Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 983-984
  • Libië, Libiërs

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Libië, Libiërs
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Libië
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Put (I)
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Put (I)
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Lehabim
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 983-984

LIBIË

(Li̱bië), Libiërs (Li̱biërs).

Het oude Libië besloeg een gebied in Noord-Afrika ten W. van Egypte. De bewoners werden vermoedelijk algemeen aangeduid met de Hebreeuwse term Loe·vimʹ (2 Kron. 12:3; „Libiërs”, LXX, NW, WV, GNB). Indien Loe·vimʹ een variant is van Leha·vimʹ (Lehabim), kan dit erop duiden dat de Libiërs althans voor een deel via Mizraïm van Cham afstamden (Gen. 10:13). Volgens de traditionele joodse zienswijze die in de geschriften van Josephus tot uiting komt (De joodse geschiedenis, I, vi, 2), waren de Libiërs afstammelingen van Cham via Put (Gen. 10:6). De Griekse Septuaginta en de Latijnse Vulgaat hebben bovendien op vier plaatsen „Libië” of „Libiërs” waar in de Hebreeuwse tekst „Put” staat (Jer. 46:9; Ezech. 27:10; 30:5; 38:5). Het is natuurlijk mogelijk dat nakomelingen van zowel Put als Mizraïm zich in de streek van Noord-Afrika gevestigd hebben die later Libië werd genoemd. Dit zou betekenen dat de aanduiding „Libiërs” meer omvat dan de Hebreeuwse term Loe·vimʹ.

Op een oude Egyptische muurschildering staan een aantal mannen met een lichte huid afgebeeld die voor Libiërs worden gehouden. De Berbers, een volk waarvan men aanneemt dat het van de Libiërs afstamt, zijn in hoofdzaak „blank” en hebben over het algemeen donker haar en donkere ogen. Of de Libiërs oorspronkelijk donker van huid waren, is niet meer vast te stellen. Het kan natuurlijk zijn dat hun trekken door vermenging met lichtgetinte volken zijn veranderd.

De Egyptische koning Sisak, die als de grondlegger van de „Libische dynastie” wordt beschouwd, nam talrijke steden in toen hij in het 5de jaar van koning Rehabeam (993/992 v.G.T.) Juda binnenviel. In zijn machtige leger van wagens en ruiters dienden ook Libiërs. Hoewel Jeruzalem zelf gespaard bleef, beroofde Sisak de stad van haar schatten (1 Kon. 14:25, 26; 2 Kron. 12:2-9). Ongeveer 26 jaar later (967/966 v.G.T.) waren de Libiërs weer vertegenwoordigd bij de troepen van de Ethiopiër Zera, die Juda binnendrong maar een verpletterende nederlaag leed (2 Kron. 14:9-13; 16:8). In de 7de eeuw v.G.T. mocht de hulp van de Libiërs en anderen blijkbaar niet baten om de Egyptische stad No-Amon te behoeden voor de rampspoed die de Assyriërs over haar brachten (Nah. 3:7-10). Van de Libiërs en de Ethiopiërs werd voorzegd dat zij de „koning van het noorden” op zijn „schreden” zouden volgen, wat inhoudt dat deze voormalige ondersteuners van Egypte onder zijn macht zouden komen. — Dan. 11:43.

In het jaar 33 G.T. bevonden zich onder de joden en proselieten die voor het pinksterfeest in Jeruzalem waren, ook personen uit „de streken van Libië, dat bij Cyrene ligt,” d.w.z. uit het westelijke deel van Libië. Waarschijnlijk lieten sommigen van hen zich als reactie op Petrus’ toespraak dopen en namen zij later de boodschap van het christendom mee naar het land waar zij woonden. — Hand. 2:10.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen