GERECHTSDIENAAR.
Een officiële dienaar die een Romeinse magistraat in het openbaar begeleidde en diens bevelen uitvoerde. De Romeinse benaming was lictor, wat „drager van een roedenbundel” betekent. Als ambtsteken en symbool van het ambtelijk gezag van de magistraat droeg de lictor in een Romeinse kolonie de fasces, een bundel olme- of berkeroeden die om de steel van een bijl gebonden waren, terwijl het bijlblad er aan de zijkant van de bundel uitstak.
Aangezien Filippi een Romeinse kolonie was, werd het door keizerlijke burgerlijke magistraten bestuurd. Zij gaven hun gerechtsdienaars het bevel Paulus en Silas stokslagen te geven. Paulus weigerde door de gerechtsdienaars vrijgelaten te worden, maar eiste dat hun superieuren, de burgerlijke magistraten, hun onrechtmatige optreden zouden toegeven. — Hand. 16:19-40.