Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1145-1146
  • Nuchterheid

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Nuchterheid
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Nuchterheid
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Houd in alle dingen uw zinnen bij elkaar
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1975
  • 1 en 2 Timótheüs — Voortreffelijke raad voor opzieners
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Timotheüs, brieven aan
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1145-1146

NUCHTERHEID.

De Griekse woorden neʹfo (werkwoord) en ne·faʹli·os (bijvoeglijk naamwoord) dragen de gedachte over van nuchter, matig in gewoonten, alert, waakzaam zijn of de zinnen bij elkaar houden. In de grond der zaak duiden ze erop dat iemand vrij is van de invloed van bedwelmende dranken. In de Schrift worden ze echter hoofdzakelijk in figuurlijke zin gebruikt. Een verwant woord, ek·neʹfo, dat in de eerste plaats „nuchter worden uit een roes” betekent, wordt in de Septuaginta-vertaling gebezigd in Genesis 9:24: „Noach werd nuchter [ontwaakte] uit de wijn[roes].” Ook wordt deze Griekse term in dezelfde vertaling in Joël 1:5 gebruikt, waar de profeet tot de geestelijke „dronkaards” van Israël de oproep richt te ’ontwaken’, en in Habakuk 2:19, waar wee wordt aangekondigd over de aanbidders van afgodsbeelden, die tot stukken hout en steen zeggen: „Ontwaak!”

Wanneer de apostel Paulus de vereisten opsomt voor degenen die ervoor in aanmerking willen komen als opziener in de christelijke gemeente te worden aangesteld, zegt hij dat de opziener „matig in gewoonten [Grieks: ne·faʹli·os]” dient te zijn. Dit zou onder meer inhouden dat hij zich niet te buiten gaat aan wijn, want er staat ook dat hij geen „dronken ruziemaker” mag zijn. Het woord ne·faʹli·os brengt niet alleen tot uitdrukking dat de man steeds matig in het gebruik van alcoholische dranken moet zijn, maar ook dat hij op andere terreinen, zoals met betrekking tot zijn spraak, gedrag en manier van optreden, gezond verstand en matigheid aan de dag moet leggen. — 1 Tim. 3:2, 3.

Insgelijks wordt de vrouwen in de gemeente de raad gegeven „ernstig [te] zijn, geen lasteraarsters, matig in gewoonten, getrouw in alle dingen” (1 Tim. 3:11). De bejaarde mannen en vrouwen krijgen soortgelijke raad; de oudere vrouwen dienen het voorbeeld te geven, „opdat zij de jonge vrouwen tot bezinning mogen brengen”, zodat dezen goede echtgenotes en moeders zullen zijn en zich aan hun man zullen onderwerpen. — Tit. 2:2-5.

Toen Paulus de gemeente in Korinthe terechtwees, die beïnvloed was door zekere mannen die verkeerde leerstellingen propageerden, zei hij: „Slechte omgang bederft nuttige gewoonten. Ontwaakt en wordt nuchter op een rechtvaardige manier en beoefent geen zonde, want sommigen hebben geen kennis van God. Ik spreek om u tot schaamte te bewegen” (1 Kor. 15:33, 34). Zij dienden te ontwaken uit de bedwelming van valse leer, waardoor sommigen werden misleid en die geestelijke ziekte en zelfs de dood tot gevolg had (1 Kor. 11:30). In dezelfde trant had hij voordien aan de Thessalonicenzen geschreven, die in moeilijkheden waren gebracht door personen die dingen propageerden welke niet door de apostelen werden geleerd. Hij zei over „Jehovah’s dag” dat die plotseling zou komen, maar dat ware, getrouwe christenen er niet door overvallen zouden worden zoals dieven erdoor overvallen zouden worden. Bijgevolg mochten zij niet slaperig zijn, maar moesten zij ervoor zorgen waakzaam te zijn; zij moesten „wakker blijven en [hun] zinnen bij elkaar houden [letterlijk: ’voortdurend nuchter zijn’]”. — 1 Thess. 5:2-6, 8.

Paulus waarschuwde Timotheüs eveneens voor de komende afval met het daaraan verbonden gevaar voor de rechtschapenheid van christenen die trouw wilden blijven. Timotheüs moest, vooral omdat hij opziener was, op zijn hoede zijn en ’in alle dingen zijn zinnen bij elkaar houden [nuchter blijven], kwaad lijden, het werk van een evangelieprediker doen, zijn bediening ten volle volbrengen’ (2 Tim. 4:3-5). Wanneer Timotheüs zijn zinnen bij elkaar zou houden, zou hij beseffen dat Paulus er niet zo lang meer zou zijn (2 Tim. 4:6-8), en dat ook Timotheüs zelf uiteindelijk van het toneel zou verdwijnen, en daarom moest hij de dingen die hij geleerd had, toevertrouwen aan getrouwe mensen, die op hun beurt voldoende bekwaam zouden zijn om anderen te onderwijzen (2 Tim. 2:2). Aldus zou de gemeente worden opgebouwd als een bolwerk tegen de komende afval en „een pilaar en ondersteuning van de waarheid” zijn. — 1 Tim. 3:15.

Ook de apostel Petrus, die wist dat hij en zijn medeapostelen er niet zo lang meer zouden zijn (2 Petr. 1:14) om een belemmerende factor te vormen tegen de afval die door de Duivel op gang was gebracht, vermaande christenen vast te houden aan hun redding door bemiddeling van Christus, opdat zij ’hun zinnen volledig bij elkaar zouden houden (letterlijk: „volledig nuchter zijnd”) en hun hoop zouden vestigen op de onverdiende goedheid die hun ten deel zou vallen bij de openbaring van Jezus Christus’ (1 Petr. 1:13). Daar deze christenen de ernst van de tijd kenden en wisten dat de vervolging van de zijde van de wereld zou toenemen, dienden zij gezond van verstand, waakzaam en alert te zijn en niet na te laten vurig te bidden, teneinde de kracht te verkrijgen die zij nodig zouden hebben om te volharden (1 Petr. 4:7). Hij waarschuwde hen hun zinnen bij elkaar te houden, omdat de Duivel als een brullende leeuw op zoek was om iemand te verslinden en men derhalve een krachtig standpunt tegen hem moest innemen. Dit vereiste nuchterheid, ernst en zelfbeheersing. — 1 Petr. 5:8, 9.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen