ZANGLIJSTER
[Hebreeuws: ‛a·ghurʹ].
De naam voor een aantal soorten middelgrote lijsterachtige vogels die voorkomen in Afrika en Zuid-Azië, met inbegrip van Palestina. Karakteristiek voor de zanglijster zijn een korte nek, korte vleugels en een lange staart. De Arabische naam voor de zanglijster stemt overeen met het Hebreeuwse woord ‛a·ghurʹ (Jes. 38:14; Jer. 8:7). Volgens de lexicograaf Ludwig Koehler beschrijft het Hebreeuwse ‛a·ghurʹ een vogel die ’zijn veren schudt of overeind zet’, en hij zegt over de zanglijster dat „hij in de rustpauzes (van zijn lied) . . . af en toe de lange kuifachtige veren achter op zijn kop overeind zet” (Kleine Lichter, blz. 38, 39). Het lied van de zanglijster heeft wel iets weg van de klank van een fluit en wordt beschreven als een combinatie van tjilpen en kwelen.
Jeremia (8:7) doelt klaarblijkelijk op de aankomst van trekvogels in hun jaargetijde wanneer hij de Israëlieten laakt omdat zij de tijd van Gods oordeel over hen niet hebben onderscheiden. Het is in dit verband opmerkenswaard dat veel zangvogels, waaronder de zanglijster, het Jordaandal in hun vliegroute opnemen.