BIER.
Een drank met een tamelijk laag alcoholgehalte, door langzame gisting uit tarwe of andere granen gebrouwen.
Uit spijkerschrifttabletten blijkt dat de kunst van het bierbrouwen uit graan reeds in het 3de millennium v.G.T. in het oude Mesopotamië werd beoefend. Toen Abraham in Egypte aankwam, zal hij waarschijnlijk bemerkt hebben dat bier daar reeds een bekende drank was. In later tijd zou Ramses III bier zo hoog hebben aangeslagen dat hij jaarlijks ruim 100.000 liter aan zijn goden offerde. Er zijn veel Filistijnse bierpullen met zeeftuiten gevonden. Deze verschillende natiën hadden schijnbaar een grote verscheidenheid aan biersoorten voor ieders smaak — zoet bier, donker bier, geparfumeerd bier, mousserend bier, gekruid bier — die warm of koud, met water vermengd of dik en stroperig geserveerd werden. — Jes. 1:22; Hos. 4:18; Nah. 1:10.