VUURSTEEN.
Een uitzonderlijk hard gesteente — zo hard dat wanneer men twee stukken tegen elkaar slaat, er een vonk ontstaat waarmee men een vuur kan ontsteken. Het wordt aangetroffen in kalksteen- en krijtafzettingen in Palestina en in het N. van het Sinaï-schiereiland. Vuursteen is nogal broos en het breukvlak ervan is glanzend glad. Splinters vuursteen hebben zeer scherpe randen, een kenmerkende eigenschap die de mens al snel ontdekte en ging benutten. Reeds in zeer oude tijden werden er messen, bijlbladen, beitels, speerpunten, pijlpunten en andere werktuigen en wapens van dit gesteente gemaakt. De vrouw van Mozes besneed haar zoon met een vuursteen; toen de natie Israël te Gilgal kwam, werden met behulp van vuurstenen messen soortgelijke operatieve ingrepen succesvol uitgevoerd (Ex. 4:25; Joz. 4:19; 5:2, 3, 8, 9). Jehovah bracht voor zijn volk in de wildernis water uit een rots van vuursteen te voorschijn (Deut. 8:15; Ps. 114:8). De bijbel spreekt in figuurlijke zin over vuursteen om eigenschappen zoals hardheid, duurzaamheid en weerstandsvermogen te beklemtonen. — Jes. 5:28; 50:7; Ezech. 3:9.