Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1628-1629
  • Waanzin

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Waanzin
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • WAANZIN EN BEZETENHEID DOOR DEMONEN
  • JEHOVAH WEERSTAAN IS WAANZIN
  • WAANZIN ALS GEVOLG VAN ONDERDRUKKING, VREES EN VERWARRING
  • TOMELOZE WOEDE
  • TEGENOVER WIJSHEID GESTELD
  • FIGUURLIJK GEBRUIK
  • Waanzin
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Wat bedoelde de wijze man?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1977
  • Wanneer zal deze dwaasheid ophouden?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1958
  • Wanneer de dingen verkeerd gaan
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1979
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1628-1629

WAANZIN.

Geestelijke gestoordheid, hetzij krankzinnigheid of een toestand van tomeloze woede of grote dwaasheid. In de Schrift worden verschillende Hebreeuwse en Griekse woorden gebruikt om zulke blijvende of tijdelijke geestesstoornissen aan te duiden. Sommige van deze woorden schijnen verband te houden met of afgeleid te zijn van het griezelige en soms krijsende of klagende geschreeuw van mensen die door waanzin aangegrepen zijn.

De pocherige Babylonische koning Nebukadnezar werd waanzinnig. Als vervulling van een profetische droom die door Daniël werd verklaard, werd deze monarch met waanzin geslagen toen hij aan het pochen was. Zeven jaar lang was hij krankzinnig, „en plantengroei ging hij eten net als de stieren” (Dan. 4:33). Omdat hij zijn verstand had verloren, kan hij zich hebben verbeeld dat hij een dier was, misschien een stier. Na de zeven jaar gaf Jehovah hem zijn verstand terug. — Dan. 4:34-37.

WAANZIN EN BEZETENHEID DOOR DEMONEN

Hoewel niet alle waanzinnige of krankzinnige personen door goddeloze demonen bezeten zijn, kan men toch logischerwijs verwachten dat door demonen bezeten personen een gestoorde geestestoestand openbaren (Mark. 5:1-17; Luk. 8:26-39). Christenen worden er echter voor behoed in de greep van demonen te komen, wat tot waanzin leidt, indien zij „de volledige wapenrusting van God” aandoen en aanhouden. — Ef. 6:10-17.

JEHOVAH WEERSTAAN IS WAANZIN

De profeet Bileam was zo dwaas om tegen Israël te willen profeteren teneinde van Balak, de koning der Moabieten, geld te krijgen, maar Jehovah verijdelde Bileams pogingen en deed ze teniet. De apostel Petrus schreef in verband met Bileam: „Een stom lastdier, dat zich uitte met de stem van een mens, verhinderde de profeet zijn waanzinnige weg te vervolgen.” Voor Bileams waanzin gebruikte de apostel het Griekse woord pa·ra·froʹni·a, dat de gedachte inhoudt van „buiten zichzelf zijn”. — 2 Petr. 2:15, 16; Num. 22:26-31; zie ook Hosea 9:7; 2 Timotheüs 3:8, 9.

WAANZIN ALS GEVOLG VAN ONDERDRUKKING, VREES EN VERWARRING

Een van de verschrikkelijke gevolgen die de Israëlieten zouden ondervinden wegens ongehoorzaamheid aan Jehovah, was dat zij met waanzin geslagen zouden worden. Als gevolg van de onderdrukkende maatregelen van hun veroveraars zouden zij waanzinnig worden en uit frustratie onverstandig handelen (Deut. 28:28-34). Ja, koning Salomo zei: „Louter onderdrukking kan een wijze waanzinnig doen handelen.” — Pred. 7:7.

TOMELOZE WOEDE

Waanzin, in de bijbelse betekenis gebruikt, kan ook op tomeloze woede duiden. Op een sabbatdag genas Jezus een man met een verdorde rechterhand. Daarop waren de schriftgeleerden en Farizeeën, die hem hadden gadegeslagen, „buiten zichzelf van woede en bespraken met elkaar wat ze tegen Jezus konden doen” (Luk. 6:6-11, WV). Om hun geestestoestand te beschrijven, gebruikte Lukas het Griekse woord a·noiʹa, dat letterlijk „onverstand” betekent (van deze uitdrukking is het woord „paranoia” afgeleid). Paulus had kennelijk tomeloze woede of verbolgenheid in gedachten toen hij toegaf dat bij het vervolgen van christenen ’zijn woede tegen hen geen grenzen kende’. — Hand. 26:11.

TEGENOVER WIJSHEID GESTELD

In het boek Prediker onthult de bijeenbrenger dat hij zijn hart gaf „om wijsheid te kennen en om waanzin te kennen” (Pred. 1:17). Bij zijn onderzoek beperkte hij zich niet tot het navorsen van wijsheid, maar nam hij ook het tegenovergestelde in aanmerking, zoals dit bij mensen aan de dag treedt (Pred. 7:25). In Prediker 2:12 onthult Salomo opnieuw dat hij wijsheid, waanzin en dwaasheid heeft afgewogen. Op deze wijze kon hij hun onderscheiden waarde vaststellen. Hij erkende dat overdreven lichtzinnigheid waanzin is en verklaarde: „Ik zei tot het lachen: ’Waanzin!’”, want vergeleken met wijsheid was het onzinnig en bracht het geen werkelijk geluk. — Pred. 2:2.

Over de geestestoestand van de verstandeloze zei Salomo: „Het begin van de woorden uit zijn mond is dwaasheid, en het einde naderhand uit zijn mond is rampspoedige waanzin” (Pred. 10:13). Dwaasheid kan zich uiten doordat men iemand een poets bakt, waardoor het slachtoffer dikwijls zo veel schade wordt berokkend dat de grappenmaker vergeleken wordt met een waanzinnige die met dodelijke wapens is uitgerust. — Spr. 26:18, 19.

Sommigen geloven niet in de opstanding der doden en denken dat met de dood voor iedereen alles voorbij is. Hun onevenwichtige levensopvatting komt tot uiting doordat zij er slechts op uit zijn hun vleselijke neigingen te bevredigen en zich niet om het doen van Gods wil bekommeren. Salomo heeft ook van hen nota genomen en zei: „Omdat er één afloop voor allen is, [is] het hart van de mensenzonen ook vol slechtheid . . .; en er is waanzin in hun hart tijdens hun leven, en daarna — naar de doden!” — Pred. 9:3.

FIGUURLIJK GEBRUIK

De autoriteit en het apostelschap van Paulus werden door sommigen in Korinthe in twijfel getrokken — personen die hij sarcastisch „superfijne apostelen” noemt (2 Kor. 11:5). Teneinde de gemeente in Korinthe weer tot bezinning te brengen, ’roemde’ Paulus over zijn afkomst, zijn zegeningen en de dingen die hij in Jehovah’s dienst had ervaren, waardoor hij zijn aanspraak bewees. Dit roemen was in strijd met de normale spreekwijze van een christen, maar Paulus moest het in dit geval doen. Daarom sprak hij over zichzelf als iemand die ’zijn verstand had verloren’, en zei hij over de zogenoemde „superfijne apostelen”: „Zijn zij dienaren van Christus? Ik antwoord als een waanzinnige, ik ben het op een meer in het oog springende wijze.” — 2 Kor. 11:21-27.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen