Enkele rapporten uit het Jaarboek van Jehova’s getuigen
TEN gerieve van onze lezers in gebieden waar de verspreiding van de Nederlandse editie van De Wachttoren enige omvang heeft aangenomen, publiceren wij hieronder de vertaling van de jaarverslagen over het werk in de betrokken gebieden, zoals die in het Engelse Jaarboek van Jehova’s getuigen van 1950 zijn opgenomen. Het betreft hier Nederland, Suriname, Nederlands West-Indië, de Verenigde Staten van Indonesië, België en de Belgische Kongo. In Nederland, België en Suriname heeft het Watch Tower Bible & Tract Society Bijkantoren opgericht. De predikingswerkzaamheden in Nederlands West-Indië vallen onder het toezicht van het Bijkantoor in de Verenigde Staten van Amerika, terwijl het werk in de Verenigde Staten van Indonesië door het Bijkantoor in Australië wordt geleid en het werk in de Belgische Kongo door het Bijkantoor in Noord-Rhodesia.
NEDERLAND
Wanneer Jehova’s dienstknechten een poging doen de ware aanbidding binnen de grenzen van het een of andere land uit te breiden, bemerken wij dat de verklaring: „De zegen [van Jehova], die maakt rijk” waar is. Tijdens het afgelopen dienstjaar hebben de broeders en zusters in Nederland zeven nieuwe hoogtepunten in het aantal verkondigers bereikt. Het hoogste topaantal werd bereikt in de maand augustus, toen 5.130 dienstknechten het Woord predikten. Wanneer men een getuige van God wordt, verandert de kijk op het werk dat nog moet worden gedaan, die kijk wordt ruimer. Men ziet dan niet meer alleen zijn eigen groepje, doch door de zone-activiteit, het Bijbelstudiewerk en het brengen van nabezoeken, gaat men beseffen dat de organisatie des Heren zich op een uitgestrekt terrein beweegt. Jehova’s getuigen in Nederland hebben niet alleen belangstelling voor hun plaatselijke aangelegenheden, doch ook voor de gehele zone, het gehele land, de gehele aarde. Zij zijn een deel van het ene lichaam van mensen die onder hun Hoofd, Christus Jezus, harmonisch samenwerken en die allen de ware aanbidding van de Allerhoogste bevorderen. De dienaar van het Bijkantoor in Nederland geeft ons een zeer belangwekkend verslag van hetgeen de broeders en zusters daar in de afgelopen twaalf maanden hebben gedaan en van de vreugde die zij in de dienst hebben ondervonden.
De openbare-vergaderingsveldtocht draagt er zeer veel toe bij, vele mensen van goede wil in aanraking te brengen met de organisatie des Heren en ook de broeders en zusters worden er door geholpen druk bezig te blijven in de dienst des Heren en nieuwelingen tot bekwame bedienaars van het evangelie op te leiden. Deze tak van dienst werd door de broeders en zusters zeer goed behartigd. De vele hinderpalen, zoals een tekort aan geldmiddelen en gebrek aan zalen vanwege vooroordeel en buitengewoon hoge prijzen, werden met de hulp des Heren overwonnen. Bovendien heeft het bureau de broeders en zusters aangemoedigd bijzondere aandacht te besteden aan vergaderingen in de open lucht, daar deze in voorgaande jaren tamelijk waren veronachtzaamd; en er werd eveneens de aandacht op gevestigd dat lezingen zelfs zonder aankondigingsmateriaal konden worden aangekondigd, wanneer er gebrek aan geldmiddelen was. Ook onze Koning predikte negentien eeuwen geleden op die wijze. Uit verschillende delen van het land kwamen al spoedig berichten binnen, waarin werd verteld van de genoten zegeningen en vreugden. Kleine groepen in het landgebied die af en toe openbare lezingen met 1 of 2 en soms met in het geheel geen toehoorders hadden, gehouden, berichten thans dat lezingen in de dorpen soms door 100 mensen worden bezocht. Wanneer wij eveneens in aanmerking nemen dat vele openbare lezingen op het ogenblik worden gehouden op plaatsen waar men voor de groepsboekstudie bijeenkomt, is de toename van 58 procent in het totaal aantal gehouden openbare lezingen niet moeilijk te verklaren.
Doordat er in alle provinciën van het land nog gebieden zijn waar de Koninkrijksboodschap niet wordt gepredikt, en doordat er groepen zijn welke gebrek hebben aan bekwame dienaren die voor de kudde kunnen zorgen, werd het bureau er toe gebracht groepsverkondigers en dienaren die geen „volle tijd”-dienaren van God kunnen worden, aan te moedigen gehoor te geven aan de uitnodiging tot prediken die uit deze gebieden kwam. Op welke wijze? Door naar deze geïsoleerde gebieden of groepen die gebrek hebben aan bekwame dienaren, te verhuizen en daar hun predikingswerkzaamheden weder op te nemen. Dit zou eveneens voor pioniers de weg openen om toewijzingen voor deze gebieden te aanvaarden en bij deze broeders en zusters een onderkomen te vinden. Vanwege de woningnood is dit de enige manier om in deze geïsoleerde gedeelten vaste voet te krijgen en nieuwe groepen te stichten.
Geïnspireerd door het voorbeeld van de getrouwe Abraham uit de oudheid, die niet was gebonden aan een bepaalde plaats of speciale vrienden en die in gehoorzaamheid aan het bevel des Heren naar een ander land ging, hebben enige verkondigers en dienaren aan de oproep gehoor gegeven. Onder hen was een getrouwde pionier die met zijn gezin naar een eeuwenoude Rooms-Katholieke stad ging. De groepsdienaar in deze stad, die een pionier was en die goed werk had verricht doordat hij een goedgefundeerde groep had gesticht, werd weggeroepen om als zonedienaar werkzaam te zijn. Een jaar geleden begon die broeder daar te arbeiden in samenwerking met de kleine groep van ongeveer 20 verkondigers en bijgestaan door zijn drie kinderen die eveneens pionier zijn. Zij gaven door ijverig te werken en door getrouwe volharding onder tegenspoeden een goed voorbeeld en toen hun rapporten binnenkwamen, bevatten deze geen klachten over moeilijkheden, doch vreugdevolle ervaringen in verband met de expansie. Aan het eind van het dienstjaar berichtte de groep 56 verkondigers, hetwelk een toename vormt van ongeveer 180 procent in één jaar. Dit is waarlijk een aanmoediging voor allen die de Heer en zijn werk liefhebben, hun tijd verstandig te gebruiken, plannen te maken voor de uitbreiding van hun dienst en hierop steeds bedacht te zijn.
De districtsvergadering in het „Feyenoord Stadion” te Rotterdam van 1-3 juli was in dit land een mijlpaal in de geschiedenis van de ware aanbidding en het hielp het volk des Heren ’Jehova nog meer te loven’. Alle broeders en zusters uit het gehele land konden met gemak in deze ene centrale plaats bijeenkomen en eensgezind gaven zij een groot getuigenis aan de mensen van Rotterdam. Er werd meer dan ooit te voren aandacht besteed aan het aankondigen van de openbare lezing „Het is later dan u denkt!” De vergadering zelf was tot nog toe de beste, niet slechts wat organisatie, doch eveneens wat het geboden programma betreft, en zij bracht ons de uitgave van de Liederenbundel voor de Koninkrijksdienst in het Nederlands. De broeders en zusters waren zeer enthousiast over de vergadering, wat bleek uit twee nieuwe hoogtepunten van meer dan 5.000 verkondigers.
Het afgelopen jaar was niet slechts een druk jaar wat velddienstactiviteit betreft. Vele malen was het noodzakelijk op te staan ter verdediging van het evangelie en de vrijheid van aanbidding. Dit komt niet zozeer doordat de vijand heftiger strijdt, doch doordat de broeders en zusters vrijmoediger gebruik gaan maken van de rechten die door de democratische grondwet van dit land worden gewaarborgd, maar door lagere autoriteiten worden ontzegd. Met de hulp van Gods wetten en deze wetten strijden zij hun strijd voor vrijheid van aanbidding, een eerlijke open strijd. De nazi’s zijn weliswaar weggegaan, maar zoals in Gods heilige Woord staat opgetekend, zijn er altijd personen die ’op gezag der wet onheil stichten’ (Ps. 94:20, L.V.). Zulk een onheil wordt gesticht indien en wanneer zij die aan de macht zijn, wetten die voor andere doeleinden zijn gemaakt, op Jehova’s getuigen toepassen ten einde hen in hun predikingswerk te hinderen.
Een belangwekkend geval staat in verband met het lopen met borden om een openbare Bijbellezing aan te kondigen tijdens een halfjaarlijkse zonevergadering die te Eindhoven werd gehouden, eveneens een stad in de Rooms-Katholieke provincie Noord-Brabant. De ambtenaren in deze stad hebben voortdurend van vooroordeel tegen het werk van Jehova’s getuigen blijk gegeven. Nadat wij vele moeilijkheden hadden overwonnen, slaagden wij er ten slotte in een zonevergadering te organiseren, die werd gehouden in een tent welke op particuliere grond was geplaatst. Ongeveer 100 broeders en zusters namen deel aan het met borden aankondigen van de openbare lezing „Het enige licht”, zonder dat zij de politie om een vergunning hadden gevraagd. Ongeveer 80 broeders en zusters werden van hun borden beroofd, en circa 60 werden er gearresteerd. Daar de actie van de politie in deze stad een flagrante schending van de grondwet is, hebben wij een persbericht opgemaakt en naar het Algemeen Nederlands Persbureau gezonden, opdat het tijdens de nieuwsdienst over de radio zou worden omgeroepen en naar alle nieuwsbladen in het land zou worden doorgezonden. Op deze wijze heeft het gehele land over onze strijd voor vrijheid van aanbidding gehoord en werd de belangstelling van vele oprechte mensen opgewekt. Eén blad dat over het gehele land wordt verspreid gaf het volgende commentaar op het geval: „Opnieuw wacht ons een strafproces, waarbij artikel 7 van onze Grondwet in het geding is. In Eindhoven heeft de politie getuigen van Jehova aangehouden en „bekeurd”, die . . . aldaar pamfletten hebben verspreid en borden met leuzen hebben rondgedragen. Zij hadden voor deze wijze van propaganda maken geen vergunning gevraagd van de burgemeester, zoals de plaatselijke politieverordening dat voorschrijft. Onze Grondwet zegt echter, dat niemand voorafgaand verlof nodig heeft om zijn gedachten door middel van de drukpers te openbaren. Dus iedereen mag niet alleen laten drukken wat hij wil, hij mag het gedrukte ook verspreiden. In het belang van het handhaven van de openbare orde of ter beveiliging van het verkeer mogen echter de gemeentelijke autoriteiten het recht tot verspreiden beperken . . . Tot nog toe heeft de Hoge Raad echter een gemeentelijke verordening, die het verspreiden van drukwerk geheel van een vergunning van de burgemeester afhankelijk maakt, o.i. te recht in strijd met de Grondwet en nietig geacht” (Het Vrije Volk van 29 augustus 1949). Vele vrijheidslievende mensen zien te zamen met ons verlangend uit naar de uitslag van deze zaak.
Natuurlijk zijn er ook gerechtszaken die ten gunste van ons zijn beslist; doch wat er ook moge gebeuren en welke beslissingen mensen van deze wereld ook mogen nemen, Jehova’s getuigen in dit land zullen door de genade des Heren hun hand niet laten verslappen. Wanneer zij moeten lijden vanwege hun gehoorzaamheid aan de hogere wetten van de Almachtige God, zullen zij niet lijden als dieven en kwaaddoeners, doch als Christenen die hun naasten goed willen doen door hun de boodschap van hoop en leven te brengen.
SURINAME
Wanneer er onder de broeders en zusters vrede en eenheid is, dan verwachten wij een vooruitgang te zien. Wanneer alle dienstknechten van Jehova in een gemeente het eens zijn met elkaar en hun zinnen er op hebben gezet hun naasten te helpen, dan wordt de vreugde des Heren door goede werken tot uitdrukking gebracht en door een toename geopenbaard. Er is in het afgelopen dienstjaar in Suriname geen toename in het aantal verkondigers geweest, en dit is toe te schrijven aan het ontbreken van eenheid onder hen die de belangen van het Koninkrijk behartigden. Ondanks deze innerlijke verwarring in de groepsorganisatie en onder de pioniers, is er toch een goed getuigenis gegeven, doordat er lectuur is verspreid, nabezoeken zijn gebracht en huis-Bijbelstudiën zijn geleid, doch er was geen vreedzame groep in Paramaribo, waar deze pasgeïnteresseerden naar toe konden worden gebracht. Wij hopen dat deze toestand is veranderd en dat 1950 betere resultaten zal tonen wat vrede en eenheid en de expansie van het werk des Heren betreft.
Hieronder volgen enkele belangwekkende bijzonderheden welke werden medegedeeld door de broeder die het werk in Suriname behartigt.
Ook in dit land werd gedurende het afgelopen dienstjaar het gezang van het ’nog meer loven’ van Jehova voortgezet. Door middel van openbare lezingen hebben vele mensen het werk van de dienstknechten van Jehova leren kennen. Onze openbare-vergaderingsveldtocht ging in deze Nederlandse kolonie, naarmate het dienstjaar verstreek, voort. Gedurende de laatste maand van het dienstjaar werden meer lezingen uitgesproken dan ooit in één maand zijn gehouden, en dit geschiedde elke week op drie plaatsen. Dit maakte een totaal van 17 in de maand augustus. Dit jaar werd tijdens lezingen die op plantages buiten de stad werden gehouden, de populaire takki-takki-taal gebruikt. Wij hopen dat mensen die geen Nederlands kunnen lezen, zoals zij die uit Hindoestan komen, en de Javanen, door dit soort van lezingen zullen worden bereikt.
