ANTIPATRIS
(Anti̱patris) [tot Antipater behorend].
Een stad die in 9 v.G.T. door Herodes de Grote werd herbouwd en naar zijn vader Antipater werd genoemd. Ze wordt met het huidige Ras el-ain vereenzelvigd, dat in een goed bevloeide en vruchtbare streek van de vlakte van Saron ligt. Hier werd Paulus door een escorte van Romeinse soldaten vanuit Jeruzalem naar toe gebracht. Zij hadden de afstand van ongeveer 65 km door het bergland ’s nachts afgelegd (Hand. 23:31). De stad lag op de plaats waar de Romeinse militaire wegen die respectievelijk van Jeruzalem en Lydda naar de Romeinse hoofdstad Cesarea voerden, samenkwamen. Van Antipatris werd Paulus door 70 ruiters de resterende afstand van ongeveer 40 km dwars door de vlakte naar Cesarea gebracht.
Men neemt aan dat Antipatris op de plaats van de in 1 Samuël 4:1 genoemde vroegere stad Afek lag. Opgravingen die daar in 1946 werden verricht, schijnen dit te bevestigen.