Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • ad blz. 202-203
  • Bij

Voor dit gedeelte is geen video beschikbaar.

Helaas was er een fout bij het laden van de video.

  • Bij
  • Hulp tot begrip van de bijbel
  • Vergelijkbare artikelen
  • Bij
    Inzicht in de Schrift, Deel 1
  • De klok van de bijen
    Ontwaakt! 1971
  • Maak eens kennis met de Australische angelloze bijen
    Ontwaakt! 2000
  • Bijenhouden — Een „zoet” verhaal
    Ontwaakt! 1997
Meer weergeven
Hulp tot begrip van de bijbel
ad blz. 202-203

BIJ

[Hebreeuws: devō·rahʹ].

De beschrijving van Kanaän als een „land vloeiende van melk en honing” toont op zich aan dat er in dit land reeds sedert oude tijden zeer veel bijen geweest moeten zijn (Ex. 3:8). Het warme klimaat en de rijkdom aan bloemen maken het nog steeds tot een land dat geschikt is voor een grote bijenbevolking, en de bijenteelt is daar thans nog zeer populair.

Op grond van een reliëf in de „Zonnetempel” neemt men aan dat de Egyptenaren reeds vóór Abrahams tijd bijen hielden. Het eerste concrete bewijs voor de bijenteelt in Palestina stamt echter uit de tijd van het ontstaan van de joodse misjna (die omstreeks de 2de eeuw G.T. op schrift werd gesteld), en in die tijd werd ze reeds algemeen beoefend. De bijbelse verwijzingen naar bijen hebben klaarblijkelijk hoofdzakelijk betrekking op wilde honingbijen. De honing die Jonathan tijdens een militaire veldtocht at, werd in het bos gevonden; het bijennest zat waarschijnlijk in een holle boom (1 Sam. 14:25-27). Wilde honingbijen uit het Jordaandal voorzagen Johannes de Doper voor een groot deel van zijn voedsel (Matth. 3:4). Bijen nestelen niet alleen in bomen, maar ook in andere holten, zoals rotskloven en spleten in muren. — Deut. 32:13; Ps. 81:16.

Het verslag in Rechters 14:5-9 heeft men wel in twijfel getrokken. Simson, die een leeuw had gedood, vond na zijn terugkeer „een zwerm bijen in het dode lichaam van de leeuw, en honing”. Zoals bekend is, hebben de meeste bijen een sterke afkeer van lijken of kadavers. Er zij echter opgemerkt dat Simson volgens het verslag „enige tijd later” terugkeerde of, letterlijk naar het Hebreeuws, „na dagen”, een zinsnede die betrekking kan hebben op een periode van wel een jaar. (Vergelijk 1 Samuël 1:3 [De uitdrukking „van jaar tot jaar” luidt in het Hebreeuws letterlijk „van dagen tot dagen”.]; vergelijk Nehemia 13:6.) In de tijd die verstreken was, kon het vlees voor een groot deel door aasvogels of andere aasdieren en ook insekten opgegeten zijn en kon het restant door de brandende stralen van de zon uitgedroogd zijn. Dat er al geruime tijd voorbij was, blijkt ook uit het feit dat de bijenzwerm in het kadaver niet alleen een nest had gebouwd, maar ook een grote hoeveelheid honing had verzameld.

De felheid waarmee een verstoorde bijenzwerm tot de aanval overgaat, wordt als illustratie gebruikt om te tonen hoe de in het gebergte wonende Amorieten de Israëlitische strijdkrachten achtervolgden (Deut. 1:44). Evenzo beschrijft de psalmist dat vijandige natiën hem „als bijen” omringden en hij ze slechts door zijn geloof in Jehovah’s naam kon afweren (Ps. 118:10-12). Onderzoekingen door de Cornell University hebben aangetoond dat bijegif in verhouding even giftig is als het gif van de cobra en dat door de steek van één enkele bij het slachtoffer weliswaar slechts een betrekkelijk kleine hoeveelheid gif geïnjecteerd krijgt, maar de aanval van een zwerm van enkele honderden bijen dodelijk kan zijn voor een mens. Een grote bijenkolonie kan uit wel 60.000 bijen bestaan.

De profeet Jesaja voorzei de invasie van het Beloofde Land door de legers van Egypte en Assyrië op een aanschouwelijke wijze door hun troepen te vergelijken met zwermen vliegen en bijen, die Jehovah God zou „fluiten”, zodat ze zouden komen aanvliegen en zouden neerstrijken in de stroomdalen en de kloven van de rotsen (Jes. 7:18, 19). De meeste commentators beschouwen het „fluiten” niet als een onder de bijenhouders bestaande gewoonte, maar eenvoudig als een aanwijzing dat Jehovah de aandacht van de vijandige natiën op het land van zijn verbondsvolk vestigt. Het feit dat er niet alleen figuurlijke „bijen” maar ook „vliegen” worden geroepen, zou er eveneens op duiden dat er geen sprake is van een letterlijk gebruik om bijen te lokken.

    Nederlandse publicaties (1950-2026)
    Afmelden
    Inloggen
    • Nederlands
    • Delen
    • Instellingen
    • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
    • Gebruiksvoorwaarden
    • Privacybeleid
    • Privacyinstellingen
    • JW.ORG
    • Inloggen
    Delen