HENADAD
(He̱nadad).
Een leviet wiens nakomelingen klaarblijkelijk als opzichters dienden in verband met de door Zerubbabel herbouwde tempel (Ezr 3:8, 9). Twee van Henadads nakomelingen worden speciaal genoemd als personen die een aandeel hadden aan het herstellen van de muur van Jeruzalem, en een van zijn nakomelingen bekrachtigde met zijn zegel de schriftelijk vastgelegde belijdenis die tijdens het stadhouderschap van Nehemia werd opgesteld. — Ne 3:17, 18, 24; 9:38; 10:1, 9.