INGEWANDEN.
De inwendige delen van het lichaam, meer bepaald de darmen (2 Sam. 20:10; 2 Kron. 21:15, 18, 19; Job 20:14). Het woord kan betrekking hebben op het diepste of verste gedeelte van iets, zoals de „ingewanden” der aarde. Waar de betekenis van de Hebreeuwse uitdrukkingen niet tot de darmen beperkt is, worden in het Nederlands vaak de woorden „inwendige delen”, „lijf”, „moederschoot” en verwante uitdrukkingen gebruikt. — Gen. 15:4; 25:23; Ps. 71:6; Jes. 16:11; 49:1.
Stoffelijk voedsel wordt door de ingewanden opgenomen. Dit feit werd overdrachtelijk gebruikt als een afbeelding van verstandelijke of geestelijke spijsvertering toen Ezechiël in een visioen werd gezegd een boekrol op te eten en er zijn ingewanden mee te vullen. Ezechiël moest geestelijke kracht opdoen door over de in de rol opgetekende woorden te mediteren en ze in zijn geheugen op te bergen. Hij werd daardoor geestelijk gevoed en voorzien van een boodschap die hij moest verkondigen. — Ezech. 3:1-6; vergelijk Openbaring 10:8-10.
Daar diepe emoties vaak een duidelijk merkbare uitwerking op iemands letterlijke ingewanden hebben, worden dezelfde Hebreeuwse woorden of vormen van die woorden soms figuurlijk gebruikt voor „medelijden”, „innerlijke gevoelens”, „barmhartigheden”, „inwendige delen” en dergelijke, zoals in Genesis 43:14, 30; Klaagliederen 3:22; Jesaja 48:19.
In de christelijke Griekse Geschriften betekent het woord splagchʹna (spreek uit: splanchʹna) letterlijk „ingewanden”. Het wordt eenmaal (in het meervoud) gebruikt ter aanduiding van de letterlijke ingewanden (Hand. 1:18). Elders duiden de vormen van het woord op „tedere genegenheden” en soortgelijke emoties. — 2 Kor. 6:12; Fil. 1:8; 2:1; Kol. 3:12; 1 Joh. 3:17.