Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 223
  • Brasserijen

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Brasserijen
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Brasserij
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Carnavalsvieringen — Juist of onjuist?
    Ontwaakt! 1996
  • ’De werken van het vlees zijn brasserijen’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1969
  • ’Zie het goede voor al uw harde werk’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 223

BRASSERIJEN.

Het Griekse woord koʹmos betekent „braspartij, zwelgpartij, pretmakerij”. Het komt driemaal in de christelijke Griekse Geschriften voor (Rom. 13:13; Gal. 5:21; 1 Petr. 4:3) en altijd in slechte of ongunstige zin. J. H. Thayers Lexicon zet uiteen dat het woord in oude Griekse geschriften betrekking had op „een nachtelijke, rumoerige optocht van halfdronken en vrolijke jongemannen die na het avondeten met fakkels en muziek ter ere van Bacchus of een andere godheid of een overwinnaar in de spelen door de straten trekken en voor de huizen van hun vrienden en vriendinnen zingen en muziek maken”. Zulk een losbandig en onmatig gedrag, met straatoptochten die veel weg hadden van de hedendaagse carnavalsvieringen in bepaalde landen, kwam ten tijde van de apostelen in Griekse steden algemeen voor. Waarschuwende raad hieromtrent was dus passend en heilzaam voor ware aanbidders.

Brasserijen waren beslist niet betamelijk voor christenen en werden door Gods Woord veroordeeld. Sommigen van degenen aan wie Petrus zijn brief schreef, die gericht was aan inwoners van de onder Griekse invloed staande provincies in Klein-Azië (1 Petr. 1:1), hadden zich voordat zij christenen werden, overgegeven „aan daden van losbandig gedrag, wellusten, overdaad van wijn, brasserijen, drinkpartijen en onwettige afgoderijen”. Maar toen zij christenen werden, braken zij met dergelijke praktijken (1 Petr. 4:3, 4). Aangezien brasserijen gepaard gingen met verregaande wellust en losbandigheid, waren ze „werken die tot de duisternis behoren”, waarin christenen niet wilden wandelen. — Rom. 13:12-14.

De bijbel is niet tegen vreugde en plezier. Er wordt gezegd dat de mens zich in zijn Schepper moet verheugen, dat de man zich in zijn vrouw moet verheugen, de werker in het werk van zijn handen en de boer in de vrucht van zijn arbeid (Ps. 32:11; Spr. 5:18; Pred. 3:22; Deut. 26:10, 11). Eten en drinken kan met vreugde gepaard gaan en bijdragen tot verheuging (Pred. 9:7; Ps. 104:15), maar matigheid dient altijd de boventoon te voeren (Spr. 23:20; 1 Tim. 3:2, 11; 1 Kor. 10:31). Wanneer het vreugdebetoon ontaardt in dronkenschap en wanordelijke en wellustige taferelen, kan men het op één lijn stellen met brasserijen. Paulus rekende brasserijen tot de „werken van het vlees” en zei dat degenen die zich daaraan overgaven, ’Gods koninkrijk niet zouden beërven’. — Gal. 5:19-21.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen