EMIETEN
(Emi̱e̱ten) [de verschrikkelijken].
Een stam of volk dat het gebied ten O. van de Dode Zee bewoonde. Over de Emieten wordt gezegd dat zij „groot en talrijk en rijzig als de Enakieten” waren (Deut. 2:10). Deze vergelijking met de zonen van Enak geeft te kennen dat de Emieten de gestalte van een reus hadden en bruut waren, want Mozes zei tot Israël: „[Gij] zelf hebt horen zeggen: ’Wie kan zich voor de zonen van Enak krachtig staande houden?’” — Deut. 9:2.