HACHMONI
(Hachmo̱ni) [misschien: Wijs].
1. Voorvader van Zabdiël en diens zoon Jasobam. Jasobam was het hoofd van de drie sterkste mannen van David en wordt „de zoon van een Hachmoniet” genoemd (1Kr 11:11; 27:2). In 2 Samuël 23:8 wordt „Hachmoniet” als „Tachkemoniet” gespeld. Indien 1 Kronieken 12:6 betrekking heeft op dezelfde Jasobam, waren de Hachmonieten nakomelingen van de leviet Korach. — Zie JOSCHEB-BASCHEBETH.
2. Vader of voorvader van Jehiël. Jehiël was bij de zonen van koning David, waarschijnlijk als privé-onderwijzer (1Kr 27:32). Misschien dezelfde als nr. 1.