IKONIUM
(Iko̱nium).
Een oude stad in Klein-Azië, ongeveer 1030 m boven de zeespiegel gelegen. Ikonium wordt thans Konya (Konia) genoemd en ligt ongeveer 240 km ten Z. van Ankara, op de zuidwestrand van de centrale Turkse hoogvlakte. In het omliggende gebied, dat bevloeid wordt door rivieren die van de enkele kilometers naar het W. gelegen bergen stromen, worden suikerbieten, graan en vlas verbouwd. Konya heeft ook veel bevloeide tuinen en boomgaarden. Hoewel men de stad tijdens de regering van keizer Claudius Claudikonium noemde, werd ze pas in de tijd van Hadrianus (2de eeuw G.T.) officieel een Romeinse kolonie.
In de 1ste eeuw G.T. was Ikonium een van de belangrijkste steden van de Romeinse provincie Galatië; het lag aan weerszijden van de belangrijkste handelsroute van Efeze naar Syrië. De stad had een invloedrijke joodse bevolking. Nadat Paulus en Barnabas gedwongen waren Pisidisch Antiochië te verlaten, predikten zij in Ikonium en in de synagoge aldaar, en hielpen er veel joden en Grieken gelovigen te worden. Toen men hen echter probeerde te stenigen, vluchtten zij van Ikonium naar Lystra. Kort daarop kwamen joden uit Antiochië en Ikonium naar Lystra en hitsten de menigte zozeer op dat zij Paulus stenigden. Daarna gingen Paulus en Barnabas naar Derbe en keerden vervolgens moedig naar Lystra, Ikonium en Antiochië terug om de broeders te sterken en in de gemeenten die in deze steden waren opgericht, „oudere mannen” in verantwoordelijke posities aan te stellen. — Hand. 13:50, 51; 14:1-7, 19-23.
Later, nadat het geschilpunt betreffende de besnijdenis was gerezen en door de apostelen en oudere mannen van de gemeente in Jeruzalem was opgelost, schijnt Paulus Ikonium opnieuw te hebben bezocht. Op deze tweede zendingsreis nam hij Timotheüs mee, een jonge man die onder de broeders in Lystra en Ikonium een goede reputatie genoot. — Hand. 16:1-5; 2 Tim. 3:10, 11.
Ikonium lag op de grens tussen Frygië en Lykaonië. Dit kan de reden zijn waarom bepaalde oude schrijvers, onder wie Strabo en Cicero, het tot Lykaonië rekenden, terwijl Xenophon het de laatste stad van Frygië noemde. Geografisch gezien behoorde Ikonium tot Lykaonië, maar zoals uit archeologische opgravingen blijkt, was het qua cultuur en taal Frygisch. Uit inscripties die in 1910 ter plaatse gevonden zijn, blijkt dat men daar 200 jaar na Paulus’ tijd nog steeds Frygisch sprak. Het is daarom passend dat de schrijver van Handelingen Ikonium niet tot Lykaonië rekende, waar „Lykaonisch” werd gesproken. — Hand. 14:6, 11.