Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 218-219
  • Bomen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bomen
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • IN DE WET
  • FIGUURLIJK GEBRUIK
  • Bomen
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Zullen uw dagen „als de dagen van een boom” zijn?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1973
  • Het kweken van kustreuzen
    Ontwaakt! 1992
  • De grootste levende organismen ter wereld
    Ontwaakt! 1974
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 218-219

BOMEN

[Hebreeuws: ‘ets].

Het zeer afwisselende klimaat van Palestina en de naburige landen maakte het mogelijk dat daar een grote verscheidenheid van bomen groeide, van de ceders van de Libanon tot de dadelpalmen van Jericho en de bremstruiken van de woestijn. In de bijbel worden zo’n 30 verschillende boomsoorten genoemd, en in deze publikatie worden ze elk onder hun eigen naam behandeld.

Het is vaak erg moeilijk om vast te stellen welke boom nu precies met het oorspronkelijke Hebreeuwse of Griekse woord wordt bedoeld, en in een aantal gevallen is de identificatie onzeker. Ze hangt af van de beschrijving in het bijbelse verslag zelf, zoals welke kenmerken er van een boom worden genoemd (hetgeen soms blijkt uit de betekenis van het grondwoord waarvan de naam is afgeleid). Deze beschrijving moet men dan vergelijken met de bomen die tegenwoordig in bijbelse landen groeien, vooral in de gebieden waar het in de bijbeltekst om gaat, als die tenminste specifiek worden vermeld. Een verdere hulp is het bestuderen van verwante woorden in andere talen, zoals het Arabisch en het Aramees. In sommige gevallen schijnt het verstandiger de naam eenvoudig te transcriberen, zoals bijvoorbeeld in het geval van de almuggimboom.

IN DE WET

Voordat de Israëlieten het land Kanaän innamen, kregen zij instructies geen vruchtdragende bomen om te hakken wanneer zij de steden aanvielen, ofschoon God eeuwen later de koningen van Juda en van Israël de opdracht gaf om de ’goede bomen’ van het koninkrijk Moab te vellen. De reden hiervoor schijnt te zijn dat Moab buiten het Beloofde Land lag. Het ging om een strafactie tegen Moab, en deze maatregel van de Israëlieten moest een opstand of wraakneming van de zijde van de Moabieten voorkomen (Deut. 20:19, 20; 2 Kon. 3:19, 25; vergelijk Jeremia 6:6). Wie een boom plantte, mocht de eerste drie jaar niet van de vrucht ervan eten, en in het vierde jaar moest de opbrengst aan het heiligdom geschonken worden (Lev. 19:23-25; vergelijk Deuteronomium 26:2). Daarna werden jaarlijks de eerste rijpe vruchten eveneens naar het heiligdom gebracht. — Neh. 10:35-37.

FIGUURLIJK GEBRUIK

In de hof van Eden koos God twee bomen voor een symbolisch doel uit: de „boom des levens” en de „boom der kennis van goed en kwaad”. De overtreding van Gods gebod met betrekking tot de laatste boom had ’s mensen val tot gevolg. — Gen. 2:9, 16, 17; 3:1-24.

De betekenis van de „boom der kennis van goed en kwaad” en het verbod om van de vrucht ervan te eten, is dikwijls ten onrechte in verband gebracht met de seksuele betrekkingen van het eerste mensenpaar. Deze zienswijze is echter in strijd met Gods duidelijke gebod aan hen als man en vrouw om ’vruchtbaar te zijn en tot velen te worden en de aarde te vullen’ (Gen. 1:28). Doordat de boom de „kennis van goed en kwaad” symboliseerde en het hierbij ging om iets dat volgens Gods uitdrukkelijke gebod ’buiten het terrein’ van het mensenpaar lag, werd deze boom een zinnebeeld van Gods recht om de maatstaven van goed en kwaad te bepalen of vast te stellen. Op deze wijze werd ’s mensen achting voor de positie van zijn Schepper op de proef gesteld, alsook zijn bereidheid om binnen de door God gestelde grenzen te blijven, waardoor de mens beslist niet in zijn vrijheid werd beperkt, maar het hem mogelijk werd gemaakt ten volle van het leven te genieten. Daarom zou het overschrijden van de grenzen van het verboden terrein door van de „boom der kennis van goed en kwaad” te eten, neerkomen op het binnendringen van Gods domein en opstand tegen zijn autoriteit. — Zie SOEVEREINITEIT.

Bomen werden ook gebruikt om individuele personen, heersers en koninkrijken af te beelden, zoals bijvoorbeeld in de profetie waar de met een boom te vergelijken val van Farao en zijn menigte wordt vergeleken met het omhakken van een statige ceder (Ezech. hfdst. 31), en in Daniëls profetie over de machtige boom die heerschappij „in het koninkrijk der mensheid” afbeeldde (Dan. 4:10-26). De rechtvaardige wordt vergeleken met een boom die aan waterstromen geplant is (Ps. 1:3), waarvan het loof welig is en die zelfs in een tijd van droogte nog vrucht voortbrengt. — Jer. 17:8.

De belofte dat de dagen van Gods herstelde volk als de dagen van een boom zullen zijn (Jes. 65:22), krijgt meer betekenis door het feit dat sommige bomen in Palestina honderden jaren, ja zelfs meer dan 1000 jaar oud worden. Ezechiël zag in een visioen een stroom die uit de tempel kwam en die aan weerskanten omzoomd was door vruchtbare bomen waarvan het gebladerte tot genezing diende, en een soortgelijk visioen vinden wij in het boek Openbaring (Ezech. 47:7, 12; Openb. 22:2, 14). De uitdrukking „boom des levens” wordt van toepassing gebracht op de ware wijsheid, op de vrucht van de rechtvaardige, op de verwezenlijking van iets wat vurig begeerd werd, op de kalmte van de tong, en ze wordt ook met de kroon des levens in verband gebracht (Spr. 3:18; 11:30; 13:12; 15:4; Openb. 2:7, 10). Bomen worden in verband gebracht met de vruchtbaarheid van het land en de vredige en vreugdevolle omstandigheden die een gevolg zijn van Jehovah’s koningschap en het herstel van zijn volk. — 1 Kron. 16:33; Ps. 96:12; 148:9; Jes. 55:12; Ezech. 34:27; 36:30.

Net zoals Johannes de Doper dit bij een eerdere gelegenheid had gedaan, gebruikte Jezus in enkele van zijn illustraties bomen teneinde de noodzaak te beklemtonen de vrucht van ware rechtvaardigheid voort te brengen (Matth. 3:10; 7:15-20). Aangezien destijds in Palestina op vruchtbomen belasting werd geheven, was een onvruchtbare boom (zo goed als dood) voor zijn eigenaar een ongewenste last en werd daarom omgehakt en vernietigd (Luk. 13:6-9). In Judas 12 worden immorele personen die de christelijke gemeente binnendringen, vergeleken met onvruchtbare bomen in de herfsttijd, die tweemaal gestorven zijn. Dat ze worden beschreven als „tweemaal gestorven”, moet wellicht op een nadrukkelijke wijze tot uitdrukking brengen dat ze volkomen dood zijn. Het zou ook kunnen betekenen dat ze van twee verschillende gezichtspunten uit bezien dood zijn. Ze zijn (1) onvruchtbaar of zonder vrucht, en (2) letterlijk dood, zonder levenskracht.

Het Hebreeuwse woord voor boom wordt ook gebruikt met betrekking tot de staak of paal waaraan een lijk werd opgehangen (Gen. 40:19; Deut. 21:22, 23; Joz. 8:29; Esth. 2:23). Toen de apostel Paulus naar Deuteronomium 21:23 verwees, gebruikte hij het Griekse woord xuʹlon. — Gal. 3:13; zie MARTELPAAL.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen