Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 375-376
  • Esar-Haddon

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Esar-Haddon
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Onderkopjes
  • Vergelijkbare artikelen
  • DE „VIJFENZESTIG JAAR”
  • VEROVERING VAN EGYPTE EN ESAR-HADDONS DOOD
  • Esar-Haddon
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • Assyrië
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Sarezer
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Assyrië
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 375-376

ESAR-HADDON

(E̱sar-Ha̱ddon) [Assoer heeft een broer (broers) geschonken].

Een jongere zoon en de opvolger van Sanherib, de koning van Assyrië. In een van zijn inscripties bevestigt Esar-Haddon het bijbelse verslag over de dood van zijn vader (Jes. 37:37, 38) met de woorden: „Een vastberadenheid maakte zich van mijn broers meester. Zij verlieten de goden en namen hun toevlucht tot hun daden van geweld, door op kwaad te zinnen. . . . Om het koningschap te verwerven, vermoordden zij Sanherib, hun vader.”

Volgens Esar-Haddons eigen woorden was hij reeds vóór de dood van zijn vader (na gepaste raadpleging van de goden en na het gebruikelijke ’bezien van de lever’) als rechtmatige erfgenaam gekozen, en naar het schijnt diende hij als onderkoning in Babylon voordat hij koning van Assyrië werd. Esar-Haddon bericht dat hij na de moord op zijn vader de moordenaars tot Armenië (het „land Ararat”, 2 Kon. 19:37) heeft nagejaagd, waar hij hen versloeg. Zijn officiële regeringstijd zou 12 jaar geduurd hebben.

Kort na het begin van zijn regering begon Esar-Haddon de door Sanherib verwoeste stad Babylon te herbouwen. De tempel van Esagila werd gerestaureerd, en over de stad zelf zegt Esar-Haddon: „Babylon heb ik opnieuw gebouwd, ik heb de stad vergroot, hoger en heerlijker gemaakt dan voorheen.”

Zijn annalen vertellen over veldtochten tegen de Gimirrai of Cimmeriërs, die men voor de nakomelingen van Gomer houdt. (Vergelijk Genesis 10:2; Ezechiël 38:6.) Hij plunderde ook de stad Sidon en bouwde in de nabijheid een nieuwe stad, die hij Kar-Esar-Haddon noemde. In een van zijn inscripties somt hij zo’n 20 vazalkoningen op, onder wie ook Manasse van Juda (Menasî, koning van Jaudi).

Volgens het verslag in 2 Kronieken 33:10-13 werd Manasse door „de legeroversten die tot de koning van Assyrië behoorden”, gevangengenomen en naar Babylon gevoerd. In het verleden dachten sommigen dat deze verwijzing naar Babylon een vergissing was, aangezien zij van mening waren dat Manasse naar Nineve was gevoerd. Maar zoals reeds vermeld, herbouwde Esar-Haddon, die volgens zijn inscripties een tijdgenoot van Manasse was, de stad Babylon en wordt er over hem gezegd dat hij „veel minder geïnteresseerd was in de verfraaiing van Nineve, zijn hoofdstad, dan enige andere Assyrische koning” (The Interpreter’s Dictionary of the Bible, Deel 2, blz. 125). Als Manasse tijdens de regering van Esar-Haddon gevangengenomen werd, zou er niets ongerijmds zijn aan het feit dat hij naar Babylon werd gevoerd, welke stad door Esar-Haddon werd herbouwd, een prestatie waar hij vol trots prat op ging. Er zij echter opgemerkt dat ook Esar-Haddons zoon Assoerbanipal er melding van maakt dat Manasse tijdens zijn regering schatplichtig was.

DE „VIJFENZESTIG JAAR”

Ten tijde dat de tempel in Jeruzalem werd herbouwd, spraken enkele niet-Israëlitische bewoners van het land erover dat zij door „Esar-Haddon, de koning van Assyrië”, naar Palestina waren gevoerd (Ezra 4:2). Dat de door Assyrië gevolgde politiek van het overbrengen van mensen naar en vanuit Palestina nog tijdens de regering van Esar-Haddon plaatsvond, is volgens sommigen een sleutel tot het begrip van de in Jesaja 7:8 genoemde periode van „vijfenzestig jaar”, binnen welke tijd Efraïm (met zijn hoofdstad te Samaria) verwoest zou worden. In de tussen de regering van Tiglath-Pileser III (die kort na Jesaja’s profetie met de deportatie van bewoners van het noordelijke koninkrijk Israël begon) en de regering van Esar-Haddon liggende tijdruimte zou zonder meer een periode van 65 jaar kunnen vallen, aan het einde waarvan Efraïm volledig ’verbrijzeld zou worden zodat het geen volk meer zou zijn’.

VEROVERING VAN EGYPTE EN ESAR-HADDONS DOOD

Esar-Haddons meest in het oog springende militaire prestatie was de verovering van Egypte, doordat hij de overwinning behaalde op het Egyptische leger onder de Ethiopische heerser Tirhaka (in 2 Koningen 19:9 de „koning van Ethiopië” genoemd) en de stad Memphis innam. Aldus voegde Esar-Haddon aan de vele titels die hij reeds had, de titel „Koning der koningen van Egypte” toe.

Hoewel Esar-Haddon Egypte in districten organiseerde en over de vorsten van deze districten Assyrische stadhouders aanstelde, brak er reeds na enkele jaren opstand uit. De Assyrische koning ondernam een tweede veldtocht om de opstand te onderdrukken, maar stierf onderweg in Haran. In een van zijn inscripties had Esar-Haddon gezegd: „Ik ben machtig, ik ben almachtig. Ik ben een held, ik ben reusachtig, ik ben kolossaal.” Maar net als alle andere onvolmaakte mensen bleek hij als een slaaf aan de heerschappij van koning Zonde en koning Dood onderworpen te zijn, die hem nu opeisten. — Vergelijk Psalm 146:3, 4; Prediker 9:4; Romeinen 5:21.

Esar-Haddon had reeds vóór zijn dood regelingen voor een soepele troonopvolging getroffen door zijn zoon Assoerbanipal tot kroonprins uit te roepen en Sjamasj-sjoem-oekin, een andere zoon, tot koning van Babylon te benoemen. Aldus werd na Esar-Haddons dood Assoerbanipal de volgende monarch van Assyrië.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen