ZILVER.
Daar zilver zelden in gedegen vorm gevonden wordt, moet het erts gesmolten en gelouterd worden om het zilver van het ganggesteente, de schuimslakken en de onzuiverheden te scheiden, en om andere metalen zoals lood eruit te verwijderen (Ps. 12:6; Spr. 27:21; Ezech. 22:20-22; Mal. 3:3). Zilver werd door alle natiën in de oudheid als iets kostbaars bezien (2 Sam. 8:10, 11; 2 Kron. 9:14). Onder Salomo’s regering werd niet alleen het zilver, maar ook het goud in Jeruzalem zo overvloedig dat zilver „als volkomen niets”, „als de stenen”, werd geacht (1 Kon. 10:21, 27; 2 Kron. 9:20; vergelijk Daniël 2:32). Eens in de drie jaar voerden schepen ladingen zilver aan uit Tarsis (klaarblijkelijk Spanje, waar nog steeds zilver wordt geproduceerd). — 1 Kon. 10:22; 2 Kron. 9:21; Jer. 10:9; Ezech. 27:12.
Gelouterd zilver werd voornamelijk voor twee doeleinden gebruikt: (1) Het was een maatstaf voor rijkdom en een ruilmiddel. Abraham gebruikte dit ruilmiddel om een stuk land voor een familiegraf te kopen (Gen. 13:2; 23:15-18). Betaling geschiedde volgens gewicht, omdat muntgeld pas eeuwen later in omloop kwam. (2) Reeds in de dagen van de patriarchen werden er uit dit metaal prachtige, versierde voorwerpen gemaakt (Gen. 24:53; 44:2; Ex. 11:2; 12:35). Zilver werd gebruikt voor het vervaardigen van Israëls twee trompetten (Num. 10:2), bij de bouw van de tabernakel (Ex. 26:19, 21, 25, 32; 27:10, 11, 17) en in Salomo’s tempel (1 Kron. 28:15-17). Er werden ook afgodische voorwerpen van gemaakt (Ex. 20:23; Hos. 13:2; Hab. 2:19; Hand. 19:24). In tegenstelling tot de vergankelijke waarde van zilver dienen wijsheid, streng onderricht en verstand — die alle van Jehovah afkomstig zijn — veel hoger geschat te worden (Spr. 3:13, 14; 8:10, 19; 16:16). In de Schrift wordt zilver bovendien op diverse manieren symbolisch gebruikt. — Pred. 12:6; Jes. 60:17; Dan. 2:32; 1 Kor. 3:12.