Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 871
  • Kamos

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Kamos
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Kamos
    Inzicht in de Schrift, Deel 2
  • Kamos
    Verklarende woordenlijst
  • De Moabitische steen
    De Wachttoren — Aankondiger van Jehovah’s koninkrijk 1961
  • Mesa
    Hulp tot begrip van de bijbel
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 871

KAMOS

(Ka̱mos).

De voornaamste godheid van de Moabieten, die als het „volk van Kamos” worden aangeduid (Num. 21:29; Jer. 48:46). Sommige geleerden vereenzelvigen deze godheid met de Baäl van Peor, omdat laatstgenoemde met de Moabieten in verband wordt gebracht (Num. 25:1-3). Ook al was het niet algemeen gebruikelijk, toch werden er, althans in uiterst benarde omstandigheden, waarschijnlijk kinderen aan Kamos geofferd. — 2 Kon. 3:26, 27.

De stèle van zwart basalt die bekendstaat als de „Mesasteen” of de „Moabitische Steen”, door koning Mesa van Moab opgericht ter gedenking van zijn opstand tegen Israël, verschaft nader inzicht in de wijze waarop de Moabieten hun god Kamos bezagen. Volgens dit monument schonk Kamos de overwinning in de strijd en werd er op zijn bevel oorlog gevoerd. Koning Mesa schreef de bevrijding van de Israëlitische onderdrukking aan Kamos toe en het onheil dat Omri, de koning van Israël, over Moab bracht aan het feit dat de god vertoornd was op zijn land.

Jefta sprak over Kamos als de god van de Ammonieten (Recht. 11:24). Sommige geleerden trekken de juistheid van Jefta’s woorden in twijfel met het oog op het feit dat Kamos elders altijd met de Moabieten in verband wordt gebracht. Men dient echter te bedenken dat de Ammonieten tal van goden aanbaden (Recht. 10:6). Wanneer men bovendien in aanmerking neemt dat de Ammonieten en de Moabieten naburige volken waren en een gemeenschappelijke voorvader hadden, Lot, de neef van Abraham, is het niet ongewoon dat beide natiën Kamos aanbaden.

De aanbidding van Kamos werd klaarblijkelijk tijdens de regering van Salomo in Israël ingevoerd. Salomo bouwde, ongetwijfeld onder invloed van zijn Moabitische vrouwen, een hoge plaats voor Kamos „op de berg die vóór Jeruzalem was” (1 Kon. 11:1, 7, 8, 33). Tijdens de ingrijpende religieuze hervormingen die Josia zo’n drie eeuwen later doorvoerde, werd deze hoge plaats ongeschikt voor aanbidding gemaakt. — 2 Kon. 23:13.

Toen de profeet Jeremia rampspoed voor Moab voorzei, gaf hij te kennen dat zowel Moabs voornaamste god, Kamos, als diens priesters en vorsten in ballingschap zouden gaan. De Moabieten zouden zich over hun god gaan schamen wegens zijn onmacht, net als de Israëlieten van het tienstammenrijk beschaamd waren geworden over Bethel, waarschijnlijk omdat men zich daar met kalveraanbidding had ingelaten. — Jer. 48:7, 13, 46.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen