ZAMZUMMIETEN
(Zamzummi̱e̱ten) [misschien van een grondwoord dat „in gedachten hebben; snode plannen beramen” betekent].
De Ammonitische naam voor de Refaïeten; een volk dat door de Ammonieten uit hun bezit verdreven werd (De 2:19, 20). Er bestaat geen definitief verband tussen hen en de Zuzieten. — Ge 14:5; zie REFAÏETEN.