MORTEL.
Een substantie die voor het aaneenhechten van bakstenen of stenen (bijv. in een muur) of voor het pleisteren van een muur wordt gebruikt (Lev. 14:42, 45; 1 Kron. 29:2; Jes. 54:11; Jer. 43:9). Een weerbestendig mengsel (terecht als „mortel” aangeduid) van kalk, zand en water werd in het oude Palestina bij de bouw van de betere huizen gebruikt. Een andere mortelsoort, die als pleisterspecie diende, werd gemaakt door zand, as en kalk te vermengen. Soms werd er olie aan het mengsel toegevoegd of bestreek men de muur na het pleisteren met olie, waardoor de muur zo goed als waterdicht werd. In Egypte heeft men (zelfs tot op onze tijd) mortel voor het pleisteren van muren uit twee delen leem, één deel kalk en één deel stro en as bereid.