Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1327
  • Robbevel

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Robbevel
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • BRUIKBAAR, AL WAS DE ROB ONREIN
  • HOE DE ISRAËLIETEN ERAAN KWAMEN
  • Robbevel
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Een warmwaterrob?
    Ontwaakt! 1994
  • Huiden, vellen
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Huid, vel
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1327

ROBBEVEL

[taʹchasj].

Men weet niet precies wat voor huiden er gebruikt werden voor het maken van het buitenste dekkleed van de tabernakel en de dekkleden waarin het toebehoren en het gerei van het heiligdom werden gehuld om ze te vervoeren. Het woord taʹchasj of techa·sjimʹ (meervoud) verschijnt gewoonlijk naast ‛ōr („vel”) of ‛ō·rōthʹ („vellen”) (Ex. 25:5; 26:14; 35:7, 23; 36:19; 39:34; Num. 4:6-14, 25; Ezech. 16:10). De vertalers van de Septuaginta schijnen het Hebreeuwse woord niet als de aanduiding van een dier opgevat te hebben, maar als een kleur („hyacintblauw”, LXX). Joodse commentators zijn het er echter bijna unaniem over eens dat met taʹchasj een dier bedoeld is.

BRUIKBAAR, AL WAS DE ROB ONREIN

Het feit dat robben kennelijk onreine dieren waren en dus niet gegeten mochten worden, zou niet noodzakelijkerwijs het gebruik van hun vellen als bedekking voor de tabernakel uitsluiten. Hoewel bijvoorbeeld de leeuw en de arend „onrein” waren (Lev. 11:13, 27), werden de hemelse cherubs die Ezechiël in een visioen zag, afgebeeld met vier gezichten, waaronder dat van een leeuw en een arend (Ezech. 1:5, 10; 10:14). Ook de koperen wagentjes die Salomo ongetwijfeld naar het ontwerp dat David door goddelijke inspiratie had ontvangen, voor gebruik in de tempel liet maken, waren met afbeeldingen van leeuwen versierd (1 Kon. 7:27-29; 1 Kron. 28:11-19). De Israëlieten gebruikten „onreine” dieren zoals ezels als rijdieren, en er was zelfs voorzegd dat de Messias op een ezel Jeruzalem zou binnenrijden (Zach. 9:9; Matth. 21:4, 5). Hoewel Johannes de Doper de uiterst heilige opdracht had om „voor Jehovah uit [te] gaan om zijn wegen te bereiden”, droeg hij kleding die vervaardigd was van het haar van een „onrein” dier (Luk. 1:76; Matth. 3:4; Lev. 11:4). Dit alles schijnt erop te duiden dat het onderscheid tussen rein en onrein slechts te maken had met het feit of de dieren wel of niet gegeten mochten worden, alhoewel het soms ook betrekking had op offerdieren, en niet inhield dat de Israëlieten een afschuw moesten hebben van „onreine” dieren (Lev. 11:46, 47). Ook deze dieren waren evenals de „reine” dieren door God geschapen en dus op zich goed, niet weerzinwekkend. — Gen. 1:21, 25.

HOE DE ISRAËLIETEN ERAAN KWAMEN

Als met het in de bijbel voorkomende woord taʹchasj inderdaad een robbesoort wordt aangeduid, kan de vraag rijzen hoe de Israëlieten aan robbevellen kwamen. Hoewel robben gewoonlijk in verband worden gebracht met noord- en zuidpoolgebieden, prefereren sommige soorten een warmer klimaat. Ook nu nog leven er monniksrobben in bepaalde delen van de Middellandse Zee en in andere warmere wateren. In de loop der eeuwen heeft de mens ervoor gezorgd dat de robben sterk in aantal zijn afgenomen, en het is dus heel goed mogelijk dat deze dieren in bijbelse tijden in grote aantallen in de Middellandse Zee en in de Rode Zee voorkwamen. Nog in 1832 stond in de Engelse uitgave van Calmets Dictionary of the Holy Bible (blz. 139) te lezen: „Op vele van de kleine eilanden in de Rode Zee, rond het Sinaï-schiereiland, treft men robben aan.”

De oude Egyptenaren dreven handel in het Rode-Zeegebied en kregen natuurlijk goederen uit vele streken rondom de Middellandse Zee. De Egyptenaren zullen dus robbevellen hebben kunnen bemachtigen. Toen de Israëlieten derhalve Egypte verlieten, zullen zij waarschijnlijk de robbevellen hebben meegenomen die zij al hadden, plus nog andere die zij kregen toen de Egyptenaren hun een overvloed van kostbare voorwerpen meegaven. — Ex. 12:35, 36.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen