Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 521-522
  • Goud

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Goud
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • IN DE TABERNAKEL EN DE TEMPEL GEBRUIKT
  • GOUD UIT VEROVERDE STEDEN
  • WIJSHEID EN GELOOF BETER DAN GOUD
  • SYMBOLISCH GEBRUIK
  • Goud
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Goldrush — in de stijl van de jaren ’80
    Ontwaakt! 1982
  • Goud — Zijn bijzondere aantrekkingskracht
    Ontwaakt! 1998
  • De eeuwige bekoring van goud
    Ontwaakt! 2005
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 521-522

GOUD.

Het eerste en veelvuldigst genoemde metaal in de bijbel (Gen. 2:11). Van het begin af aan heeft men dit edelmetaal wegens zijn gewicht, zeldzaamheid, duurzame niet-tanende glans, glinsterende schoonheid, buigzaamheid en smeedbaarheid hoog gewaardeerd. Wanneer natuurlijk goud in gedegen toestand in kiezelgroeven en rivierbeddingen voorkomt, kan het wegens zijn hoge gewicht gemakkelijk gescheiden en teruggewonnen worden. Het boek Job maakt melding van mijnbouw en louteringswerkzaamheden (Job 28:1, 2, 6). Goud heeft wegens zijn zeldzaamheid een stabiele, betrekkelijk onveranderlijke monetaire waarde, zodat het geschikt is om in het handelsverkeer als betaalmiddel te dienen en een maatstaf voor rijkdom en aanzien is (Gen. 13:2; 1 Kron. 21:25; Esth. 8:15). Gouden munten waren echter pas een uitvinding uit latere tijd. Goud wordt wegens zijn kleur en glans en omdat het bestand is tegen oxidatie of aanslag, voor het vervaardigen van juwelen en allerlei sieraden bijzonder gewaardeerd. — Gen. 24:22; 41:42; Recht. 8:24-26; Ps. 45:9, 13.

IN DE TABERNAKEL EN DE TEMPEL GEBRUIKT

Goud laat zich wegens zijn smeedbaarheid tot talloze vormen bewerken. Voor de bouw van de tabernakel werd goud tot bladgoud geslagen om er voorwerpen mee te bekleden, en geplet tot dunne bladen, die men in draden sneed. Deze werden in bepaalde klederen van de hogepriester geweven (Ex. 25:31; 30:1-3; 37:1, 2; 39:2, 3). Op soortgelijke wijze werd het bij de bouw van de tempel van Salomo gebruikt (1 Kon. 6:21-35; 10:18; 2 Kron. 3:5-9). Wanneer men goud met een ander metaal legeert — om het te verharden — is het nog veelzijdiger bruikbaar. Dit proces werd in het oude Israël toegepast. — 1 Kon. 10:16.

Voor de tabernakel werd zeer veel goud gebruikt (Ex. 25:10-40; 38:24). Maar het was slechts zeer gering in vergelijking met de hoeveelheid goud die voor de bouw van de glorierijke tempel van Salomo werd gebruikt. David had voor die tempel maar liefst 100.000 talenten goud gereserveerd (1 Kron. 22:14). De lampestandaarden en het gerei van de tempel — vorken, schalen, kannen, bekkens, bekers, enz. — waren van goud en zilver; sommige gereedschappen waren van koper; de cherubs in het Allerheiligste, het reukaltaar en zelfs de gehele binnenkant van het huis waren met goud bekleed. — 1 Kon. 6:20-22; 7:48-50; 1 Kron. 28:14-18; 2 Kron. 3:1-13.

Een plaats waar Salomo fijn goud vandaan haalde, was Ofir. Men heeft een potscherf gevonden, die volgens zeggen uit de 8ste eeuw v.G.T. stamt, met de inscriptie: „Goud uit Ofir voor Beth-Horon, 30 sikkelen.” — 1 Kon. 9:28; 10:11; Job 28:16.

GOUD UIT VEROVERDE STEDEN

God gebood de Israëlieten, de gesneden afgodsbeelden van de natiën in het vuur te verbranden: „Het zilver en het goud daaraan moogt gij niet begeren, noch het daadwerkelijk voor uzelf nemen, opdat gij er niet door wordt verstrikt; want het is iets verfoeilijks voor Jehovah, uw God. En gij moogt niet iets verfoeilijks in uw huis brengen en in feite net zo’n aan de vernietiging prijsgegeven voorwerp worden. Gij dient er een grondige afschuw van te hebben en het absoluut te verfoeien, want het is iets wat aan de vernietiging prijsgegeven is” (Deut. 7:25, 26). Afgodsbeelden en hun toebehoren werden daarom verbrand, en het goud en het zilver daaraan werd soms tot stof vermalen. — Ex. 32:20; 2 Kon. 23:4.

Andere gouden en zilveren voorwerpen uit veroverde steden mocht men, na een reinigingsproces met vuur, meenemen (Num. 31:22, 23). Jericho vormde een uitzondering hierop, want het was de eersteling van de verovering van Kanaän. Het goud en zilver in deze stad (behalve dat van afgoden) moest voor gebruik in het heiligdom aan de priesters worden gegeven. — Joz. 6:17-19, 24.

WIJSHEID EN GELOOF BETER DAN GOUD

Alhoewel goud zeer waardevol is, kan het net als andere materiële rijkdommen zijn bezitters geen leven geven (Ps. 49:6-8; Matth. 16:26), en men kan met geen enkele hoeveelheid goud de ware wijsheid die van Jehovah komt, kopen (Job 28:12, 15-17, 28). Zijn wetten, geboden en strenge onderricht zijn begeerlijker dan veel gelouterd goud (Ps. 19:7-10; 119:72, 127; Spr. 8:10). Goud kan op de dag van Jehovah’s toorn geen redding brengen. — Zef. 1:18.

Mensen van een materialistische maatschappij drijven de spot met geloof in God en noemen het onpraktisch. Niettemin wijst de apostel Petrus op de onovertroffen duurzaamheid en onvergankelijke waarde van geloof. Hij zegt dat de beproefde hoedanigheid van iemands geloof van veel grotere waarde is dan goud, dat weliswaar bestand is tegen vuur, maar toch vergankelijk is en op andere wijzen vernietigd kan worden. Christenen moeten verscheidene beproevingen verduren, die soms bedroevend zijn, maar daardoor wordt de echtheid van hun geloof bewezen (1 Petr. 1:6, 7). Waar geloof kan onder elke beproeving standhouden.

SYMBOLISCH GEBRUIK

Job gebruikte goud als symbool van het materialisme, waarvan hij wist dat het tot de dingen behoorde die hij moest vermijden om Jehovah te behagen (Job 31:24, 25). Daarentegen is fijn goud wegens zijn schoonheid, kostbaarheid en zuiverheid een passend symbool in de beschrijving van de heilige stad, het Nieuwe Jeruzalem, en haar brede straat (Openb. 21:18, 21). Het hoofd van het beeld dat Nebukadnezar in zijn droom zag, was van goud, en de rest van het beeld was van minder kostbare materialen. Zoals Daniël verklaarde, stelden de verschillende delen van het beeld wereldmachten voor; het hoofd van goud bijvoorbeeld was Nebukadnezar, d.w.z. de dynastie van Babylonische koningen, die met Nebukadnezar begon (Dan. 2:31-33, 37-40). Op overeenkomstige wijze wordt Babylon door ’een gouden beker in de hand van Jehovah’ gesymboliseerd, die door hem wordt gebruikt om zijn oordelen aan de natiën te voltrekken. — Jer. 51:7.

De wijze schrijver van het bijbelboek Prediker moedigt een jonge man ertoe aan zijn Schepper te dienen terwijl hij nog over zijn krachten en energie beschikt, voordat „de gouden schaal wordt verbrijzeld”. Hiermee doelt hij klaarblijkelijk op hetzij de waardevolle hersenen of de schedel. Wordt een van beide verbrijzeld, dan verliest men het leven. — Pred. 12:6, 7.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen