VUURPOT.
Vuurpotten werden op verschillende manieren in verband met de dienst in het heiligdom gebruikt. Er waren gouden vuurpotten, die waarschijnlijk als bakken dienden waar de stukken verbrande lampekatoen in werden gedaan die van de lampen op de gouden lampestandaard werden verwijderd (Ex. 25:38; 37:23; Num. 4:9). De koperen vuurpotten van het brandofferaltaar dienden klaarblijkelijk als aspot of als gerei om kolen uit het vuur te halen (Ex. 27:3; 38:3). Daarnaast werden er vuurpotten gebruikt om reukwerk te branden (Lev. 10:1). Elke morgen en tussen de twee avonden deed de hogepriester welriekend reukwerk op het gouden reukaltaar in rook opgaan (Ex. 30:7, 8). Verder nam de hogepriester ieder jaar op de Verzoendag de vuurpot, ongetwijfeld het door Paulus vermelde „gouden reukvat”, mee het Allerheiligste in. — Lev. 16:12, 13; Hebr. 9:3, 4.