Het bezoek van Broeder Knorr en Broeder Henschel in het midden van de maand april jongstleden was een onvergetelijke vreugde voor de broeders en zusters in Suriname. Er werd een tweedaagse vergadering georganiseerd en het hoogtepunt van het bezoek was een lezing die door Broeder Knorr werd uitgesproken en door meer dan 200 mensen werd bijgewoond. De president van het Genootschap kondigde in de laatste lezing aan, dat Suriname zou worden bezocht door een zonedienaar van Brits-Guyana, de naburige kolonie in het westen. Voordat wij het wisten, ontvingen wij een kennisgeving, dat de zonedienaar van 3 tot 20 augustus Suriname zou bezoeken.
Hij verhaalt de volgende ervaring die hij heeft opgedaan toen hij onderweg was om de groep te Nieuw-Nickerie te bedienen. De wouden van Suriname strekken zich tot aan de kust van de oceaan uit, terwijl de donkere stromende rivieren, die vaak diep en breed zijn, zich door de moerassige oerwouden slingeren. Vele van deze rivieren zijn met elkaar verbonden door middel van grachten en kanalen die tijdens de slaventijd zijn gegraven. Langs deze waterwegen, die bij de Nederlanders geliefd zijn, zorgen passagiersbarkassen, die ongeveer 50 mensen kunnen bevatten, voor het vervoer tussen de hoofdstad en Nieuw-Nickerie. De boten doen er onafgebroken 30 of meer uren over, en de passagiers zitten te midden van hun goederen en koopwaar. ’s Avonds, wanneer de kakelende ara’s (een soort van papegaaien) in paren naar hun geliefkoosde slaapplaatsen fladderen, zoekt iedereen een plaats op om te slapen, meestal op het dek; een ieder die een hangmat bezit, hangt deze dwarsscheeps op en wiegt heen en weer met de lichte schommeling van de bewegende boot. Wij waren in nauwe aanraking gekomen met de verschillende nationaliteiten van Suriname. Deze vriendelijke Javanen, Djoeka’s, Chinezen, Hindoes en Creolen werken zeer stimulerend, en alles wat er aan ontbrak, was de eenheid-brengende geest van het Koninkrijk.
Er kon niet veel getuigenis worden gegeven, doch enkelen spraken een klein beetje de gewone taal (Engels); en op die wijze ging het Koninkrijksevangelie rond. Te midden van de schommelende hangmatten mengden zich steeds meer mensen in het gesprek, en terwijl een Oostindiaanse vrouw naar de waarheid luisterde, kwam er uit het donker van het verste eind van de boot een vraag. Direct ontvangt haar landgenoot een antwoord terug. „De wijze susamacher van Georgetown” hetgeen betekent, een ’prediker van het goede nieuws.’ De volgende dag zitten wij in de hete tropische zonneschijn bovenop de barkas in rieten stoelen die een Chinese koopman als bagage had meegebracht. Terwijl hij anders in zijn winkel veel te doen heeft, heeft hij vandaag toch alle tijd om vragen te stellen en het antwoord op vele vragen te horen, waarmede de mensen van alle natiën zitten. Wanneer wij op de plaats van bestemming aankomen, wordt de kleine boot aan de aanlegsteiger vastgebonden en zijn levende lading verspreidt zich. De volgende paar dagen wordt de Getuige bij zijn bezoeken telkens vol vreugde gegroet als hij van huis tot huis en langs de zandige straten gaat.
Hij gaf tijdens zijn verblijf in Suriname belangrijke geestelijke onderwijzingen en raad, en werkte met de broeders en zusters samen ten einde hen te helpen de boodschap doeltreffender aan te bieden.
NEDERLANDS WEST-INDIË
Het bereiken van nieuwe hoogtepunten in het aantal verkondigers is niet iets nieuws in Nederlands West-Indië. Zowel op het eiland Aruba als op Curaçao verheugen de groepen zich in een voortdurende expansie, zozeer zelfs dat de tegenwoordige Koninkrijkszalen de menigte bijna niet kunnen bevatten. Het hoogste topaantal werd in juli bereikt toen 96 verkondigers berichten inleverden, dit was 53 hoger dan het topaantal 43 van juli een jaar geleden. Het gemiddelde aantal van 73 verkondigers vormt een toename van 102,8 procent boven het vorige gemiddelde.
De meesten van deze pas-geïnteresseerden zijn eenvoudige inheemse mensen. Een voorbeeld hiervan is, een kleurling die met een gescheurde Bijbel in zijn hand binnenkwam, toen een getuige met zijn vrouw over een van de boeken van het Genootschap sprak. Ja, het was wel goed dat zijn vrouw de boeken kocht, doch hij zou alleen de Bijbel lezen, ook al kon hij gedeelten er van niet begrijpen. Er werd een studie afgesproken, een nieuwe Bijbel werd voor hem meegebracht, en thans is dit „schaap” naar de groepsvergaderingen geweest en in de dienst uitgetrokken. De getuigen die de mensen geduldig moeten onderrichten, bedienden dit jaar 56 huis-Bijbelstudiën, in vergelijking met 42 in het vorige jaar.
Zowel voor de nieuwe als voor de oude verkondigers wierp het bezoek van Broeder Steelman, die hen als zonedienaar diende, veel voordeel af. Tijdens zijn bezoek hield hij een openbare lezing op het dichtbijgelegen eiland Bonaire, en gedurende deze lezing trachtte gepeupel dat door de priester was opgestookt, de vergadering te onderbreken door het huis met stenen te bekogelen, kannen stuk te slaan en zich over het algemeen op een wanordelijke wijze te gedragen. Er wordt echter verteld dat enkelen van de groep dichtbij het huis stonden en de lezing hoorden, die ondanks de storing werd voltooid. Een man van goede wil die er aanwezig was, schreef een protest dat in de plaatselijke courant werd gedrukt. Hij besloot met de woorden: „Geef mij de vrijheid te vragen: waar is het grote werk van de Katholieke missie van zovele jaren? Kunnen zulke daden van vandalisme voortkomen uit volmaakte religieuze onderwijzingen? De kansel is de plaats om liefde te leren, zelfs voor je vijanden, maar wij moeten inderdaad zeggen: ’hoe dichter bij de kerk hoe verder van God’.” Zulke priesterlijke inmengingen dienen er slechts toe het werk te bevorderen in plaats van het te belemmeren.
De eilanden zijn klein, doch de verspreiding van lectuur ging van 15.321 tot 21.251 stuks omhoog. De brochure De vreugde aller volkeren in Papiamentoe werd door hen die deze taal kunnen lezen, geestdriftig ontvangen, alhoewel niet door de priesters. Op het eiland Curaçao wordt elke maandag in de Koninkrijkszaal een studie in het Papiamentoe gehouden. Het is een levendige studie die gemiddeld door 18 personen wordt bijgewoond.
VERENIGDE STATEN VAN INDONESIË
Het Koninkrijkswerk is het afgelopen jaar in Indonesië goed vooruitgegaan. In voorgaande jaren hadden alleen uit Batavia op Java enkele verkondigers berichten ingestuurd, doch onlangs zijn er enige verkondigers uit Holland gekomen die nu in verschillende delen van de eilanden wonen; en sommigen van hen verrichten het verkondigingswerk. Hier en daar over de archipel verspreid, bevinden zich daardoor thans actieve verkondigers.
In Menado, een plaatsje op het eiland Celebes, wil een broeder die voor de oorlog pionier was, weer met de „volle tijd”-dienst beginnen. Op het ogenblik staan wij op het punt hem weer in te schrijven. Als groepsverkondiger heeft hij goed werk gedaan en veel lectuur verspreid. Van 1942 tot ongeveer een jaar geleden hebben deze broeder en zijn vrouw, die eveneens een verkondigster is, niet met het Genootschap in verbinding gestaan. Zij werden door de Japanners geïnterneerd en wegens hun standpunt voor de waarheid mishandeld. Ofschoon zij alleen stonden, hebben zij nooit hun geloof verloren, en zij waren zeer verheugd dat zij weer met de organisatie des Heren in aanraking kwamen.
Andere verkondigers zenden nu berichten in van Malang en Soerabaja op Java, en eveneens van het kleine eiland Billiton.
Het Genootschap heeft dit jaar een grote, zeer noodzakelijke voorraad Chinese lectuur kunnen zenden. Dit heeft de verkondigers die Chinees spreken, zeer aangemoedigd, in het bijzonder de twee Chinese pioniers, en hun vreugde blijkt uit hun activiteit sindsdien. Wij kwamen eveneens klaar met het drukken van 10.000 exemplaren van „Verheugt u, gij natiën” in Indonesisch (een plaatselijk Maleis), en verstuurden ze naar Batavia. Dit is de eerste grote voorraad Maleise lectuur die de broeders en zusters sinds de oorlog hebben ontvangen, en zij hebben hun diepgevoelde waardering voor de hulp van het Genootschap in dit opzicht tot uitdrukking gebracht. Daar er op deze eilanden weinig Nederlandse Bijbels voorradig zijn, is ook hiervan een aantal van Australië uit verzonden.
In het midden van het jaar hebben zes Gileadieten, die op weg waren naar Singapore, een kort bezoek gebracht aan de groep te Batavia. Dit was niet alleen een aanmoediging voor de verkondigers, doch aan de groep werd ook veel practische hulp en raad gegeven over de wijze waarop het werk doeltreffender kan worden verricht.
Er werd een studie begonnen met een Chinese vrouw die in het Leger des Heils een vooraanstaande plaats bekleedde. Haar man neemt eveneens aan de studie deel en beiden leren snel. De vrouw sprak gewoonlijk voor de gemeente in de kerk. De laatste tijd kan zij echter niet anders dan bij elke gelegenheid over de waarheid spreken en daarom is haar niet verzocht wederom in de kerk te spreken. Thans vergadert zij haar buren en vrienden om elke keer de Bijbelstudie bij te wonen.
Er moet nog veel werk worden gedaan op deze eilanden. Wij hopen dat het Genootschap spoedig in staat zal zijn Gileadieten te zenden die kunnen helpen het werk in Batavia te organiseren en de boodschap ook in andere steden te verbreiden. Ondertussen doen de broeders en zusters prijzenswaardig werk en zien voor leiding naar de Heer op.
BELGIË
In België geschiedt op het ogenblik iets zeer belangwekkends: de Walen, Vlamingen en vreemdelingen worden verenigd. Eeuwenlang is er naijver geweest tussen de Frans-sprekende en Vlaams-sprekende bevolking van België. Beide klassen van mensen hebben aan hun eigen levenswijze vastgehouden. Er staat in het Woord des Heren opgetekend, dat mensen van elke natie, geslacht en tong zullen komen om Jehova te loven; en dit geschiedt in België. Wanneer men door dit land reist, ziet men degenen die het lied der waarheid zingen, op de straten; men ziet ze van deur tot deur gaan en openbare vergaderingen beleggen — in alle delen van het land zul je kleine groepjes Jehova’s getuigen druk bezig zien. Je zult horen van hun zonevergaderingen; je zult hun borden en tijdschriften zien. Al deze activiteit heeft tot resultaat dat het loven van Jehova een grote omvang heeft aangenomen en er is geen naijver onder Jehova’s getuigen, noch onder de Walen noch onder de Vlamingen. Een jaar geleden zeiden Jehova’s getuigen in België te zamen met alle andere verkondigers in de wereld: „Wij willen Jehova nog meer loven” en dit hebben zij ongetwijfeld met uitstekend resultaat gedaan. Het aantal verkondigers in België is thans 37 procent hoger dan verleden jaar. 429 personen symboliseerden dit jaar hun wijding en begonnen met de bekendmaking dat het koninkrijk der hemelen nabij is. Er is in België een groot predikingswerk aan de gang, zoals de mensen die daar wonen, zeer goed weten en het bericht van de dienaar van het Bijkantoor geeft een duidelijk beeld van de activiteit. Je kan de vreugde van onze Belgische broeders en zusters beleven wanneer je delen van het bericht van de dienaar van het Bijkantoor leest.
De openbare-vergaderingsactiviteit heeft een zeer voorname plaats ingenomen bij de expansie van het lofgezang. Tijdens het jaar was er een toename van 49 procent in het aantal georganiseerde openbare vergaderingen. Deze openbare lezingen werden gehouden in zalen, cafés, privé-huizen, op erfen, in parken, op openbare plaatsen, pleinen en markten. Sommige steden leverden zelfs gratis electriciteit voor de geluidsinstallaties die door de broeders en zusters werden gebruikt. Eén groep registreerde na twee maanden openbare-vergaderingsactiviteit in de open lucht een toename van 15 procent in het aantal verkondigers. Er is goed voor de belangstellende mensen gezorgd doordat vlak na openbare vergaderingen Bijbelstudiën zijn georganiseerd; en aldus wordt het aantal Bijbelstudiën voortdurend groter, hetgeen vele nieuwe bedienaren van het evangelie voorbereidt zich bij de rijen van de steeds toenemende menigte aan te sluiten.
Onder de nieuwe bedienaren van het evangelie bevinden zich velen die talrijke jaren in de valse religie hebben doorgebracht; doch nu zij de waarheid hebben gevonden, kent hun vreugde geen grenzen meer, zoals wordt getoond door de volgende ervaring die door een Gileadiet is verteld: „Ik verspreidde een boek aan een bejaarde man van 69 jaar, en een week later bracht ik hem weer een bezoek. Hij had het boek tweemaal doorgelezen en hij vroeg mij of ik hem eens een Bijbel kon laten zien. Ik antwoordde dat hij mijn Bijbel kon zien, doch dat hij er zelf een kon verkrijgen voor 50 francs wanneer hij het wenste. De volgende dag nam ik een Bijbel en nog een gebonden boek voor hem mee. Twee weken daarna bezocht ik hem weer en hij had de boeken en bijna de gehele Bijbel gelezen. Hij vertelde mij: ’Ik verliet de Katholieken jaren geleden, maar altijd heb ik geloofd in het bestaan van een God, ofschoon ik er geen flauw idee van heb gehad dat er zulk een organisatie als de uwe zou bestaan.’ Hij abonneerde zich op de twee tijdschriften en vroeg drie boeken om die aan zijn vrienden te verspreiden. Hij zeide: ’Ik vind het jammer dat ik de waarheid niet heb leren kennen toen ik jonger was, omdat ik toen zo veel meer had kunnen doen.’ Thans is hij een verkondiger, zes weken nadat hij voor het eerst in zijn leven de Bijbel heeft gezien. Het is verheugend hem te bezoeken en te zien dat hij over de waarheid blijft spreken ondanks dat velen van zijn vrienden de boodschap verwerpen en belachelijk maken.”
Dagelijks komen ons vele ervaringen ter ore die aantonen, dat vele mensen een kennis verkrijgen van de weg die naar eindeloos leven en geluk leidt. Een paar maanden geleden heeft het Bijkantoor bij het ministerie van financiën een verzoek ingediend de belastingen op het eigendom van het Genootschap hier in Brussel te verlagen. Enige weken daarna ontvingen wij een brief van het ministerie, waarin werd verzocht of een vertegenwoordiger van het Genootschap naar hun kantoor wilde komen met een plattegrond van de gebouwen van het Genootschap. Toen de broeder op het kantoor aankwam, nam de beambte de plattegrond aan en zeide: „Neemt u mij niet kwalijk dat ik u extra moeite heb veroorzaakt, doch ik heb u niet voor de plattegrond naar het kantoor laten komen, die had u per post kunnen zenden. Doch ik wilde u om enige inlichtingen vragen.” Toen haalde hij uit een lade van zijn bureau een exemplaar van La Tour de Garde te voorschijn, waarin het onderwerp „Zijt gij gered?” werd behandeld en hij begon enige zeer belangwekkende vragen over ons werk te stellen. „Ik ben een Darbyst” zeide hij, „doch onze dominees en de leden van onze kerk hebben zoveel strenge onthouding aangekweekt, die zij voor Gods dienaren noodzakelijk achten, dat zij droevig zijn geworden. Ik heb niets geleerd in de tempel die ik twee jaren heb bezocht, doch dit tijdschrift heeft voor mij een prachtige horizon geopend. Hetgeen mij tot jullie mensen trekt, is, jullie jonge mannen en jonge vrouwen en jullie andere leden zo dapper hun werk op de straten te zien verrichten, en ondanks dat het zo moeilijk is, glimlachen zij altijd. Hun stralende vreugde bewijst veel meer dan alle strenge onthouding van de Darbysten, dat zij dienaren van God zijn.”
Jehova’s getuigen verheugen zich in België nog steeds in een grote vrijheid. Het Belgische volk is erg gebrand op zijn vrijheden, en zij vinden dat Jehova’s getuigen het recht hebben hun zeer belangrijke werk te verrichten. Natuurlijk zijn er enige religie-aanhangers die niet dezelfde mening zijn toegedaan, en daarom trachten zij de getuigen de mond te stoppen. Tijdens het jaar zijn er op het bureau berichten binnengekomen van elf verkondigers, die vals waren beschuldigd van het verkopen zonder een vergunning, en waren gearresteerd. Voor elk geval hebben wij een brief geschreven naar de gemachtigde van de koning, waarin wij ons werk uiteenzetten, en aantoonden dat de verkondigers ten onrechte waren gearresteerd, en verzochten de dagvaardigingen in te trekken. Dit geschiedde in vier gevallen voordat de zaak voor het gerecht kwam, twee broeders werden onmiddellijk vrijgesproken, toen zij voor het gerecht kwamen, en de andere vijf broeders en zusters werden beboet, doch zij zijn in hoger beroep gegaan.
Het goede gedrag van de broeders en zusters heeft een zeer gunstige indruk gemaakt op hen met wie zij in aanraking zijn gekomen. Zo behoort het natuurlijk te zijn, omdat Jehova’s getuigen door hun levenswijze dienen te tonen dat zij werkelijk voor de nieuwe wereld der gerechtigheid leven. Dit is op zich zelf een groot getuigenis, omdat onze prediking stellig huichelachtig en ijdel zou zijn, wanneer wij zelf nalieten het te beoefenen.
Het afgelopen jaar zijn er nog twaalf zendelingen van Gilead naar België gekomen, zodat er in het land in het totaal 16 Gileadieten zijn. Er zijn drie zendingshuizen opgericht, te Antwerpen, Luik en Brussel. Zij werken allen hard om de talen van België te leren en maken goede vorderingen. Daarom verwachten wij goede resultaten van hun werk gedurende het nieuwe dienstjaar.
Onze God is buitengewoon goed voor ons geweest en heeft ons gebed verhoord, ons op de aangename en voorspoedige weg te leiden. En daarom roepen wij met de psalmist uit: „Gij kroont het jaar met uwe goedheid, en uwe voetstappen druipen van vettigheid.” — Ps. 65:12, Luther.
BELGISCH KONGO
Het prediken van het Woord van God is niet overal in de wereld even gemakkelijk. Men zou denken dat in Afrika, in het bijzonder in de Belgische Kongo, de regeerders van het land blij zouden zijn, wanneer iemand over het Woord van God spreekt. Doch het is niet zo. De Bijbel schijnt in dat gebied een verboden boek te zijn, omdat de machten achter de regering van de Belgische Kongo niet willen dat vrijdenkende mensen lezen wat zij wensen te lezen, in het bijzonder wanneer het in verband staat met het Woord des Heren. De dienaar van het Bijkantoor in Noord-Rhodesia geeft ons het volgende interessante verslag.
Het afgelopen jaar is moeilijker dan ooit te voren geweest, en dat betekent voor de broeders en zusters die in de Belgische Kongo wonen, heel wat. In het begin van het dienstjaar werden niet alle boeken en brieven ontvangen, die naar dat gebied werden verzonden, en het contact werd bijna geheel verbroken. Vervolgens verbood de gouverneur-generaal op 12 januari het werk van het Genootschap en legde allen die bijeenkwamen met leden van het Genootschap, of het Genootschap op de een of andere wijze ondersteunden of leden er van waren, een gevangenisstraf van twee maanden en een boete van 2.000 francs op. Dit besluit werd in de Katholieke pers met vreugde begroet. Arrestatie na arrestatie volgde. Lijsten die een jaar te voren van een vroegere groepsdienaar te Elisabethstad waren afgenomen, werden als een hulpmiddel gebruikt om honderden die met het Genootschap waren verbonden, op te sporen en zij met hun vrouwen werden gearresteerd. Nadat Afrikaners van Noord-Rhodesia hun straf hadden uitgezeten, werden zij gedeporteerd, doch de inlandse vrienden van de Kongo werden in vele gevallen naar Kasaji gezonden, een concentratiekamp dat 450 kilometer van Elisabethstad is verwijderd, en waar een gedeelte nog steeds verblijft. Sommigen van de gedeporteerde broeders en zusters ontvingen een minimum aan voedsel en zij werden gedwongen de 29 kilometer van Sakania naar de grens van Noord-Rhodesia te lopen.
De geheime politie is onlangs uitgebreid en de aanwezigheid van een Bijbel is voldoende om er van verdacht te worden een van Jehova’s getuigen te zijn.
Zojuist hebben wij het bericht ontvangen, dat twee Europese zusters van het district Elisabethstad voorwaardelijk tot 45 dagen gevangenisstraf zijn veroordeeld met een proeftijd van drie jaren waarin zij zich goed moeten gedragen (wat natuurlijk betekent, geen werk voor de Heer), omdat zij in het bezit waren van De Wachttoren en getuigenis gaven. Dagelijks hebben zij het vooruitzicht te worden gedeporteerd. Anderen die minder moed bezitten, zijn in hun geestelijke vooruitgang tot stilstand gekomen. De regering van de Belgische Kongo houdt het land niet zo nauwkeurig veilig voor democratie, als wel voor Katholicisme, en een uitgever van een nieuwsblad die dit durfde te critiseren, werd gedeporteerd.