Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 857-858
  • Judas, de brief van

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Judas, de brief van
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • INLICHTINGEN DIE ALLEEN IN DE BRIEF VAN JUDAS STAAN
  • WAAR EN WANNEER GESCHREVEN
  • AUTHENTICITEIT
  • OVERZICHT VAN DE INHOUD
  • Judas, De brief van
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Bijbelboek nummer 65 — Judas
    „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”
  • ’Strijd onvermoeid voor het geloof’!
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
  • ’Geliefden, . . . bewaar uzelf in Gods liefde’
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1982
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 857-858

JUDAS, DE BRIEF VAN.

Een geïnspireerde brief in de christelijke Griekse Geschriften die door Judas, een broer van Jakobus en derhalve blijkbaar ook een halfbroer van Jezus Christus, werd geschreven. (Zie JUDAS, nr. 4.) Deze brief is gericht aan „de geroepenen, die in gemeenschap met God, de Vader, bemind en voor Jezus Christus bewaard zijn”, en is derhalve een algemene brief die klaarblijkelijk onder alle christenen moest circuleren. — Jud. 1.

Toen Judas zijn brief schreef, had zich een dreigende situatie ontwikkeld. Immorele, dierlijke mensen waren heimelijk de christelijke gemeente binnengedrongen en ’veranderden de onverdiende goedheid van God in een verontschuldiging voor losbandig gedrag’. Daarom schreef Judas niet, zoals hij aanvankelijk van plan was, over de gemeenschappelijke redding van christenen die tot Gods hemelse koninkrijk geroepen zijn. In plaats daarvan moedigde hij onder leiding van Gods geest zijn geloofsgenoten aan en hielp hen aldus zich niet door de verderfelijke invloeden binnen de gemeente ten val te laten brengen. Judas vermaande hen „onvermoeid te strijden voor het geloof” door immorele personen te weerstaan, aan de zuivere aanbidding en een voortreffelijk gedrag vast te houden en ’met heilige geest te bidden’ (Jud. 3, 4, 19-23). Aan de hand van voorbeelden zoals de engelen die zondigden, de inwoners van Sodom en Gomorra, Kaïn, Bileam en Korach bewees Judas ondubbelzinnig dat Jehovah net zo zeker het oordeel aan goddeloze personen zal voltrekken als hij dit ten aanzien van de ontrouwe engelen en goddeloze mensen in vroeger tijden heeft gedaan. Hij ontmaskerde ook de laagheid van degenen die trachtten christenen te verontreinigen. — Jud. 5-16, 19.

INLICHTINGEN DIE ALLEEN IN DE BRIEF VAN JUDAS STAAN

Hoewel de brief van Judas kort is, bevat hij enkele inlichtingen die nergens anders in de bijbel te vinden zijn. Alleen Judas vermeldt het geschil tussen de aartsengel Michaël en de Duivel over het lichaam van Mozes, alsook de profetie die eeuwen voordien door Henoch werd geuit (Jud. 9, 14, 15). Men weet niet of Judas deze inlichtingen via een rechtstreekse openbaring of door middel van een betrouwbare overlevering (hetzij mondeling of schriftelijk) heeft ontvangen. Mocht het laatste het geval zijn, dan vormt dit de mogelijke verklaring voor het feit dat in het apocriefe boek Henoch (waarvan wordt aangenomen dat het in de loop van de 2de en 1ste eeuw v.G.T. werd geschreven) een soortgelijke verwijzing naar de profetie van Henoch wordt aangetroffen. Het kan zijn dat zowel datgene wat in de geïnspireerde brief als in het apocriefe boek staat, uit een gemeenschappelijke bron afkomstig is.

WAAR EN WANNEER GESCHREVEN

Waarschijnlijk schreef Judas zijn brief vanuit Palestina, want nergens wordt vermeld dat hij dit land ooit heeft verlaten. Op grond van bewijzen uit de brief zelf kan men vaststellen wanneer die ongeveer geschreven moet zijn. Dat Judas geen melding maakt van Cestius Gallus’ aanval op Jeruzalem (66 G.T.), noch van het feit dat de stad in 70 G.T. voor de Romeinen onder Titus viel, geeft te kennen dat hij zijn brief vóór het jaar 66 G.T. heeft geschreven. Ook al zou slechts een gedeelte van Jezus’ profetie over de verwoesting van Jeruzalem reeds in vervulling zijn gegaan (Luk. 19:43, 44), dan zou Judas deze voltrekking van het goddelijke oordeel ongetwijfeld als nog een waarschuwend voorbeeld hebben aangehaald. Aangezien hij de woorden over de spotters, die „in de laatste tijd” zouden verschijnen, schijnbaar uit de tweede brief van Petrus citeerde (vergelijk 2 Petrus 3:3 met Judas 18), mag men daaruit afleiden dat hij zijn brief nadien, mogelijk in 65 G.T., heeft geschreven.

AUTHENTICITEIT

Het bijbelboek Judas is reeds vroeg door samenstellers van bijbelcatalogussen als canoniek aanvaard. Onder hen bevonden zich Clemens van Alexandrië, Tertullianus, Origenes, Eusebius, Cyrillus van Jeruzalem, Athanasius, Epiphanius, Gregorius van Nazianze, Philastrius, Hiëronymus en Augustinus, die allen tussen de 2de en de 4de eeuw G.T. leefden. De brief is ook in de Canon van Muratori (ca. 170 G.T.) opgenomen.

OVERZICHT VAN DE INHOUD

I. Identificatie van de schrijver en groet (vs. 1, 2)

II. Reden voor het schrijven: Immorele, goddeloze mensen waren heimelijk de gemeente binnengedrongen (vs. 3, 4)

III. Historische voorbeelden van verkeerd gedrag en de gevolgen daarvan (vs. 5-7)

A. De Israëlieten die door God uit Egypte werden gered, maar die hij later wegens gebrek aan geloof vernietigde (vs. 5)

B. De engelen die in de dagen van Noach hun juiste woonplaats verlieten en door God voor het oordeel zijn bewaard (vs. 6)

C. Sodom en Gomorra alsook de omliggende steden, die buitensporig hoererij bedreven en seksueel pervers waren en derhalve de gerechtelijke straf van eeuwig vuur ondergingen (vs. 7)

IV. De beschrijving van oneerbiedige, immorele personen die het vlees trachten te verontreinigen (vs. 8-13)

A. Zij minachten heerschappij en spreken schimpend over heerlijken, waardoor zij niet de eerbiedige houding van de aartsengel Michaël navolgen (vs. 8-10)

B. Zij gaan de slechte weg van Kaïn, Bileam en Korach op (vs. 11)

C. Zij zijn als onder water verborgen klippen, herders die zichzelf weiden, waterloze wolken, bomen zonder vrucht en ontworteld, woeste golven van de zee en sterren zonder vaste baan (vs. 12, 13)

V. De aankondiging van Gods oordeel tegen de goddelozen (vs. 14-19)

A. Henochs profetie over de komende vernietiging van de goddelozen (vs. 14, 15)

B. Zelfzuchtige, dierlijke, goddeloze mensen door de apostelen voor de „laatste tijd” voorzegd (vs. 16-19)

VI. Aanmoediging voor ware aanbidders en hun verantwoordelijkheid (vs. 20-25)

A. Zij moeten zich in het heilige geloof opbouwen en met heilige geest bidden (vs. 20)

B. Zij moeten zich in Gods liefde bewaren en op barmhartigheid wachten (vs. 21)

C. Zij moeten barmhartigheid tonen jegens degenen die twijfels hebben en trachten hen te redden door hen uit het vuur te rukken (vs. 22, 23)

D. Tot besluit wordt aan God in alle voorbijgegane eeuwigheid en nu en tot in alle eeuwigheid heerlijkheid, majesteit, macht en autoriteit toegeschreven (vs. 24, 25)

Zie het boek „De gehele Schrift is door God geïnspireerd en nuttig”, blz. 261-263.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen