REGENBOOG.
Een cirkelboog waarop zich een spectrum van kleuren vertoont. Omdat er voor het begrip regenboog geen speciaal Hebreeuws woord bestaat, wordt in de bijbel het gewone woord voor „boog” (d.w.z. een boog waarmee pijlen worden afgeschoten) gebruikt. — Gen. 9:13; Ezech. 1:28.
Men verklaart het ontstaan van een regenboog met behulp van ingewikkelde theorieën en formules. In de grond der zaak komt het erop neer dat wit licht dat op een regendruppel invalt, in verschillende kleuren wordt gebroken, waarbij de druppel dienst doet als een heel klein prisma. De kleuren vallen op het binnenoppervlak van de druppel en worden onder verschillende doch specifieke hoeken teruggekaatst. Hierdoor ziet een waarnemer een boog met alle zeven kleuren van het spectrum (de kleurvolgorde van binnen naar buiten is: violet, indigo, blauw, groen, geel, oranje en rood), al kunnen deze zozeer in elkaar overgaan dat slechts vier of vijf kleuren duidelijk te onderscheiden zijn. Soms verschijnt er een grotere en veel zwakkere „bijregenboog”, waarvan de kleuren in omgekeerde volgorde liggen. De regenboog is nog steeds een studieobject voor geleerden.
De bijbel maakt voor het eerst gewag van een regenboog in het verslag over het verbond dat God met Noach en zijn nageslacht sloot nadat deze overlevenden van de Vloed uit de ark waren gekomen (Gen. 9:8-17; Jes. 54:9, 10). Alleen al de aanblik van deze schitterende regenboog moet Noach en zijn gezin een gevoel van zekerheid hebben gegeven en moet voor hen een teken van vrede zijn geweest. Indien de regenboog al eerder te zien zou zijn geweest, zou er geen betekenis schuilen in het feit dat God de regenboog tot een opvallend teken van zijn verbond maakte. Een regenboog zou dan iets heel gewoons zijn geweest en geen opmerkelijk teken van een verandering, van iets nieuws.
De bijbel beschrijft niet hoe helder de atmosfeer kort voor de Vloed was. Maar klaarblijkelijk waren de atmosferische omstandigheden van dien aard dat tot aan de verandering die tengevolge van de Vloed intrad, toen „de sluizen van de hemel [werden] geopend” (Gen. 7:11), niemand ooit een regenboog had gezien; Noach en zijn gezin waren de eersten. Zelfs thans zijn de atmosferische omstandigheden mede bepalend of een regenboog te zien is of niet.
In de bijbel worden God en zijn troon vergeleken met de heerlijkheid, de schoonheid en de vredige aanblik van een regenboog die na een storm aan de hemel verschijnt. In Ezechiëls visioen van God zag de profeet „iets dat eruitzag als de boog die in een wolkgevaarte verschijnt op de dag van een stortregen”. Dit beklemtoonde „de heerlijkheid van Jehovah” (Ezech. 1:28). Ook Johannes zag Jehovah’s glorierijke troon en „rondom de troon . . . een regenboog, van aanzien aan een smaragd gelijk”. De rustgevende smaragdgroene kleur van de regenboog zou Johannes hebben doen denken aan kalmte en sereniteit, en dat terecht, want als een glorierijk Heerser is Jehovah elke situatie meester (Openb. 4:3). Johannes zag tevens een engel met „een regenboog boven zijn hoofd” (Openb. 10:1), wat erop zou kunnen duiden dat hij een speciale vertegenwoordiger van „de God van vrede” was. — Fil. 4:9.