Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 450
  • Gehenna

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Gehenna
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • GEEN SYMBOOL VAN EEUWIGE PIJNIGING
  • SYMBOOL VAN VOLLEDIGE VERNIETIGING
  • Gehenna
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Hoe staat het met het vuur van Gehenna?
    Is dit leven alles wat er is?
  • 4C „Gehenna” — symbool van volledige vernietiging
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
  • Is Gehenna een plaats van pijniging door vuur?
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 2011
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 450

GEHENNA

Gehe̱nna) [Griekse vorm van het Hebreeuwse Gē Hin·nomʹ, dal van Hinnom].

Deze aanduiding komt in de christelijke Griekse Geschriften 12 keer voor, en alhoewel veel vertalers de vrijheid hebben genomen ze met het woord „hel” weer te geven, verschijnt ze in enkele hedendaagse vertalingen als translitteratie van het Griekse ge·enʹna (Matth. 5:22, Belgische PB; NW; The Emphasised Bible, J. B. Rotherham; A New Translation of the Bible, J. Moffatt; Versión Crítica, Bover-Cantera; Sagrada Biblia, Nácar-Colunga; Bible de Jérusalem).

Het diepe, nauwe dal van Hinnom, later bekend onder zijn Griekse naam, lag ten Z. en Z.W. van Jeruzalem en komt overeen met de huidige Wadi er-Rababi. — Joz. 15:8; 18:16; Jer. 19:2, 6; zie HINNOM, DAL VAN.

GEEN SYMBOOL VAN EEUWIGE PIJNIGING

Jezus Christus bracht Gehenna met vuur in verband (Matth. 5:22; 18:9; Mark. 9:47, 48), en hetzelfde deed de discipel Jakobus, naast Mattheüs, Markus en Lukas de enige bijbelschrijver die het woord gebruikt (Jak. 3:6; zie TONG). Er zij opgemerkt dat het dal van Hinnom volgens Gods profetische besluit een plaats voor massale lijkopruiming zou worden, niet een plaats waar slachtoffers in levenden lijve gepijnigd zouden worden (Jer. 7:32, 33; 19:2, 6, 7, 10, 11). Er wordt daarom algemeen aangenomen dat de in Jeremia 31:40 genoemde „laagvlakte van de lijken en van de vettige as” een aanduiding was van het dal van Hinnom, en de als de „Aspoort” bekendstaande poort voerde hoogstwaarschijnlijk naar het oostelijke uiteinde van dit dal, waar het samenkwam met het Kidronravijn (Neh. 3:13, 14). Deze „lijken” en „vettige as” hadden duidelijk niets te maken met de mensenoffers die daar onder Achaz en Manasse werden gebracht, want ongetwijfeld beschouwden de afgodendienaars deze offers als „heilig” en lieten de lichamen niet in het dal liggen. — 2 Kron. 28:1, 3; 33:1, 6; Jer. 7:31, 32; 32:35.

Wat de bijbel derhalve over Gehenna zegt, komt in het algemeen overeen met de traditionele opvatting die in rabbijnse en andere geschriften naar voren wordt gebracht. Volgens die opvatting diende het dal van Hinnom als vuilnisbelt van de stad Jeruzalem, waarin ook de kadavers van dieren en zelfs de dode lichamen van gemene misdadigers werden geworpen, die men niet begroef omdat men hen geen opstanding waardig achtte. (In J. B. Phillips’ New Testament in Modern English wordt ge·enʹna in Mattheüs 5:30 met „vuilnisbelt” weergegeven.)

SYMBOOL VAN VOLLEDIGE VERNIETIGING

Het is in ieder geval duidelijk dat Jezus Gehenna gebruikte als een afbeelding van volledige vernietiging die het gevolg is van veroordeling door God en waaruit derhalve geen opstanding tot leven als ziel mogelijk is (Matth. 10:28; Luk. 12:4, 5). Jezus stelde de verwerpelijke klasse van de schriftgeleerden en de Farizeeën aan de kaak als „voorwerp voor Gehenna” (Matth. 23:13-15, 33). Om aan een dergelijke vernietiging te ontkomen, moesten Jezus’ volgelingen zich derhalve van alles ontdoen wat hen ertoe zou kunnen brengen in geestelijk opzicht te struikelen; zij moesten, figuurlijk gesproken, ’een hand of een voet afhakken’ en ’een oog uitrukken’, wat betekent dat zij deze met betrekking tot de zonde moesten ’doden’. — Matth. 18:9; Mark. 9:43-47; Kol. 3:5; vergelijk Mattheüs 5:27-30.

Jezus zinspeelde waarschijnlijk ook op Jesaja 66:24 toen hij Gehenna beschreef als een plaats „waar hun made niet sterft en het vuur niet wordt uitgedoofd” (Mark. 9:47, 48). Dat het hier niet om een symbool van pijniging gaat, maar veeleer van volledige vernietiging, blijkt uit het feit dat in de tekst uit Jesaja niet gesproken wordt over levende personen, maar over de ’lijken van de mannen die tegenover God overtredingen hadden begaan’. Indien, zoals het voorhanden zijnde bewijsmateriaal aantoont, het dal van Hinnom een plaats voor de verwijdering van vuilnis en lijken was, zou vuur — waar men mogelijk zwavel aan toevoegde (vergelijk Jesaja 30:33) om het intenser te doen branden — het enige geschikte middel zijn om dergelijk afval uit de weg te ruimen. Waar het vuur niet kwam, zou het een broeinest van wormen of maden zijn, die zich zouden voeden met alles wat niet door het vuur werd verteerd. Bijgevolg betekenen Jezus’ woorden dat de vernietigende uitwerking van Gods veroordeling niet wordt opgeheven totdat de volledige vernietiging bereikt is.

Het bijbelse gebruik van Gehenna als symbool komt overeen met het zinnebeeldige gebruik van het „meer van vuur” in het boek Openbaring. — Openb. 20:14, 15; zie MEER VAN VUUR.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen