Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 828-829
  • Jonadab

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Jonadab
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Jonadab
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Voor vernietiging of overleving geïdentificeerd?
    Overleving en daarna een nieuwe aarde
  • Een man wiens hart oprecht was
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1968
  • „Is uw hart oprecht met mij?”
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1998
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 828-829

JONADAB

(Jo̱nadab) [Jehovah is bereidwillig, edel].

In de Hebreeuwse tekst staat op veel plaatsen voor de beide personen die deze naam dragen, de lange vorm Jehonadab.

1. Davids neef; zoon van zijn broer Simea. Jonadab was een „zeer wijs man”, maar sluw en doortrapt. Nadat hij Davids zoon Amnon ertoe had gebracht hem zijn hartstochtelijke liefde voor zijn halfzuster Tamar te onthullen, deed hij hem het plan aan de hand waardoor Amnon Tamar kon verkrachten. Nadat haar volle broer Absalom Amnon uit wraak had laten doden, kreeg David het bericht dat Absalom alle zonen van de koning had gedood, maar Jonadab, die aanwezig was, verzekerde hem dat alleen Amnon dood was (2 Sam. 13:3-5, 14, 22, 28-33). Deze Jonadab is mogelijk de in 2 Samuël 21:21 en 1 Kronieken 20:7 genoemde „Jonathan”.

2. Zoon van Rechab; metgezel van koning Jehu. Jonadabs ontmoeting met Jehu was geen toeval, want hij was Jehu uit eigen beweging ’tegemoet gekomen’, waarop Jehu hem zegende. Uit de daaropvolgende gebeurtenissen blijkt dat Jonadab het volkomen eens was met Jehu’s vaste besluit om de Baälaanbidding in Israël uit te roeien. Hij ging onmiddellijk in op alles wat Jehu zei. „Is uw hart oprecht met mij?” vroeg Jehu. „Ja”, antwoordde Jonadab. Daarop zei Jehu: „Geef mij dan werkelijk uw hand”, en Jonadab gaf hem zijn hand. Toen hij zich vervolgens bij Jehu op de wagen bevond en Jehu tot hem zei: „Ga toch met mij mee en zie hoe ik geen mededinging ten opzichte van Jehovah duld”, was Jonadab daartoe bereid. Ook toen zij ten slotte in Samaria kwamen en alle Baälaanbidders zich daar verzameld hadden, keerde Jonadab niet op zijn schreden terug, maar ging met Jehu het huis van Baäl binnen en bleef tijdens het bloedbad dat toen volgde, aan zijn zijde. Tegelijkertijd gaf Jehu er blijk van het volste vertrouwen in Jonadab te hebben. — 2 Kon. 10:15-28.

Bijna 300 jaar later stelde Jeremia op aanwijzing van Jehovah de voorbeeldige trouw waarmee Jonadabs nakomelingen, de Rechabieten, aan de geboden van hun voorvader vasthielden, tegenover de ongehoorzaamheid waarvan de bewoners van Juda en Jeruzalem tegenover God blijk gaven. Jonadab had de Rechabieten geboden in tenten te wonen, niet te zaaien, geen wijngaarden te planten en geen wijn te drinken. Toen Jeremia hun wijn aanbood, weigerden zij die, waarbij zij op het gebod van hun voorvader Jonadab wezen. Wegens die getrouwheid deed Jehovah hun de belofte: „Van Jonadab, de zoon van Rechab, zal niet worden afgesneden een man die voor altijd voor mijn aangezicht staat.” — Jer. 35:1-19.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen