Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 1311
  • Refaïeten

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Refaïeten
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Refaïeten
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Refaïm, laagvlakte van
    Hulp tot begrip van de bijbel
  • Zamzummieten
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Refaïm, Laagvlakte van
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 1311

REFAÏETEN

(Refaï̱e̱ten).

Een volk of stam van allemaal lange mensen. Er heerst onzekerheid over de betekenis en de oorsprong van de naam. Zij werden waarschijnlijk Refaïeten genoemd omdat zij afstammelingen waren van een man die Rafa heette. In 2 Samuël 21:16 schijnt met de uitdrukking ha·Ra·fahʹ (letterlijk: „de Rafa”) de naam van de vader gebruikt te zijn om er het hele reuzengeslacht mee aan te duiden.

In een of ander vroeg stadium woonden de Refaïeten kennelijk ten O. van de Dode Zee. De Moabieten, die hen verdreven, verwezen naar de Refaïeten als Emieten („verschrikkelijken”). De Ammonieten noemden hen Zamzummieten (hetgeen misschien „gebrabbel” betekent) (Deut. 2:10, 11, 19, 20). Toen Kedorlaomer, de koning van Elam, westwaarts trok om in de buurt van de Dode Zee tegen vijf opstandige koningen te strijden (waarbij hij Lot gevangennam), versloeg hij de Refaïeten in Asteroth-Karnaïm (Gen. 14:1, 5). Dit duidt erop dat de Refaïeten toentertijd in Basan, ten O. van de Jordaan, woonden. Kort daarna zei God dat hij Abrahams nakomelingen het Beloofde Land zou geven, waartoe ook het gebied behoorde waar de Refaïeten woonden. — Gen. 15:18-20.

Meer dan 400 jaar later, vlak voordat Israël Kanaän binnentrok, werd „het land van de Refaïeten” nog steeds vereenzelvigd met Basan. De Israëlieten versloegen daar Og, de koning van Basan (Deut. 3:3, 11, 13; Joz. 12:4; 13:12), die alleen „was overgebleven van wat er nog over was van de Refaïeten”. Het is onzeker of dit betekent dat hij de laatste koning der Refaïeten was of dat hij de laatste Refaïet in dat gebied was, want kort daarop werden er Refaïeten ten W. van de Jordaan aangetroffen.

In het Beloofde Land hadden de Israëlieten problemen met de Refaïeten, omdat enkelen van hen zich nog steeds in de wouden van het bergland van Efraïm ophielden. De zonen van Jozef durfden hen niet te verdrijven (Joz. 17:14-18). Toen David tegen de Filistijnen streed, sloegen hij en zijn dienaren vier mannen neer die „aan de Refaïeten in Gath geboren waren”. Een van hen werd als „een man van ongewone afmetingen” beschreven, „wiens vingers en tenen zes in getal waren”. De beschrijving van hun wapenrusting duidt erop dat het allemaal forse mannen waren. Een van hen was „Lachmi, de broer van de Gathiet Goliath” (1 Kron. 20:4-8). Deze Goliath, die door David werd gedood, was zes el en een span lang (ca. 2,90 m) (1 Sam. 17:4-7). In het verslag in 2 Samuël 21:16-22 staat „Goliath” in plaats van ’de broer van Goliath’, zoals in 1 Kronieken 20:5 wordt vermeld, hetgeen erop zou kunnen duiden dat er twee Goliaths waren. — Zie GOLIATH.

Het Hebreeuwse woord refa·’imʹ wordt in de bijbel in nog een andere betekenis gebruikt. Soms heeft het duidelijk geen betrekking op een bepaald volk, maar op de doden. Sommige geleerden die het in verband brengen met een grondwoord dat „zinken, slap worden” betekent, concluderen dat het „slappen, krachtelozen” betekent. In teksten waar het woord die betekenis heeft, geeft de Nieuwe-Wereldvertaling het weer met „zij die machteloos zijn in de dood”, en enkele andere vertalingen gebruiken weergaven als „gestorvenen”, „overledenen” en „doden”. — Job 26:5; Ps. 88:10[11]; Spr. 2:18; 9:18; 21:16; Jes. 14:9; 26:14, 19.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen