GESCHIEDSCHRIJVER.
Een met grote verantwoordelijkheid beklede functionaris aan het koninklijke hof van Israël. De titel is vertaald uit een vorm van het Hebreeuwse woord za·kharʹ, „zich herinneren”. Zijn taken worden in de bijbel niet beschreven, maar naar het schijnt was hij de officiële kroniekschrijver van het koninkrijk, die de koning inlichtingen over ontwikkelingen in het rijk verstrekte en hem ook herinnerde aan belangrijke aangelegenheden die zijn aandacht verdienden en hem raad dienaangaande gaf.
Soms vertegenwoordigde de geschiedschrijver de koning bij belangrijke nationale aangelegenheden. Zo was Joah, de zoon van Asaf, een van de functionarissen van koning Hizkia die uitgingen om met de Assyrische Rabsake te spreken toen deze Jeruzalem bedreigde (2 Kon. 18:18, 37). Een andere geschiedschrijver, Joah, de zoon van Joahaz, deed dienst in verband met de herstelwerkzaamheden aan de tempel (2 Kron. 34:8). Ook aan het hof van David en Salomo bevond zich een geschiedschrijver. — 2 Sam. 8:16; 20:24; 1 Kon. 4:3.