DRAAGSTOEL.
Een draagbaar rustbed of bed, gewoonlijk met een baldakijn en aan de zijkanten van gordijnen voorzien, waarop een aanzienlijk persoon hetzij in zittende of liggende houding door mensen of lastdieren rondgedragen kan worden; zoiets als een in de Oriënt gebruikte palankijn. De draagstoel van koning Salomo was gemaakt van cederhout van de Libanon en had zilveren zuilen en steunsels van goud. De zitting was gestoffeerd, bekleed met kostbare, schitterende roodpurper geverfde wol. Het interieur was rijk versierd, mogelijk met ebbehout. — Hoogl. 3:7-10.
Een draagbaar voor het vervoeren van het stoffelijk overschot van een overledene stond bekend als een soʹros of (lijk)baar. — Luk. 7:14.