Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 643-644
  • Hoofdtooi

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Hoofdtooi
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • SOORTEN HOOFDBEDEKKING IN DE HEBREEUWSE GESCHRIFTEN
  • HOOFDBEDEKKING IN HET MIDDEN-OOSTEN
  • Hoofdtooi
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Tulband
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Tulband
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Tulband
    Verklarende woordenlijst
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 643-644

HOOFDTOOI.

Bij de Hebreeën was het klaarblijkelijk niet gebruikelijk om een afzonderlijk kledingstuk als hoofdbedekking te dragen. Wanneer het nodig was, gebruikte het gewone volk wellicht de mantel of het bovenkleed voor dit doel. Wel droegen mannen die een officiële functie bekleedden, alsook mannen en vrouwen tijdens feesten of andere speciale gelegenheden, een hoofdtooi als versiering. De priesters van Israël droegen een speciaal voorgeschreven hoofddeksel. — Ex. 28:4, 39, 40.

SOORTEN HOOFDBEDEKKING IN DE HEBREEUWSE GESCHRIFTEN

De eerste hoofdbedekking die in de bijbel wordt genoemd, is de hoofddoek die Rebekka omsloeg toen zij Isaäk ontmoette (Gen. 24:65). Het hier gebruikte Hebreeuwse woord is tsa·‛ifʹ, dat elders met „sjaal” is vertaald (Gen. 38:14, 19). Dat Rebekka deze „hoofddoek” droeg, was klaarblijkelijk een teken van onderworpenheid aan Isaäk, haar verloofde.

De tulband (Hebreeuws: mits·neʹfeth) van de hogepriester was van fijn linnen gemaakt en werd om het hoofd gewonden; aan de voorkant bevond zich een gouden plaat die met een blauw snoer was vastgemaakt (Ex. 28:36-39; Lev. 16:4). De hoofdtooi van de onderpriesters werd ook om het hoofd ’gewonden’, maar voor hun hoofddeksel wordt een ander Hebreeuws woord (migh·ba·‛ahʹ) gebruikt, waaruit blijkt dat het anders van vorm en misschien minder kostbaar uitgevoerd was dan de tulband van de hogepriester. Ook had het hoofddeksel van de onderpriesters geen gouden plaat. — Lev. 8:13.

Job spreekt in een figuurlijke betekenis over de tulband; hij vergelijkt zijn gerechtigheid namelijk met een tulband (Job 29:14; vergelijk Spreuken 1:9; 4:7-9). Soms droegen vrouwen zo’n hoofdtooi (Jes. 3:23). Hier staat in het Hebreeuws het woord tsa·nifʹ. Dit woord wordt gebruikt in de uitdrukking „koninklijke tulband” in Jesaja 62:3, en in Zacharia 3:5 voor het hoofddeksel van de hogepriester.

De pe’erʹ, die kennelijk op de tulband geleek, werd door bruidegoms gedragen (Jes. 61:10) en was een symbool van vreugde (Jes. 61:3; vergelijk Ezechiël 24:17, 23). Dit woord wordt ook gebruikt voor de hoofdtooi van vrouwen (Jes. 3:20), en voor die van de priesters (Ezech. 44:18). De voorhoofdsbanden (Hebreeuws: sjevi·simʹ, letterlijk „zonnetjes”) waren waarschijnlijk van netwerk gemaakt (Jes. 3:18). De „afhangende tulbanden” (Hebreeuws: tevoe·limʹ) die volgens de beschrijving van Ezechiël door Chaldeeuwse krijgslieden op het hoofd werden gedragen, waren vermoedelijk felgekleurd en rijkelijk versierd. — Ezech. 23:14, 15.

HOOFDBEDEKKING IN HET MIDDEN-OOSTEN

Eén soort van hoofdbedekking die thans in het Midden-Oosten algemeen voorkomt, is de kaffiyeh, die door de bedoeïenen wordt gedragen. Deze bestaat uit een vierkante doek die zo gevouwen wordt dat drie punten over de rug en de schouders neerhangen. Hij wordt met een koord om het hoofd gebonden, waarbij het gezicht vrij wordt gelaten, terwijl het hoofd en de nek tegen zon en wind worden beschermd. Het is mogelijk dat een dergelijke hoofdbedekking in de oudheid ook door de Hebreeën werd gedragen. — Zie GEZAG ALS HOOFD.

[Illustratie op blz. 644]

Hedendaagse bedoeïen met „kaffiyeh”

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen