VERWENSING.
Scherpe of zelfs krachtige veroordeling van iets wat als verfoeilijk wordt beschouwd en het verdient vervloekt te worden. Deze gedachte wordt door het Hebreeuwse woord qa·vavʹ overgebracht. Het betekent letterlijk „insnijden”, maar in figuurlijke zin „smaden”, „scherpe woorden gebruiken” en derhalve „verwensen”. — Num. 22:11, 17; 23:11, 13, 25, 27; 24:10.