Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1450-1451
  • Stam

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Stam
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • STAMMEN VAN HET GEESTELIJKE ISRAËL
  • „DE TWAALF STAMMEN VAN ISRAËL OORDELEN”
  • Stam
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Mederegeerders van de „Leeuw van de stam Juda”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • De voorzegging over hem aan wie alle volken gehoorzaamheid verschuldigd zijn
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1962
  • Israël
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1450-1451

STAM.

Een groep mensen, bestaande uit een aantal families of clans, van hetzelfde ras of met dezelfde cultuur en onder dezelfde leiders.

De twee Hebreeuwse woorden die vaak met „stam” worden weergegeven (mat·tehʹ en sjeʹvet), betekenen beide roede of staf (Ex. 7:12; Spr. 13:24). Deze woorden kregen kennelijk de betekenis van „stam” in de zin van een groep mensen die geleid werd door een hoofd of door oversten die een scepter of staf droegen. (Vergelijk Numeri 17:2-6.) In de meeste gevallen waarin uit de context blijkt dat er met een van de beide Hebreeuwse woorden gedoeld wordt op „stam”, wordt de term met betrekking tot een van de stammen van Israël gebruikt, zoals de „stam [mat·tehʹ] Gad” of de „stam [sjeʹvet] der levieten” (Joz. 13:24, 33; zie ISRAËL nr. 2). Maar met de in Psalm 74:2 genoemde ’stam die God als zijn erfdeel heeft losgekocht’, wordt klaarblijkelijk op de hele natie Israël gedoeld, die wordt aangeduid als een „stam” of een volk, dat zich van andere natiën en volken onderscheidt. En in Numeri 4:18 schijnt de term „stam” in een beperktere zin te zijn gebruikt en te worden toegepast op de Kehathieten, die een onderafdeling van de stam Levi waren. Met de in Jesaja 19:13 vermelde Egyptische „stammen” moeten bepaalde categorieën mensen bedoeld zijn, die onderscheiden werden naar gebied, kaste of anderszins.

De Griekse term fuʹle betekent „een gemeenschap van mensen die door verwantschap of woongebied een eenheid vormen, een clan, stam”. Het woord wordt in de christelijke Griekse Geschriften vaak gebruikt met betrekking tot de stammen van de natie Israël (Hand. 13:21; Rom. 11:1; Fil. 3:5; Hebr. 7:13, 14; Openb. 5:5). In uitdrukkingen als „uit elke stam en taal en elk volk en elke natie” schijnt „stam” een door gemeenschappelijke afstamming aan elkaar verwante groep mensen te betekenen (Openb. 5:9). Deze uitdrukkingen hebben derhalve een ruime betekenis en doelen op alle mensen, of zij nu als stammen bestaande uit onderling verwante individuen worden beschouwd of als deel van een taalgroep, een grote leefgemeenschap van mensen of een politieke groepering (Openb. 7:9; 11:9; 13:7; 14:6). Fuʹle komt bovendien voor in de uitdrukking „alle stammen van de aarde” in Openbaring 1:7, waarmee kennelijk alle mensen op aarde bedoeld zijn, want het vers zegt ook dat ’elk oog hem zal zien’. — Vergelijk Mattheüs 24:30.

STAMMEN VAN HET GEESTELIJKE ISRAËL

Openbaring 7:4-8 verdeelt de 144.000 leden van het geestelijke Israël in 12 ’stammen’ van elk 12.000. (Zie ISRAËL GODS.) Deze opsomming verschilt enigszins van die van Jakobs zonen (met inbegrip van Levi), die de stamhoofden van het natuurlijke Israël waren (Gen. 49:28). Het volgende zou de reden voor het verschil kunnen zijn:

Jakobs eerstgeboren zoon, Ruben, verloor zijn eerstgeboorterecht door zijn onbetamelijke gedrag (Gen. 49:3, 4; 1 Kron. 5:1, 2). Jozef (de eerstgeboren zoon van Jakob bij zijn tweede, maar meest geliefde vrouw Rachel) verkreeg de voorrechten van de eerstgeboren zoon, met inbegrip van het recht op twee delen of stukken land in Israël (Gen. 48:21, 22). Aangezien Jozefs jongste zoon, Efraïm, in Israël belangrijker werd dan Manasse (Gen. 48:19, 20), heeft „Jozef” in de opsomming van Openbaring kennelijk betrekking op Efraïm. En Manasse vertegenwoordigt Jozefs tweede deel in het geestelijke Israël. Aangezien de stam Levi in de opsomming opgenomen is, wordt de stam Dan in Openbaring 7:4-8 blijkbaar niet vermeld om plaats te maken voor Jozefs tweede deel, dat door Manasse wordt vertegenwoordigd. Door Levi erin op te nemen, zou ook te kennen worden gegeven dat er in het geestelijke Israël geen speciale priesterstam is, want de gehele geestelijke natie is een „koninklijke priesterschap”. — 1 Petr. 2:9.

„DE TWAALF STAMMEN VAN ISRAËL OORDELEN”

Jezus zei tot de apostelen dat zij in „de herschepping” „op twaalf tronen [zouden] zitten en de twaalf stammen van Israël [zouden] oordelen” (Matth. 19:28). En hij uitte een soortgelijke gedachte toen hij met zijn getrouwe apostelen een verbond voor een koninkrijk sloot (Luk. 22:28-30). Het is niet redelijk om aan te nemen dat Jezus hiermee bedoelde dat zij de 12 stammen van het geestelijke Israël, die later in Openbaring worden genoemd, zouden oordelen, want de apostelen zouden zelf deel uitmaken van die groep (Ef. 2:19-22; Openb. 3:21). Over degenen die zijn „geroepen om heiligen te zijn”, wordt gezegd dat zij „de wereld” zullen oordelen, niet zichzelf (1 Kor. 1:1, 2; 6:2). Degenen die met Christus regeren, vormen een koninkrijk van priesters (1 Petr. 2:9; Openb. 5:10). Bijgevolg hebben de „twaalf stammen van Israël” die in Mattheüs 19:28 en Lukas 22:30 worden genoemd, kennelijk betrekking op de mensen-„wereld”, die niet tot die koninklijke priesterklasse behoort en door degenen die op hemelse tronen zitten, geoordeeld zal worden. — Openb. 20:4.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen