HOFRA
(Ho̱fra) [uit het Egyptisch; „het hart van (de zonnegod) Re is bestendig”].
In de Septuaginta-vertaling (Jer. 51:30) [komt in de meeste vertalingen overeen met 44:30] wordt hij Ou·afʹre genoemd. Geleerden nemen aan dat de door Herodotus genoemde Apriës eveneens Hofra is.
Hofra was koning van Egypte in de tijd dat Zedekia koning van Juda en Nebukadnezar koning van Babylon was. Men veronderstelt dat Hofra de farao was met wie Zedekia een verbond sloot om bescherming tegen Nebukadnezar te zoeken, hoewel Jehovah Israël bij monde van Jesaja jaren voordien gewaarschuwd had niet naar Egypte op te zien voor hulp (Jes. 30:1-5; 31:1-3). Nebukadnezar trok in 609 v.G.T. tegen Jeruzalem op, maar hief de belegering tijdelijk op toen hij bericht kreeg dat er een strijdmacht uit Egypte kwam opzetten. Tot Zedekia’s teleurstelling werden de Egyptenaren gedwongen zich terug te trekken. De Babyloniërs kwamen terug en verwoestten de stad. — Jer. 37:5-10.
Klaarblijkelijk aan het begin van de belegering sloten de heersers van Jeruzalem een verbond met het volk van Jeruzalem om voor al hun Hebreeuwse dienstknechten en dienstmaagden in overeenstemming met de Wet vrijlating uit te roepen. Dat was ongetwijfeld een verlate en onoprechte poging om Jehovah’s gunst te verkrijgen, want toen de belegering tijdelijk werd opgeheven, toonden zij hun ware houding ten opzichte van Gods wet door hun broeders weer tot slaven te maken. — Jer. 34:8-11.
Jeremia voorzei dat Farao Hofra „in de hand van zijn vijanden en in de hand van degenen die zijn ziel zoeken” gegeven zou worden (Jer. 44:30). Volgens Herodotus was Hofra (Apriës) zeer arrogant. Maar zijn troepen kwamen tegen hem in opstand en stelden Amasis als tegenkoning aan; later namen zij Hofra gevangen en ten slotte wurgden zij hem. Josephus zegt echter dat de koning van Egypte enige tijd na het 23ste regeringsjaar van Nebukadnezar door deze laatste werd gedood. Of Josephus hierbij op Hofra doelde of dat deze reeds gedood was en er een andere koning in zijn plaats regeerde, zoals Herodotus bericht, is niet met zekerheid te zeggen.