderverlamming, kunnen aanwezig zijn in bloed of plasma dat is bestemd voor transfusie, tenzij de grootste waakzaamheid in acht wordt genomen. Eveneens kan dergelijk bloed of plasma ziektestoffen bevatten die malaria en andere ziekten veroorzaken. Of, het kan allergie voortbrengende eiwitstoffen inhouden, ’allergenen’ genaamd. Dergelijke stoffen kunnen bij de patiënt die de transfusie heeft ontvangen, waterpokken, asthma of hooikoorts veroorzaken. Mevr. Gilda Burlin, uit Cincinnati, Ohio, was er zo zeker van dat zij malaria had gekregen als gevolg van een bloedtransfusie, dat zij de Universiteit van de Transfusiedienst bij het Algemene Ziekenhuis te Cincinnati in rechten aansprak voor $50.000. Zij bracht de beschuldiging uit dat zij in 1947 een patiënt was geweest in het Joodse Ziekenhuis en twee eenheden bloed had ontvangen die waren verstrekt door de bank van de Transfusiedienst. . . . Wetenschappelijk is het overbrengen van malaria door het proces van transfusie echter mogelijk. Het is ook mogelijk dat zich verschillende ziekten ontwikkelen doordat het apparaat dat bij de transfusie wordt gebruikt, besmet was. Hiertegen wordt echter in alle eerste klas ziekenhuizen nauwlettend gewaakt; maar ongevallen kunnen voorkomen. . . . Het virus van hepatitis, of andere vira, kunnen onder de microscoop niet worden waargenomen. Dit maakt een dergelijke infectie tot een groter gevaar dan dat van bacteriële organismen die gemakkelijker te ontdekken zijn. . . . Behalve dat de bloedbanken een onderzoek moeten instellen naar de aanwezigheid van stoffen die een ziekte kunnen veroorzaken, moeten ze ook al het gegeven bloed op zijn groep controleren. . . . Nog een belangrijk onderdeel betreft de Rh factor. . . . Wanneer een persoon die Rh-negatief is een transfusie krijgt welke Rh-positief is, vooral meer dan eenmaal kunnen de gevolgen hoogst ernstig zijn.”

Laat je daarom niet beïnvloeden door de nadruk die wordt gelegd op de „levengevende” hoedanigheden van het menselijke bloed, maar denk ook aan de ziekteverspreidende hoedanigheden van het bloed. Denk jij niet, al dergelijke risico’s in aanmerking genomen en met het oog op al het nadeel dat er door is berokkend, dat Gods eeuwige verbond betreffende de heiligheid van bloed ook menselijke bloedtransfusie verbiedt? Wanneer God naaste bloedverwanten zoals broers en zusters, ouder met kind, enz., verbood te trouwen omdat daardoor opvallende menselijke eigenaardigheden op hun nakomelingen worden overgebracht en ziekten worden veroorzaakt, denk jij dan dat God bloedtransfusie met al haar ziekteverspreidende en fatale eigenschappen en mogelijkheden, minder zou afkeuren? — Leviticus 18:6-18; 20:11-21.

Er wordt openlijk erkend dat de vloeistof van een persoon met de ene bloedsoort een persoon die een andere bloedsoort heeft, kan doden. Wanneer jij nu jouw bloed hebt gegeven, en jouw bloedsoort de persoon die de transfusie ontving, heeft gedood, zou jij dan schuldig zijn aan moord? Of zou de dokter of verpleegster die de transfusie heeft toegediend, schuldig zijn aan de moord? Zou jij op zijn minst genomen niet medeplichtig zijn aan een moord? O, zou jij kunnen zeggen, dat was geheel bij ongeluk, geheel onopzettelijk! Maar bedenk dat God in de voorbeeldige natie Israël, de persoon verantwoordelijk stelde die, zelfs al gebeurde het bij ongeluk, een man of vrouw had gedood, zodat de onwetende doodslager naar een vrijstad moest vluchten en daar moest blijven ten einde de bloedwreker van de dode persoon te ontvluchten (Numeri 35:9-34). Christenen wordt geleerd nog voorzichtiger om te gaan met menselijk leven dan die natuurlijke Joden.

Zie voor nog meer bewijzen tegen bloedtransfusie de brieven die in De Wachttoren worden gepubliceerd plus de brieven die jij al hebt gelezen.

Getrouw met je verbonden in de strijd voor gerechtigheid,

WATCH TOWER BIBLE & TRACT SOCIETY

[Voetnoten]

a P.S. Van Farao van het oude Egypte wordt bericht dat hij dagelijks 150 Israëlieten heeft laten doden en hun bloed heeft laten opvangen opdat er in een bad van bloed zou worden voorzien voor de genezing van zijn vreselijke ziekte.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen