KENCHREA
(Ke̱nchrea).
Het verslag in Handelingen 18:18 vertelt dat Paulus in Kenchrea zijn haar liet knippen omdat hij een gelofte had afgelegd, en blijkbaar voer hij later vergezeld van Priskilla en Aquila van Kenchrea naar Efeze (in het voorjaar van 52 G.T.). In de brief die de apostel ongeveer vier jaar later naar Rome zond, maakte hij melding van „de gemeente die in Kenchrea is”. Mogelijk is de brief van Paulus aan de Romeinen door Febe uit de stad Kenchrea op zijn plaats van bestemming gebracht. — Rom. 16:1, 2.
Kenchrea lag op een smalle landengte aan de kant van de Saronische Golf ca. 11 km ten O. van Korinthe en was door een reeks forten met die stad verbonden. Kenchrea was de haven van Korinthe voor plaatsen die ten O. van Griekenland lagen, terwijl Lechaeum, aan de andere kant van de landengte, als Korinthes haven voor Italië en het W. fungeerde. Volgens de Griekse geograaf Strabo maakte het bezit van deze twee havens Korinthe tot de voortreffelijkste handelsstad van het oude Griekenland.
Pausanias, een bereisde Griekse geograaf uit de 2de eeuw G.T., beschreef Kenchrea als een stad met religieuze tempels ter weerszijden van de haven en een bronzen beeld van de Griekse god Poseidon op een in zee uitstekend havenhoofd; inscripties op munten bevestigen de juistheid van deze beschrijving. Thans bevinden zich in de buurt van het dorp Kechriais ruïnes van onder meer gebouwen en havendammen.