RINGWORM.
Een besmettelijke huidziekte die gekenmerkt wordt door ringvormige plekken. In de Nieuwe-Wereldvertaling komt het woord in Leviticus 21:20 en 22:22 voor, als vertaling van het Hebreeuwse woord jal·leʹfeth. Ringworm wordt veroorzaakt door een schimmelinfectie en komt zowel bij dieren als bij mensen voor. Bij mensen worden niet alleen de behaarde lichaamsdelen aangetast, zoals bij kinderen vooral de hoofdhuid en bij volwassenen de baard, maar ook de onbehaarde lichaamsdelen. Bij de laatstgenoemde vorm ontstaat een ronde rozerode vlek, meestal met heel kleine blaasjes aan de rand. Naarmate de plek groter wordt, geneest die in het centrum, waardoor het aangetaste gedeelte zijn gebruikelijke ringvormige aanzien krijgt.
Een man uit de priesterlijke afstammingslijn die ringworm had, kwam er niet voor in aanmerking om offers aan Jehovah te brengen (Lev. 21:20, 21). En dieren die erdoor waren aangetast, mochten niet aan God geofferd worden. — Lev. 22:22.